Goedkope aio's passen niet in de jaren negentig

Promoveren was jarenlang een mild anarchistische vorm van wetenschap bedrijven. De komst van de assistent in opleiding (aio) moest daar verandering in brengen....

Van onze onderwijsredactie

AMSTERDAM

De assistent in opleiding (aio) is een creatie van de jaren tachtig. Voor zijn verschijning aan het wetenschappelijk firmament was promoveren vooral een weinig productieve aangelegenheid geweest voor onderzoekers die in een hoogst individuele arbeidsrechtelijke relatie tot hun werkgever hadden gestaan. Maar met de komst van de aio maakte deze milde anarchie plaats voor meer geordende verhoudingen.

De aio werd toegevoegd aan een onderzoeksgroep (of, vanaf 1991, een onderzoeksschool) die het werkterrein van de assistent definieerde en afbakende. Met de vervaardiging van een proefschrift mochten voortaan niet meer dan vier jaren gemoeid zijn. En het mocht niet te veel kosten. Het aanvangssalaris van de aio was ongeveer gelijk aan de bijstand.

Dertien jaar na de introductie van het aioschap is er van de beoogde uniformering van het wetenschapsbedrijf niet veel meer over. Naast aio's zijn er inmiddels oio's (onderzoekers in opleiding), beurspromovendi, postdocs en onderzoekspromovendi.

Hun rechtspositie en salariëring lopen nogal uiteen. De Universiteit van Amsterdam betaalt bursalen 2750 gulden bruto per maand. De Technische Universiteit Delft (TUD) verhoogde de aanvangssalarissen tot 3778 gulden.

Dat het aioschap is verworden tot een rechtspositionele lappendeken, kan door zijn eigen ongerijmdheden worden verklaard. Al in de vroege jaren negentig bleek het stelsel grote en onvoorziene lasten met zich mee te brengen. Verreweg de meeste aio's bleken niet in staat hun proefschrift binnen de duur van hun aanstelling (vier jaar) af te ronden, en raakten na het verstrijken van deze termijn aangewezen op een wachtgelduitkering. Die werd aanvankelijk nog verstrekt door het ministerie van Onderwijs, maar vanaf 1995 zijn de universiteiten hier zelf verantwoordelijk voor.

Om aan deze last te ontkomen, besloot een aantal universiteiten (waaronder die van Leiden, Utrecht en Amsterdam) naast, of in plaats van, de aio beurspromovendi aan te trekken. De beurspromovendus (of bursaal) is geen werknemer van de universiteit, en kan dus geen aanspraak maken op gangbare sociale voorzieningen.

Deze constructie bleek niet bestand tegen de druk van de arbeidsmarkt. Wie een ongewisse en karig betaalde positie als bursaal verkiest boven een lucratieve baan in het bedrijfsleven, moet immers over een ongewone wetenschappelijke gedrevenheid beschikken. De Rijksuniversiteit Leiden en enkele Amsterdamse faculteiten hebben de aio dan ook in ere hersteld. De Universiteit Utrecht heeft haar bursalen tot dusver nog aan zich weten te binden door hun een 'concurrerende vergoeding' (zo'n drieduizend gulden per maand) te bieden.

Het is twijfelachtig of de universiteiten hiermee hun geloofwaardigheid als werkgever voldoende hebben hersteld. Ook tot het reguliere aioschap voelen zich nog maar weinig academici aangetrokken. Een aantal economische faculteiten heeft - bij gebrek aan bekwame kandidaten van eigen kweek - buitenlandse aio's moeten aantrekken. En tussen andere aanbieders van aio-plaatsen is een concurrentieslag ontbrand die in de materiële sfeer wordt uitgevochten. Delft verhoogt het salaris voor aio's met bijna 1600 gulden, Eindhoven stelt aio's royale bonussen in het vooruitzicht, en Twente leurt met leuke extra's als laptops en OV-kaarten.

Het stelsel van de jaren tachtig is, met andere woorden, niet gemaakt voor de jaren negentig. Onder de huidige omstandigheden is dat niet eens zo bezwaarlijk. De aio's varen er wel bij, en de universiteiten moeten zich zien te handhaven te midden van de marktinvloeden waarvan zij eerder zoveel heil verwachtten.

Maar wat zal er gebeuren bij conjuncturele tegenwind? Als de huidige voorspoed zich vertaalt in een betere rechtspositie van de aio in al zijn verschijningsvormen, kan zich in de nabije toekomst het omgekeerde effect gaan voordoen. Tegen die tijd zal ook weer de vraag opkomen of de wetenschap niet te afhankelijk is geworden van budgettaire randvoorwaarden. Want ooit zullen die weer hevig gaan knellen.

Sander van Walsum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden