Goedemorgen, meneer Nagase

Bijna vijftig jaar na de oorlog reisde de Schot Eric Lomax naar Thailand. Daar hebben de Japanners hem destijds bijna doodgemarteld....

HIJ SCHUIFT wat ongemakkelijk op de bank heen en weer. Af en toe drukt hij zich op, om het gewicht dat op zijn heupen drukt te verminderen. Zijn oude wonden spelen steeds vaker op. Artritis nestelde zich in heupen en polsen. Zijn 327 bladzijden tellende memoires The Railway Man, die vorige week in Engeland is verschenen, heeft hij van begin tot eind met de hand geschreven. Eric Lomax (76) toont zijn polsen. 'Kijk, ze zijn krom, ze staan verkeerd. Hier kan ik onmogelijk mee op een typemachine tikken. Zelfs zo'n licht hanteerbaar computer-toetsenbord kan ik niet aan.'

De blessures dateren van de Tweede Wereldoorlog. Lomax, een Schot die als verbindingsofficier diende in het Britse leger in Oost-Azië, werd in een Japans krijgsgevangenenkamp bijna doodgemarteld. Hij had met een aantal medegevangenen een provisorische radio gemaakt om berichten te kunnen opvangen van het geallieerde front. De radio, verstopt in een koffieblikje, werd gevonden. Als straf werden de mannen een nacht lang afgetuigd met de stelen van pikhouwelen.

Een voor een werden de krijgsgevangenen bewerkt. Terwijl Lomax op zijn beurt stond te wachten, hoorde hij een 'hamerend crescendo van klappen, schoppen en dreunen op vlees en bot'. Een verhaaltje uit zijn kindertijd schoot door zijn hoofd, over protestantse martelaren die toekeken hoe vrienden tijdens de folteringen stierven. Toen was het zijn beurt. Hij voelde stampende laarzen tegen de achterkant van zijn hoofd. Zijn gezicht werd in het grind geperst. Hij hoorde beenderen kraken, scheuren, tanden breken. Hij raakte bewusteloos. Toen hij bijkwam, bleken zijn heupen zwaar beschadigd en beide polsen gebroken te zijn. 'Het was', schrijft hij, 'alsof mijn skelet in pijn werd uitgeëtst'.

Meer martelingen volgden. 'Maar fysieke wonden genezen snel', zegt hij nu. 'Het is de geestelijke pijn die onverdraaglijk is, die niet weg wil ebben, die mijn leven tot een hel heeft gemaakt. Bijna een halve eeuw ben ik geterroriseerd door de Japanners.'

Hij haatte dat volk, vermeed elk contact met hen en met Japanse produkten. Alle frustraties, woede en haat balden zich samen in één figuur: de Japanse tolk die aanwezig was bij de eindeloze reeks ondervragingen door de Kempeitai (de Japanse geheime politie). Een week lang werd Lomax, dag en nacht, ondervraagd en steeds was de dood nabij geweest. Hij leefde voortdurend met de angst dat hij zou worden geëxecuteerd. Hij had namelijk, in het geheim, een buitengewoon gedetailleerde kaart gemaakt, waarop het traject van de Birma-spoorlijn was gemarkeerd. Een kaart die hem in de ogen van de Kempeitai uitermate verdacht maakte en die hij in feite alleen maar had gemaakt om zijn hartstocht te kunnen botvieren.

Lomax had altijd een passie voor spoorwegen en treinen gehad. Als jongen stelde hij zich op langs de spoorlijn en wachtte tot zeldzame locomotieven langs raasden. 'Epische wezens', noemde hij de indrukwekkende machines die eruit zagen alsof ze de hele wereld konden bereizen. Hij sprak de taal van vogelaars: zeldzame locomotieven waren 'schuw' of 'moeilijk te betrappen'. Wanneer een van de Pacifics, de trots van de Britse werktuigbouw, voorbij zoefde en hij 'door de luchtverplaatsing tegen het frame van zijn fiets werd gedrukt', voelde hij een zelfde golf van opwinding als een vogelkijker die een bijzondere arend in het oog krijgt.

In het kamp koesterde hij de kaart van de Birma-spoorlijn, had haar verborgen in een holle bamboe-lat van de latrine. Vanwege die kaart was de Kempeitai ervan overtuigd dat hij een spion was, probeerde hem door middel van martelingen een bekentenis af te dwingen. Maar bekennen wilde Lomax niet. Hij wist dat hij dan onherroepelijk zou worden doodgeschoten. Hij overleefde de martelingen, overleefde zelfs het verblijf in 'de hel' (de gevangenis Outram Road) en kwam uiteindelijk, na de Japanse capitulatie, via India weer in Schotland terecht.

Sinds de bevrijding wordt Lomax geteisterd door nachtmerries. Tot voor kort was de tolk van de Kempeitai, een naamloze Japanner, dè kwelgeest van zijn lange, zweterige nachten. 'Mijn andere folteraars wisselden voortdurend. Het waren steeds andere Japanners die het verhoor leidden. Maar die tolk was er altijd. Zijn gelaatstrekken stonden in mijn geheugen gegrift. Hij had een flinke bos pikzwart haar, een brede mond en geprononceerde jukbeenderen. En die stem, die vreselijke stem. Elke nacht hoorde ik hem weer in dat Engels met dat zware accent: 'Lomax, we zijn overtuigd van je schuld. Wat er ook gebeurt, je wordt binnenkort geëxecuteerd. Maar in de tijd die je rest zal het je tot voordeel strekken als je de hele waarheid vertelt. Je weet hoe we kunnen optreden als we onaangenaam willen zijn.'

'Ik haatte hem met elke vezel van mijn lijf. Hij had mijn leven verwoest. Mijn eerste huwelijk kapotgemaakt. Hij was er de oorzaak van dat mijn kinderen me niet begrepen, niets meer van me wilden weten. Dat ik niet volgens een normaal patroon kon leven. Ik was naar binnen gericht, passief. Ervaringen zoog ik op als vloeipapier, zonder dat ik zelf ook maar ergens iets aan kon bijdragen.'

Zijn oudste dochter is inmiddels overleden. Zijn jongste weigert nog altijd elk contact. Zij heeft zijn memoires ook (nog) niet gelezen. Het gesprek stokt. Lomax, die pas de laatste paar jaar over zijn ervaringen kan praten, is duidelijk niet op zijn gemak. Hij zwijgt. Patti, zijn huidige vrouw, zet het gesprek tactvol voort. 'Eric had geen begrip voor de kleine ongemakken van het leven, ook niet voor die van zijn kinderen. Humor en ironie vond hij bedreigend, omdat hij dan geen controle over de situatie had. Hij kreeg het benauwd als een dag niet volgens het geplande schema verliep. Ook mijn huwelijk met Eric zou zijn mislukt als hij niet in therapie was gegaan bij de Medical Foundation for the Victims of Torture en als ik niet Takashi Nagase's boekje Crosses and Tigers had gelezen.'

Crosses and Tigers is het levensverhaal van een Japanse intellectueel, zoon van een dorpsdokter die Engels studeerde, vervolgens naar een militaire school ging en heilig geloofde in de doctrine van onvoorwaardelijke trouw aan de keizer. Nagase wilde vechten voor Japan, nam in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig dienst en was er trots op te mogen dienen als tolk voor de Kempeitai in Kanchanaburi (Thailand). Toen hij op zijn nieuwe post arriveerde, had hij onmiddellijk het vermoeden dat zijn tijd in het leger niet onverdeeld plezierig zou worden. Boven het krijgsgevangenenkamp waar hij zou komen te werken, cirkelden de gieren.

Nagase was aanwezig bij martelingen en werd na de Japanse capitulatie toegewezen aan de Britse dominee Henry Babb, wiens taak het was zoveel mogelijk lijken langs de Birma-spoorlijn te identificeren. Een karwei dat Nagase vergeleek met het 'catalogiseren van de gebeurtenissen in Bergen-Belsen en Dachau'. Ze vonden dertienduizend lijken. Doden die hem de rest van zijn leven bleven achtervolgen.

Nagase's ziel kreeg geen rust. Hij vond dat hij iets moest doen voor de doden, voor de weduwen en de kinderen. Kanchanaburi heeft hij inmiddels 86 maal bezocht, om te bidden, de dode zielen vergiffenis te vragen. Hij bouwde er een boeddhistische tempel voor de vrede, legde voor de doden een 'herdenkingstuin' aan en bracht geld bijeen voor studiebeurzen voor de nakomelingen van enkele honderden 'spoorwegslaven'. Nagase had besloten zijn leven te wijden aan de nagedachtenis van hen die tijdens de aanleg van de spoorweg waren omgekomen.

Vlak voor de opening van zijn Kwai-tempel schreef hij aan dominee Babb: 'Ik heb koude voeten, maar mijn ziel wordt steeds zuiverder.' Nagase, die bij de inwijding van de tempel de titel 'Samurai-priester van de Rijzende Zon' kreeg, meende dat hem zijn daden uiteindelijk waren vergeven.

'En door die opmerking', zegt Patti Lomax, 'raakte ik buiten zinnen van woede. In dat boekje komt namelijk een scène voor, waarin Nagase het martelen beschrijft van een krijgsgevangene wiens polsen tot moes waren geslagen. Die man werd met zijn gebroken polsen op een houten bank gelegd, met een natte doek over neus en mond, waarna met een brandslang water in hem werd gepompt tot zijn buik begon op te zwellen en hij bijna stikte. En die gevangene maar schreeuwen: moeder, moeder! Die gevangene was Eric. Hoe kon Nagase het waanidee koesteren dat hem zijn daden vergeven waren, als de man in wiens marteling hij een rol speelde, hem niet vergeven had, hem diep en diep haatte.'

Patti Lomax schreef Nagase een verontwaardigde brief en kreeg van hem een 'indrukwekkend antwoord'. Patti: 'Hij schreef dat mijn brief als een dolk tot de bodem van zijn hart was doorgedrongen en leek oprecht spijt te hebben. Hij zei ook dat hij Eric wilde ontmoeten om hem persoonlijk zijn excuses aan te bieden en om alle vragen te beantwoorden die Eric nog mocht hebben.'

Aangemoedigd door de therapeute van de Medical Foundation begon Lomax een ontmoeting met zijn folteraar te overwegen. Als hij hem zou kunnen vergeven, zou zijn eigen lijden wellicht ook worden verlicht. Na het lezen van Nagase's memoires was zijn gestolde, kille haat al enigszins verminderd. De tolk schreef uitgebreid over zijn geestelijke kwellingen. Hij had een uiterst kwaadaardige zenuwontsteking aan het hart, had regelmatig last van hartkloppingen en was na dergelijke aanvallen geestelijk en lichamelijk uitgeput. Lomax: 'En steeds flitste mijn folterscène door zijn hoofd. Langzaam begon ik te beseffen dat ook hij slachtoffer was van de oorlogsomstandigheden.'

De Schot nam het besluit naar Kanchanaburi te reizen en zijn 'persoonlijke obsessie' recht in de ogen te kijken. Hij ontmoette Nagase op 26 maart 1993 bij de rivier Kwai, begroette hem met de Japanse zin: 'Ohayu gozaimasu Nagase san, konichi wa?'('Goedemorgen meneer Nagase, hoe maakt u het?'). De confrontatie verliep zonder hartverscheurende emoties. 'I'm so sorry', beantwoordde Nagase de begroeting.

Geleidelijk ontstond een warme vriendschap. Patti en Lomax volgden Nagase en zijn vrouw Yoshiko naar Japan, logeerden bij het echtpaar in Kurashiki en bezochten het Vredesmuseum in Hiroshima. Ze werden daar rondgeleid door een door de straling misvormde functionaris, zagen foto's van verbrande kinderen, van mensen met stralingsziekte, van volledig verwoeste straten.

'Nagase wilde daar een persconferentie beleggen', zegt Lomax. 'Juist daar in het heiligdom Hiroshima, om onze verzoening nader te verklaren en er extra betekenis aan te geven. Voor Nagase waren boetedoening en verzoening een obsessie geworden en daarvoor had hij publiciteit nodig. Mijn leven had tot dan toe in het teken gestaan van privé-herinneringen en wraak. Ik heb die persconferentie geweigerd. De sfeer die in Hiroshima hangt, is verkeerd, stuit me tegen de borst. De bom wordt daar slechts gepresenteerd als een daad van agressie.'

Plotseling fel: 'Het is een halve eeuw geleden dat die bommen werden afgeworpen boven Hiroshima en Nagasaki en dat krijgt dus nu veel aandacht in de media. Wat me ergert is dat die actie wordt beoordeeld met de kennis van nu. Je moet de beslissing die bommen te gooien, zien in de context van toen. En toen was het een juist besluit. Het heeft honderdduizenden levens gered, ook die van Japanners. Wist u, en dat wordt nergens in al die lange verhalen en documentaires over de atoombom vermeld, dat de Japanners begonnen waren alle krijgsgevangenen te executeren? Er waren al Amerikanen in de Filipijnen gedood. Een week na VJ Day (de Japanse capitulatie) zouden wij aan de beurt zijn geweest. Als die bom een week later was afgeworpen, had ik het niet gered.'

Het levensverhaal van de Schotse verbindingsofficier is opmerkelijk, maar zijn lijden niet uniek. Er zijn talloze publikaties, waarin de hel van Japanse gevangenenkampen en de daarop volgende ontwrichte levens worden beschreven. Bijzonder is Lomax' verzoening met zijn folteraar. Daardoor staat de man, die zijn kwellingen geheel privé probeerde te verwerken, nu in de schijnwerpers van de publiciteit. Er zijn inmiddels een documentaire (Enemy, my Friend?) en een speelfilm (Prisoners in Time, naar een script van Ariel Dorfman met John Hurt in de rol van Lomax; afgelopen dinsdag door de BBC uitgezonden) gemaakt van de Japans-Britse verbroedering.

VOOR LOMAX heeft zijn vergiffenis een genezende werking gehad. Hij heeft nog steeds nachtmerries, maar minder frequent. En hij is, zegt Patti, veel rustiger. Toch is hij ervan overtuigd dat een dergelijke verzoening een unicum zal blijven. 'Nagase is heel bijzonder. Ik heb veel contact met andere bloedbroeders, slachtoffers van folteringen, Ruandezen, Iraki's, vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië, en kan me niet voorstellen dat zij vrede kunnen sluiten met hun folteraars. Als Nagase ook maar één verkeerde opmerking had gemaakt, had ik hem nooit de hand gereikt.'

Het gezicht van de beminnelijke Schot verkrampt en grimmig antwoordt hij op de vraag of zijn haat jegens het Japanse volk nu geheel is weggesmolten: 'Ik ben God niet. Alleen die ene heb ik vergeven. Ik heb vijftig jaar gewacht op officiële excuses van de Japanse regering en wacht in feite nog steeds. Want de verontschuldigingen die de Japanse premier Tomiichi Murayama dinsdag in het openbaar aanbood, zijn naar mijn mening niet oprecht. Murayama spreekt met twee monden. Met zijn diplomatieke, die bedoeld is voor de internationale tribune. En met zijn binnenlands-politieke, die hem deed besluiten zijn excuses niet te herhalen tijdens de dodenherdenking in bijzijn van de keizer.'

Hij wijst erop dat de Duitsers openlijk berouw tonen en oprecht proberen met hun duistere verleden in het reine te komen, zegt te beseffen dat boetedoening voor elk volk een moeizaam proces is. Maar voor Japanners is het praktisch ondenkbaar, meent hij. 'Een welgemeend excuus komt de Japanners niet snel over de lippen. Als ze bij wijze van spreken iets op je voet laten vallen, zeggen ze nog niet sorry. Die voet van jou had daar gewoon niet moeten staan. Toch is voor de slachtoffers een eerlijk, breed, door regering, kabinet en volk ondersteund berouw onnoemelijk belangrijk. Het houdt de erkenning in van je lijden, en betekent voor velen een stap in de richting van genezing.'

Fluisterend: 'Maar helemaal genezen zal je nooit. Voor de gevolgen van marteling bestaat geen medicijn.'

De Nederlandse vertaling van The Railway Man komt op 29 augustus uit bij Meulenhoff onder de titel De Spoorwegman, ¿ 39,90. ISBN 9029049618

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden