'Goede wil gaat ons niet redden'

Ian McEwan schreef een bij vlagen hilarische roman over een serieus probleem: de klimaatcrisis. Een expeditie op Spitsbergen vormde een belangrijke bron van inspiratie.

'Mijn belangstelling voor klimaatverandering gaat terug tot de vroege jaren negentig. Ik heb heel lang gedacht dat het onmogelijk was binnen de romanvorm iets met dit onderwerp te doen. Vanwege de gecompliceerde natuurkundige en statistische data die met het onderwerp samenhangen, de morele aspecten, de enormiteit van het hele thema. . . Dat is allemaal zo vijandig ten opzichte van het verschijnsel roman.'


Al sinds maart van dit jaar reist Ian McEwan (62) van hot naar her om over zijn nieuwe roman Solar te praten. Net terug uit Finland is hij nu drieënhalve dag in Nederland, waarna Zwitserland en Duitsland zullen volgen. En daarna de Maldiven, waar hij een klimaatconferentie gaat bijwonen. In Solar vormen de klimaatproblematiek en mogelijke oplossingen ervoor een rode draad.


'Er waren een paar ontdekkingen voor nodig om mij ervan te overtuigen dat het kón, zo'n roman. De eerste ontdekking deed ik toen ik in 2005, samen met andere kunstenaars en wetenschappers, door de milieuorganisatie Cape Farewell werd uitgenodigd om deel te nemen aan een expeditie op Spitsbergen. Tijdens dat verblijf lieten de kunstenaars zich inspireren door de schitterende, ongerepte natuur. Beeldhouwer Anthony Gormley maakte bijvoorbeeld schitterende ijssculpturen. In de avonduren hadden we interessante gesprekken over de ernst van het klimaatprobleem, de noodzaak tot bewustwording en de mogelijke oplossingen.'


Er was, kortom, sprake van een groep mensen die het beste voorhad met het milieu. 'Tegelijkertijd moesten we erkennen dat we allemaal minstens drie vluchten hadden moeten maken om op Spitsbergen te komen, dat onze sneeuwmobielen smerige bruinzwarte rookwolken uitbliezen, en dat we in een ruimte verbleven waar de temperatuur 22 graden was, terwijl het buiten 40 graden vroor. Dat klopte allemaal niet erg met onze bezorgdheid over het milieu.


'Het meest sprekend nog vond ik de chaos die ontstond in de ruimte waar we onze beschermende poolkleding bewaarden. Die ontaardde binnen de kortste keren in een chaos, zodat niemand zijn spullen - toch van levensbelang onder dergelijke omstandigheden - meer kon vinden. Ik ben de tel kwijtgeraakt hoe vaak ik met twee linker laarzen en iemand anders zijn helm naar buiten ging. In die combinatie van goede bedoelingen en menselijke zwakheid zag ik voor het eerst een opening in de richting van een roman.'


Een tweede ontdekking deed McEwan toen hij in 2007 op uitnodiging van een Duitse wetenschapper een conferentie voor Nobelprijswinnaars bijwoonde in Potsdam. 'Ik bevond mij daar tussen louter alfamannetjes - er was letterlijk niet één vrouw bij - allemaal grote geleerden die zeer overtuigd waren van hun eigen kwaliteiten. Maar je weet hoe het is met Nobelprijswinnaars: zij krijgen die bekroning doorgaans vele jaren nadat ze hun belangrijkste ontdekkingen hebben gedaan. De meesten van hen hebben hun beste tijd als wetenschapper ver achter zich. Zo gedragen ze zich echter niet.'


Zo ontstond, vooral geïnspireerd door een Italiaanse geleerde, langzaam maar zeker het beeld van Michael Beard, de hoofdpersoon van Solar: een kleine, kalende, slimme, door eten en drinken geobsedeerde man, die in de loop van de negen jaar die het boek beslaat steeds dikker wordt. Ooit briljant, maar inmiddels vooral bedreven in het zo goed mogelijk exploiteren van zijn reputatie. 'Een man, kortom, die leeft in zijn eigen schaduw.'


Met menselijke zwakheid en een hoofdpersoon die deze zwakheid op dikwijls hilarische wijze belichaamt als uitgangspunten, was het bijna onvermijdelijk dat McEwans roman in wording een humoristische ondertoon kreeg. 'Michael Beard is geen buitengewoon sympathiek personage. Zonder de plot van Solar te verraden, kunnen we zeggen dat hij een dief en een leugenaar is, lui en gewiekst. Om de lezer zover te krijgen dat hij een hele roman lang met zo'n figuur meereist, is humor denk ik onontbeerlijk.'


McEwan ziet de klassieke menselijke zwakheden terug op het niveau van de wereldpolitiek. 'Velen van ons maken met nieuwjaar of bij een andere gelegenheid goede voornemens om minder te eten of te drinken, meer te bewegen, te stoppen met roken. De slotverklaringen van klimaatconferenties lijken sprekend op dit soort voornemens. Men spreekt mooie woorden waarna ieder zijns weegs gaat. Wie weet nog wat er in 1992 op de VN Conferentie van Rio werd afgesproken en wat ervan terecht is gekomen? Los van het feit dat daar voor het eerst heel veel landen aanwezig waren om over het milieu te praten, luidt het antwoord: niets.'


Toen in december vorig jaar de klimaattop van Kopenhagen op een fiasco uitdraaide, meldden de Britse kranten dat McEwan naar aanleiding hiervan het slot van Solar, waarvan hij op dat moment de drukproeven aan het corrigeren was, had omgegooid. Dat is een overdrijving. In feite voegde de schrijver slechts twee zinnen toe, waarin zijn hoofdpersoon via de e-mail een uitnodiging ontvangt om over enkele maanden de conferentie in Kopenhagen te komen toespreken - een uitnodiging waarop hij graag ingaat, omdat hij zichzelf precies de aangewezen persoon vindt.


'De conferentie was behalve een mislukking ook van een komische absurditeit: Obama kwam een paar uur langs met het oog op de Amerikaanse televisiestations, de Europeanen liepen mokkend en machteloos rond, de Chinezen hielden zich op de vlakte, wegens problemen met zijn papieren mocht het hoofd van de Chinese delegatie drie dagen lang het conferentiegebouw niet in, er was een sneeuwstorm op de eerste dag, terwijl iedereen daar bijeen was om over de opwarming van de aarde te spreken. . . Kortom: er was sprake van taferelen die geheel in de stijl van mijn roman waren. Dus wilde ik in een terzijde die link leggen. Iedereen die het boek heeft gelezen, weet dat Michael Beard niet op de conferentie zal spreken. Tegen die tijd zit hij of in de gevangenis, of hij ligt in het ziekenhuis, of misschien is hij zelfs wel dood.'


Hoewel McEwan de expeditie op Spitsbergen als de genesis van zijn roman beschouwt, stond het voor hem allerminst vast dat hij de ervaring op een literaire manier zou kunnen verwerken. ' Wel heb ik na terugkeer voor The Guardian verslag gedaan van mijn ervaringen. Als romanschrijver moet je niet nadrukkelijk een mening willen uitdragen, denk ik. Wanneer je aan het moraliseren slaat, beperk je de mogelijkheden van je roman en vermoedelijk ook de kwaliteit.


'In Solar heb ik mij tot taak gesteld de lezer over de klimaatproblematiek te laten nadenken, maar niet om hem een bepaalde kant op te sturen.'


Hoewel Michael Beard inderdaad bepaald geen alter ego van de schrijver is, deelt McEwan zijn opvatting dat het niet voldoende zal zijn wanneer iedereen zijn beste beentje voor zet om het klimaat te helpen. 'Goede wil gaat ons niet redden. Er is niets mis mee om de thermostaat een graadje lager te zetten en een kleinere auto te kopen, maar wat we echt nodig hebben is een nieuwe industriële revolutie. Industriële revoluties worden niet door deugdzame mensen gerealiseerd, maar door mensen op zoek naar rijkdom, glorie en misschien ook wel idealen. Kijk naar de eerste Industriële Revolutie, die plaatsvond in de Engelse Midlands.'


Na in het verleden een overtuigd tegenstander te zijn geweest, is McEwan thans geneigd kernenergie als de meest realistische optie te beschouwen om op de middellange termijn olie, gas en kolen als energiebron te vervangen. Maar in Solar blikt hij al naar een ander, veel schoner en veiliger alternatief: kunstmatige fotosynthese.


'Ik stuitte op dat onderwerp toen ik over een sterk vernieuwend onderzoek las, waarbij niet op de klassieke newtoniaanse wijze naar fotosynthese werd gekeken, maar door de lens van de kwantummechanica. Dat onderzoek suggereert dat er revolutionaire mogelijkheden zijn water met behulp van licht af te breken tot waterstof en zuurstof. Als we daar uiteindelijk in zouden slagen, zouden we zeer goedkoop waterstof kunnen genereren, dat opslaan en als energiebron benutten.


'In Solar is die situatie al heel dichtbij. In de werkelijkheid zijn we er waarschijnlijk nog één of twee generaties van verwijderd.'


CV

1948


geboren in Alder-shot (zuidoost Engeland), 21 juni


1975


First Love, Last Rites (De laatste dag van de zomer), verhalen


1978


In Between the Sheets (Tussen de lakens), verhalen


1978


The Cement Garden (De cementen tuin)


1981


The Comfort of Strangers (De troost van vreemden)


1987


The Child in Time (Het kind in de tijd)


1990


The Innocent (De brief in Berlijn)


1992


Black Dogs (Zwarte honden)


1997


Enduring Love (Ziek van liefde)


1998


Amsterdam


2001


Atonement (Boetekleed)


2005


Saturday (Zaterdag)


2007


On Chesil Beach (Aan Chesil Beach)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden