Goede trainer was vaak matige speler

Voetbalgrootheden als Johan Cruijff vertrouwen te veel op hun intuïtie en versmaden de wetenschap.

Gezegend is een samenleving die zich druk kan maken over de wijze waarop messias Johan Cruijff bij Ajax probeert orde op zaken te stellen. Toch geeft de kwestie - hoe onbenullig ook in het licht van de brandende wereld - een aardig inkijkje in de teloorgang van analyse en feiten.


Opvallend is dat de analyse van Cruijff begint met het prijzen van de jeugdopleiding die volgens hem wereldberoemd is (let op het 'is') en wereldsterren heeft opgeleverd. Om dan vervolgens te concluderen dat het juist daar niet deugt, is natuurlijk merkwaardig. Dit is te meer vreemd omdat scouts van over de hele wereld elke week bij Ajax en Feyenoord op de stoep staan.


Ook de recente resultaten van Jong Oranje, die eigenlijk nog nooit zo goed zijn geweest, vormen geen reden om aan de jeugdopleiding te sleutelen. Juist op het gebied van jeugdopleidingen hebben de clubs en de KNVB stevige stappen vooruit gezet. Maar of het nu om het klimaat of voetbal gaat: feiten en kennis lijken niet te tellen. Je bent voor of tegen Cruijff. Net zoals je in het klimaatdebat nog slechts een 'alarmist' of een 'scepticus' schijnt te kunnen zijn.


Kijken we bijvoorbeeld naar de reden waarom een stuk of zes trainers bij Ajax weg moeten, dan zien we nergens een deugdelijke feitelijke onderbouwing. Hoogstens dat topspelers per definitie betere trainers (hoewel Blind?) zijn dan spelers zonder deze bagage. Mounir El Hamdaoui laat echter weten dat de drie weken die hij na gedwongen terugzetting bij Gery Vink heeft getraind hem enorm zijn bevallen.


Feiten tellen echter niet, want dan zou ook opvallen dat op basis van resultaten de beste trainers - Hiddink, Van Gaal, Mourinho, Adriaanse - juist trainers zijn die niet tot de absolute voetbaltop hoorden. Van al deze coaches is echter wel bekend dat ze net als de succesvolle coach van Porto zich graag bedienen van wetenschappelijke analyses en zich grondig verdiepen in literatuur.


Dat is iets waar voetbalgrootheden per definitie niets van moeten hebben. Puur op basis van hun voetbalkwaliteiten beschouwen zij zich ook als kenner van het menselijk lichaam en de menselijke psyche. Zij spiegelen zich graag aan de Mozart van Milos Forman die puur op basis van zijn genialiteit de ploeterende Salieri immer de baas bleef.


En als we dan kijken naar Cruijffs voornaamste aanbevelingen dat er meer naar het individu moet worden gekeken omdat 'niet teams maar spelers debuteren', roept dat meteen vragen op. Ten eerste omdat in vergelijking met de glorietijd van Cruijff zelf al veel meer aandacht aan het individu wordt besteed. Zo is de specifieke techniektraining, waaromheen een hele industrie is ontstaan, echt iets van de laatste jaren.


Verder zal niemand bestrijden dat er van alle jeugdspelers maar een beperkt aantal later zal doorbreken, en dat je die spelers speciale aandacht moet geven. Maar het probleem is juist dat veelal niet duidelijk is wie dat dan zullen zijn. Zo was Sjoerd Ruiter ooit de gedoodverfde opvolger van Cruijff, maar is hij uiteindelijk nooit doorgedrongen tot de hoofdmacht. Dus een dergelijke aanbeveling heeft pas zin als er ook een handvat is om te bepalen wie nu de grote talenten zijn.


Tegelijkertijd wordt er in Nederland juist alom geklaagd over de 'dikke ik' en hoor je juist van jeugdspelers bij profclubs dat ze het erg moeilijk hebben met al die egotripperij. Want juist het gegeven dat slechts een beperkt aantal spelers kan doorgaan, maakt dat het teamdenken niet echt goed wordt ontwikkeld. Psychologen van de koude grond menen zelfs dat alle bewieroking van het jonge talent deze bepaald geen goed doet.


Een deugdelijke analyse zou dan ook niet naar de jeugdopleiding wijzen, maar naar de steeds jongere leeftijd waarop talenten uit Nederland verdwijnen. Nederland is het Brazilië van Europa geworden. Vooral de jacht van Engelse topclubs op Nederlands talent neemt ongezonde vormen aan. Met name omdat uit een analyse van de Volkskrant blijkt dat het met de carrière van deze spelers veelal niet goed afloopt.


Kortom, als we de concurrentiepositie van Ajax en de andere Nederlandse clubs willen verbeteren hebben we meer aan regelingen die het vertrek van spelers voor hun 23ste verbieden. Een stringentere controle in Europees verband van de boekhouding van clubs zou ook soelaas kunnen bieden.


Maar vooral zullen voetbalclubs een veel rustiger en op feiten gebaseerd beleid moeten voeren. Ze zouden niet elke keer hun beleid moeten herzien als een passerende vedette of trainer daarop aandringt. Het helpt niet dat de voetballerij per definitie wars is van welke vorm van onderzoek dan ook en met name ijdeltuiten en meelopers aantrekt.


De auteur is sportcolumnist en economisch geograaf aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem beheersen ijdeltuiten en meelopers 'de voetballerij'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden