'Goede schilderijen roepen drijvende gedachten op'

Tegenwoordig mag je in musea fotograferen, en kun je kunstwerken zo lekker mee naar huis nemen. Bij Wieteke van Zeil resulteerde dit in een totaal nieuwe manier van kunst kijken: ze richt haar blik op de details. En komt zo (in de rubriek Oog voor detail, gloedvol verzameld in het boek Dichterbij) tot geweldige ontdekkingen.

The David, door Gian Lorenzo Bernini Beeld Galleria Borghese Rome

Enige resultaten van anderhalf jaar schrijven over details in schilderijen (en één marmeren beeld):

-Ik kan Breitners Gezicht op de Dam niet meer zien zonder aan Woody Allens Midnight in Paris te denken (want ik wist zeker dat het detail op de hoek een kunstenaarskroeg was, zoals de Polidorbar waar Owen Wilson in die film naartoe tijdreisde)

-De neus van Paulus Potters koe brengt me voor altijd naar de vakanties uit mijn jeugd in Friesland en de bijbehorende geur van melk, gras en mest.

-De hashtag #bathingnakedmen voor badende naakte mannen in de kunst, als bescheiden tegenhanger van de overvloedig aanwezige vrouwelijke varianten in musea.

-Er blijkt een overeenkomst tussen de slinger van koning David, diens beeld door Gian Lorenzo Bernini, de penalty tijdens Nederland-Mexico van Klaas-Jan Huntelaar in 2014 en een klein jongetje dat in een Nike-reclame van de hoogste toren in een zwembad springt (en die zit 'm in twee op elkaar geperste lippen die een alles beslissende verandering aankondigen).

-Niemand kan de kwetsbaarheid van het lichaam van een vrouw zo goed verbeelden als Peter Paul Rubens. En dat veranderde mijn blik op het nieuws in de zomer van 2014 (hierop kom ik terug).

-Een hermelijn symboliseert een aantal soorten mannelijkheid die wij anno 2015 uit elkaar hebben getrokken: wijsheid, fysieke kracht, en strategisch inzicht.

-Vincent van Gogh is best een goede schilder.

Maerten van Heemskerck of atelier. Detail uit: De Triomftocht van Bacchus, circa 1592/93. Beeld Frans Hals Museum Haarlem

Biecht

Het zal de kunstenaars zelf een worst wezen, mochten ze vanuit de hemel meekijken, want dat is natuurlijk nooit hoe die schilderijen bedoeld zijn. Potter schilderde niet om frivole vakantieherinneringen op te roepen bij zijn kijkers, Rubens niet om het nieuws van de dag in perspectief te zetten en Breitner had wel wat anders aan zijn hoofd dan de sfeer van zijn stamkroeg, toen hij de Dam schilderde (hoewel die stamkroeg wel op de Dam zat, een stukje verderop). Over Van Gogh houd ik verder wijselijk mijn mond - de biecht is gedaan.

Toch is de vraag of ik ooit op deze manier over kunst had kunnen nadenken als ik niet steeds één detail had uitgekozen, gauw beantwoord: nee. Want ik dacht al twintig jaar na over kunst. Ik keek met aandacht en interesse, met verwondering en soms ontzag (en soms met verveling, en soms met tegenzin), maar nooit zo. Nu ontstonden er andere gesprekken met conservatoren, andere verbanden met poëzie, met film, met nieuwsbeelden, en kwam ik dingen te weten die ik anders niet had uitgezocht (over Hollandse meetkundige instrumenten bijvoorbeeld, over de oorsprong van de voetbal en dat René Descartes vlak bij Rembrandt aan de Kalverstraat woonde). Mijn blik op de kunst veranderde kortom door via details te kijken, en geregeld keek ik daarna ook scherper naar de wereld om me heen.

Tentoonstelling

In het Frans Hals Museum opent vandaag de tentoonstelling Ik zie, ik zie, waarin de bezoeker wordt uitgenodigd de aandacht te richten op het schijnbaar verborgene en zelfs het onzichtbare in de kunstwerken. Onder meer schrijfster Niña Weijers laat de bezoeker er een onzichtbaar kunstwerk ervaren. Wieteke van Zeil koos tien details en maakte daarbij verhalen zoals ze dat in Sir Edmund wekelijks doet: associatief en kunsthistorisch. Bij de schilderijen is hieraan vorm gegeven met film, tekst en muziek.

Detail

Er gebeurt iets als je een detail isoleert uit de context van de voorstelling. Een voorbeeld: in een schilderij met een non en een man die je niet kent, waarbij op het titelbordje staat 'De heilige Theresa van Avila bekomt door de tussenkomst van Jezus de verlossing uit het vagevuur van Bernardo de Mendoza', zul je niet snel geneigd zijn al je aandacht te richten op de houding van één onopvallend vrouwtje rechts in de hoek, die naakt zit in het vagevuur. De titel, het volstrekt onbekende verhaal, al die figuren: het is al abracadabra voordat je het goed en wel hebt gezien. Je komt aan dat bijfiguurtje niet toe in het zoeken naar samenhang of betekenis van het geheel. Terwijl zij zo mooi is. De manier waarop ze zich tegen de hitte probeert te beschermen met haar handen, het ineenkrimpen, de rode gloed van de huid die op het punt staat vernietigd te worden.

Toen ik dit detail opmerkte en fotografeerde, was het een bizarre zomer. Nederland was net geconfronteerd met een neergeschoten vliegtuig vol landgenoten --velen van ons kennen mensen die waren gestorven, op zo'n brute wijze. Er waren jezidi's geïsoleerd op een berg, vrouwen waren tot slaaf gemaakt. Honderden Nigeriaanse meisjes waren ontvoerd en verdwenen, hoogstwaarschijnlijk ook tot slaaf gemaakt. De kwetsbaarheid van het (vrouwelijke) lichaam hing als een wolk in de lucht, en dat detail maakte zichtbaar wat ik maar niet kon benoemen. Het was misschien niet Rubens' bedoeling, maar het is wel de kracht van zijn kunst en zijn vermogen, dat 400 jaar na zijn dood mensen nog herkenning vinden in wat hij zag en kon verbeelden. Voor hem was wellicht die hele Theresa van Avila ook maar een excuus om onder meer die vrouw te verbeelden, die breekbaarheid. Die is toepasbaar in vele menselijk verhalen.

Paulus Potter. Detail uit: De stier, 1647), Mauritshuis, Den Haag. Beeld Mauritshuis Den Haag

Huiswerk

Niet elk schilderij heeft een ingewikkelde voorstelling als deze, maar veel uitgebeelde verhalen zijn voor ons wel verloren gegaan. Uit de Bijbel, mythologie, allegorieën, geschiedenis: schilderijen voelen soms als huiswerk. Ik weet vaak genoeg niet waar ik moet beginnen met kijken als ik ervoor sta. Maar ook voor 'eenvoudige' schilderijtjes kan het fijn zijn gewoon bij een zorgvuldig geschilderd detail te beginnen: het zijn immers geen foto's, niets is per ongeluk in het beeld beland. Ooit zette een kunstenaar het er met aandacht op.

Als je de context even weglaat en het detail zo op zichzelf staat, krijg je de rust te letten op de kunsthistorische waarde, de symboliek, de vaak waanzinnig goede hand waarmee het is verbeeld. Het raadselachtige ook vaak genoeg, want wat deden in hemelsnaam die uilen onder de rokken van die heks? En hing daar nou een varkensdarm of een schapenhart? Zeker zo verrassend vond ik ook de nieuwe waarde die ontstaat, die het detail niet had kunnen hebben in de context van de voorstelling. Afgedrukt op een volle pagina in de krant en nu op elke pagina in het boek Dichterbij worden het zelfstandige kunstwerkjes die een vrije gedachtestroom op gang brengen.

Fotograferen toegestaan

Details verzamelen bij het kijken naar schilderijen kan pas sinds enkele jaren, nu fotograferen in musea steeds meer wordt toegestaan. Musea hebben de afgelopen tien jaar een revolutie doorgemaakt van vaak fel verzet tegen fotografie naar het vrijwel volledig vrijgeven van beeld. In juli 2014 mocht ik niet fotograferen in de National Gallery in Londen, één week later wel. Ik keerde vlak voor Kerst terug om er een dag lang te dwalen, net zo lang tot ik het gevoel had dat de details mij uitzochten, meer dan ik hen. Door het verzamelen merkte ik dat er een vreemd gevoel van eigendom ontstond; eenmaal op mijn telefoon en in mijn computer en later op het blog en in de krant waren die details een beetje 'van mij' geworden.

En natuurlijk zijn de details losgeweekt uit hun context - en zijn het digitale of papieren verschijnselen, reproducties van een kunstwerk. Herinneringen aan de verf waar ik eens voor stond. Maar toch: al sinds ze eeuwen geleden werden gemaakt, zijn deze kunstwerken uit hun oorspronkelijke context gerukt en is hun betekenis gekanteld en herzien. Kijken nu is niet half het kijken van vroeger. Dat is geen nieuws, maar toch best handig om in je achterhoofd te houden als je een oud schilderij ziet.

Detail uit Peter Paul Rubens, Detail uit: De heilige Theresia van Avila bekomt door Christus' tussenkomst de verlossing uit het vagevuur van Bernardo de Mendoza, 1630-35. Beeld Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Antwerpen

Vroeger

Voor musea zijn de oude kunstwerken immers nooit bedoeld, want die bestonden in de 15de, 16de en 17de eeuw niet. Veel kunstwerken werden vroeger intensief gebruikt, zoals je kleding en servies gebruikt; lichamelijk. Ze werden aangeraakt bij devotie of gedragen bij processies. Drieluiken werden geregeld opengevouwen, niet door een man met witte handschoentjes, maar door gewone mensen, soms door degenen die het kunstwerk bij de kunstenaar besteld hadden. Portretten waren bedoeld om mensen in eigen kring te tonen als je bezoek had, en veel intieme werkjes (met naakte vrouwen bijvoorbeeld) hingen in de slaapkamer, bestemd voor maximaal twee paar ogen.

We mogen ze nu niet meer aanraken, we dragen ze niet mee, we kijken er niet dag in dag uit naar, maar slechts een paar seconden in een stille zaal; een minuut is vaak al veel. Tegelijkertijd zijn ze meer aanwezig, beschikbaar, bewonderd of zelfs vereerd, én meer gratis te bekijken dan ooit in de geschiedenis. Nooit zijn kunstwerken zo van ons allemaal geweest. Het hele kunstwerk, met al z'n details. We kunnen ze meenemen, bewerken, aanpassen, vervormen, zelfs laten bewegen.

Hoe te kijken?

Ik heb gemerkt, in de afgelopen twaalf jaar dat ik schreef over oude kunst voor de Volkskrant, dat deze vraag geregeld terugkwam: hoe te kijken? En zelfs, als we toch al zo ver verwijderd zijn van de oorsprong, waarom te kijken? Om iets te leren over geschiedenis? Omdat men vroeger in de Bijbel geloofde, of omdat de Griekse mythen zo belangrijk zijn? Om onze identiteit bevestigd te zien? Omdat het knap geschilderd is?

Ik heb niet de illusie hier antwoord op te kunnen geven; er zijn honderden antwoorden mogelijk. Wat in elk geval duidelijk is: elk mens en elke generatie neemt zijn 'kijkersaandeel' ('beholder's share') mee, zoals cultuurhistoricus Ernst Gombrich dat noemde, waarmee hij het deel aan de betekenis bedoelde dat je zelf aan het kunstwerk 'toevoegt'. Vergelijk het met wolken lezen, schrijft hij in zijn boek Art & Illusion (1956); als je gewone wolken in de lucht ziet kun je er soms een schip, een gezicht of leeuw in zien. Die betekenis ontstaat in je hoofd. Om iets uit een kunstwerk te kunnen halen heb je context, kennis en verbeelding nodig. Je ziet voor een deel wat je al kent.

Gombrichs punt: de betekenis van een kunstwerk wordt gemaakt door kunstenaar én kijker. En die betekenis kan dus nogal verschillen, per mens en per periode.

Informatieconsumptie

De periode waarin wij nu leven is, if anything, een tijd van extreem versnelde beeld- en informatieconsumptie. Per dag kijken we zo'n vijftien uur op smartphone- of computerscherm, er komen dagelijks meer beelden binnen dan iemand twee eeuwen geleden in een heel leven zag. Nooit eerder ook (op de Beeldenstorm na misschien) waren beelden zo bepalend voor ons denken en zijn. Eén foto kan een wetswijziging veroorzaken en zelfs een regime doen wankelen. De impact van beelden op de manier waarop wij de wereld en onszelf beschouwen is ongekend groot. En de versnelling heeft zijn effect: in 2012 deed de Amerikaanse psycholoog Larry Rosen een experiment. Hij liet driehonderd jongeren vijftien minuten iets bestuderen, waarbij hij ze observeerde. De gemiddelde aandachtsspanne van de proefpersonen bleek drie minuten. Afleidingen kwamen vooral van technologie - en het zal niemand verbazen dat degenen die niet direct reageerden op bliepjes en trillingen van hun telefoon, beter studeerden dan degenen die meteen hun apparaat pakten. Onverdeelde aandacht is een enorme luxe geworden.

Een museumbezoek garandeert helaas nog geen onverdeelde aandacht. Er zijn daar vele zalen met vele werken uit vele landen en vele tijdsperioden en elk schilderij is een wereld waar je in kunt stappen en kunt blijven of meteen weggaan. Een museum is soms als een televisie met een paar honderd kanalen. Je kunt overal blijven hangen maar omdat je weet dat er nog zo veel meer is, bekijk je alles kort en vluchtig. Van een dag in een groot museum kun je net zo duizelig en murw worden als van eindeloos zappen op de bank. Onlangs was ik twee dagen in Madrid, en ik had mijzelf één dag voor het Prado gegeven. Het Prado heeft meer dan 70 museumzalen waarin 1.300 kunstwerken te zien zijn. Al ben ik best een getraind kijker;het gevoel van overweldiging was na afloop groter dan bij winkelen in de Kalverstraat op een zaterdagmiddag.

Detail uit Jacob van Oostsanen, Detail uit: Saul bij de heks van Endor, 1526. Beeld Rijksmuseum Amsterdam

IS

Werken met de details was zo anders dan gewoon naar schilderijen kijken dat het me, uiteindelijk, een nieuw inzicht gaf in de rol die kunst kan spelen bij het leven. Eén detail - eigenlijk het vreselijkste - van de doornen die diep onder de huid van Jezus' voorhoofd zijn gedrukt liet me opnieuw nadenken over de wreedheden van de onthoofdingen door IS die in het nieuws kwamen. En ook over onze schaamte: de mate waarin wij geneigd zijn weg te kijken als we direct met een slachtoffer worden geconfronteerd.

Door een ander, die samengeperste mond van David vlak voor het meest bepalende moment in zijn geschiedenis - het verslaan van de reus Goliath -, realiseerde ik me hoe fysiek je kunt reageren op bewegingen en spanningen van anderen als je meeleeft (net als bij een penalty). En opmerkelijk genoeg was het een boom, geschilderd in regelmatig geplaatste stipjes, die me adem gaf op het moment dat de hoeveelheid nieuws me even te veel werd.

Omdat ik dichterbij kwam, letterlijk en door het schrijven, kwam ik ook dichter bij begrip van andere dingen. Meer dan een paar keer keek ik niet slechts anders naar het kunstwerk, maar ook anders naar de wereld. Altijd leverde het nieuw respect op voor de creatieve kracht van de kunstenaar. En vaak ging het om elementaire dingen: dood en doodsbesef, rust, empathie, vreugde; kortom: hoe te leven. Noem het nieuwe aandacht of juist de ultieme afleiding; het maakt niet uit, het gaat om de schoonheid van drijvende gedachten die goede schilderijen oproepen.

Wieteke van Zeil, Dichterbij - Kunst in details
AtlasContact; 256 pagina's; euro 29,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden