Goede mest behoeft geen stank

Drijfmest riekt kwalijk en is schadelijk voor het bodemleven. Maar sommige boeren gebruiken mest die volgens hen de teellaag wél in goede conditie houdt....

BULTEN MEST van zeventig meter lang liggen te dampen op het erf, open en bloot in de buitenlucht. Ze zouden moeten stinken. Maar geen kwalijke urine- en ammoniaklucht bereikt de neusgaten op het veebedrijf van de familie Bouwmans in het Brabantse Bakel. Ook niet als de hand in de mesthoop wordt gestoken en er een pluk uit wordt getrokken.

'En', vraagt Herman Bouwmans verwachtingsvol: 'ruik je iets'. Nee, ook van zeer dichtbij is de mest stankloos.

Deze mest heeft dan ook een bijzondere behandeling gekregen. Door de koeien en varkens twee keer per dag extra koolstof te geven, wordt de stikstof in hun drijfmest gebonden, wat de mest nagenoeg reukloos maakt. Bij Bouwmans wordt van deze mest met bermmaaisel verrijkte humus gemaakt. De broei in de buitenlucht doet het water uit de drijfmest verdampen - de voedingsstoffen blijven in de verbeterde humus zitten. Het reukloze product kan na zes tot acht weken op het land worden uitgereden.

'Onze grond kreeg dertig jaar drijfmest', vertellen vader Herman en zoon Henri Bouwmans aan de keukentafel. 'Je zou zeggen dat daarin genoeg mineralen zitten om de grond, die arm was aan organische stof, vruchtbaar te krijgen. Het is hier namelijk een jong ontginningsgebied. Pas in de jaren twintig is de heide afgegraven. Maar we zijn niks opgeschoten', zegt Henri.

Niet alleen de Bouwmansen, ook veel andere boeren zijn zich gaan afvragen wat ze verkeerd deden. 'We hebben nooit onderzocht wat er met de drijfmest uit de gierkelders op de akkers en het grasland gebeurde. De overheid had meer oog voor de kwalijke verschijnselen voor de burger en het milieu. De mest stonk, veroorzaakte verzuring en moest daarom zo snel mogelijk de grond in. Met mestinjecteurs', zegt Henri Bouwmans.

Maar mestinjectie, waarbij drijfmest met grote kracht in de bodem wordt gespoten, kan veel kwaad aanrichten, menen critici. De drijfmest is nog erg actief en brengt veel chemische reacties in de grond teweeg waarbij zuurstof wordt verbruikt. Uiteindelijk wordt de bodem zuurstofloos, aldus de boeren.

Door de chemische reacties worden de nitraten in de grond 'gedenitrificeerd': de zuurstof en de stikstof in de nitraten worden van elkaar gescheiden en zuivere stikstof vervluchtigt naar de buitenlucht. Bovendien worden er schadelijke stikstofoxiden als lachgas gevormd, die de bodemkwaliteit verder verslechteren. Veel bacteriën, schimmels en wormen, die belangrijk zijn voor de vruchtbaarheid en de gezondheid van de bodem, ontkomen niet aan de gevolgen van de mestinjectie: de zuurstofloosheid en de schadelijke stoffen.

We brengen eigenlijk de teellaag om zeep, zeggen boeren als de Bouwmansen. Uit grondanalyses uitgevoerd door Koch Bodemtechniek in Deventer blijkt dat het zuurstofvermogen - een eenheid die de chemisch-microbiologische gezondheid van de bodem aangeeft - van de Bakelse grond 270 is. Op grond waar de mest op de toplaag wordt gebracht, is die 85 en in bodems waar een mestinjecteur aan te pas is gekomen, - 195. De streefwaarde is 300.

Sommige mensen denken aan de vogels te kunnen zien of er mest van slechte kwaliteit is uitgereden. 'Zie ik kraaien, meeuwen en spreeuwen in een aaneengesloten rij op het weiland zitten, dan is er slechte mest uitgereden. De vogels wachten op de pieren die naar boven vluchten omdat de geïnjecteerde mest agressief is', zegt dr. Jaap van Bruchem, verbonden aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en gespecialiseerd in stromen van voedingsstoffen in bodem, plant en dier.

'Wij voeden de bodem en de bodem voedt de plant', is de lijfspreuk van de twee Bakelse boeren. Dit inzicht is geleidelijk gegroeid. Deze boeren, die een goede bodem als de primaire bron voor een florerend bedrijf zien, zijn sterk geinteresseerd in de stikstofopname door de bodem en de benutting ervan door het gewas. Hoe beter de stikstof wordt gebruikt, des te vruchtbaarder is de grond en des te lager is de uitstoot naar de buitenlucht. Die stikstofbenutting kan worden verhoogd, zeggen de boeren, door niet alleen het voer, maar ook de verbeterde humus zelf, met koolstof te bewerken.

Door de holle structuur kan het koolstofproduct gemakkelijk allerlei stoffen opnemen. Het wordt ook wel de gifvanger genoemd, omdat het schadelijke fenolen bindt in de dikke darm, zo is de filosofie. De precieze werking is echter nog onduidelijk, maar frappant is wel dat de ammoniakuitstoot op bedrijven waar dit middel wordt gebruikt, drastisch terugloopt. Dat percentage ligt tussen de 43 en 72 procent, blijkt uit bodemanalyses van Koch Bodemtechniek in Deventer.

45 Boeren die al jaren met deze koolstof werken, vinden dat ze hun mest niet in de grond hoeven te spuiten, maar bovengronds kunnen uitrijden. De Mestwet verbiedt dit en daarom lopen er 45 strafzaken. Opmerkelijk is echter dat de rechter in Haarlem op 6 juli zo'n strafzaak schorste, nadat het ministerie van Landbouw een onderzoek had aangekondigd. Daarin zal de effectiviteit worden getest van het gebruik van het koolstofproduct, ook wel aangeduid als de FIR-methode (fysische ionen regulateur, de ionen bewerkstelligen dat de kringloop optimaal werkt).

Als de uitkomst gunstig is, mogen de FIR-boeren alsnog de mest óp in plaats van ín de grond brengen. Dit onderzoek vindt thans plaats op De Vijf Roeden in Duiven, een proefbedrijf van het ministerie.

Ook Van Bruchem onderzoekt de FIR-bedrijven. Een aantal doet het goed, maar dat geldt niet voor alle bedrijven. De ongunstige uitschieters gebruiken het koolstofproduct en daarmee is voor hen de kous af. De boeren die gunstig scoren, zijn milieubewuster in hun héle bedrijfsvoering; ze maaien op een tijdstip dat het gras de beste voedingswaarde heeft. Ze geven structuurrijker en eiwitarmer voer. Daardoor is in hun drijfmest minder stikstof in minerale vorm aanwezig. Ze hebben bovendien 50 procent minder ammoniakuitstoot.

'Wij zien dat op FIR-bedrijven de voedingsstoffen beter worden benut en daardoor wordt het milieu ontlast, terwijl toch de productie overeind blijft. Wetenschappelijk is men er nog niet geheel achter hoe het werkt. Ik ben geneigd om eerst te kijken óf het werkt en dan uit te zoeken hóe het werkt. Dat gaat echter in tegen de gangbare wetenschappelijke praktijk', aldus Van Bruchem.

Eén aspect van de FIR-bedrijven prijst hij in het bijzonder. Het gehalte aan organische stof in de bodem wordt verhoogd door de toevoeging van de met koolstof en bermmaaisel bewerkte mest. Dit betekent dat er veel kooldioxide in wordt vastgelegd; de toplaag kan 3 tot 10 procent organische stof bevatten. 'Als de landbouw het handig aanpakt, kan dit een belangrijke bijdrage leveren aan de reductie van de broeikasproblematiek.'

De verbeterde bodemstructuur als gevolg van de bewerkte mest houdt volgens Van Bruchem ook het vocht beter vast. Dit is gunstig om verdroging tegen te gaan. Dit probleem speelt vooral op de zandgronden, in onder meer Brabant. En, stelt Van Bruchem, producten van een gezondere bodem hebben zeer waarschijnlijk ook een hogere biologische kwaliteit.

Bij thuiskomst neemt hij de proef op de som. 'Als mijn vrouw zegt, leg je kleren maar in de garage, dan weet ik dat ik op een bedrijf was met slechtriekende mest. Zegt ze dat niet, dan zit er geen luchtje in mijn kleren. Ben ik op een FIR-bedrijf geweest, dan zit het wel goed. Dan hoeven mijn kleren niet in de garage.'

Marieke Aarden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.