Goede klik

Genieten van vier zalen portretten, documentaire series en autonome foto's

MEREL BEM

Het was de vraag die op ieders lippen brandde en die door moderator Marcel Feil net iets beleefder werd gesteld dan de meesten van de toehoorders hem hadden willen hebben. 'Is het budget van The New York Times Magazine oneindig?', vroeg Feil tijdens een debatavond in het Amsterdamse fotomuseum Foam aan Kathy Ryan, de fotoredacteur van het beroemde tijdschrift, in Amsterdam vanwege haar tentoonstelling The New York Times Magazine Photographs.

Naast haar aan tafel zat fotograaf Erwin Olaf. Die had net verteld over drie grote en vooral dure opdrachten die hij had gedaan voor het magazine. En Ryan zelf had even daarvoor een paar fotografennamen genoemd, waaronder die van Gregory Crewdson, een fotograaf die doorgaans met een heel leger op pad gaat om zijn filmset-achtige foto's te maken, eveneens geen goedkope keuze.

Ryan, al 25 jaar werkzaam bij het prestigieuze tijdschrift, gaf keurig en diplomatiek antwoord. Welnee, wij moeten net als iedereen op de centen letten. En tegelijkertijd beaamde ze: ja, nou ja, we hebben inderdaad niet te klagen. Maar hoe hoog dat budget nu precies is, daar kwam het publiek die avond niet achter.

Het zal niet mals zijn, met een oplage van ruim 1,6 miljoen per week (het tijdschrift verschijnt elke zondag als onderdeel van The New York Times). En gelukkig maar - anders hadden we nu niet kunnen genieten van de tentoonstelling die Kathy Ryan samenstelde met Lesley A. Martin, fotoboekenuitgever bij Aperture. En niet van het boek in stoeptegelformaat dat erbij verscheen (bij Aperture uiteraard), een soort bijbel waarin uitgebreid wordt stilgestaan bij dertig jaar fotografie van The New York Times Magazine.

Genieten. Want dat is wat je doet tijdens het bekijken van vier zalen vol portretten, documentaire series en de meer autonome foto's (wel altijd met een link naar de actualiteit) die door de meest gerenommeerde fotografen in opdracht van het tijdschrift werden gemaakt. Een beetje minder in Foam weliswaar dan in de Église Sainte-Anne in Arles, waar de tentoonstelling afgelopen zomer in première ging en waar beduidend meer ruimte was voor de elf aparte hoofdstukken. Maar dat is klein leed.

Wat vooral telt, is dat je hier ineens tegen het prachtig kwetsbare portret van actrice Cate Blanchett aan loopt, gemaakt door Rineke Dijkstra in 2007. Of tegen het werk van Paolo Pellegrin, maker van indrukwekkende zwart-wit reportages over bijvoorbeeld het geweld in Libië, maar drie jaar geleden ook maker van de Oscar Portfolio, een in het magazine jaarlijks terugkerende serie portretten van acteurs die zijn genomineerd voor een Oscar.

En daar toont zich dan het ware geheim achter het succes van Kathy Ryan en haar redactie: zij doen aan kruisbestuiving. Een doorgewinterde oorlogscorrespondent als Pellegrin sturen zij eropuit om Hollywoodsterren vast te leggen. Een geëngageerde oudgediende als Lee Friedlander geven zij de opdracht om een kijkje te nemen achter de schermen van de New York Fashion Week. Nan Goldin, de grande dame van de rauwe, onopgesmukte reality-fotografie, rent in opdracht van het magazine een tijd achter glamourous topmodel James King aan.

Dat alles pakt vaak verrassend verfrissend uit. Dat komt uiteraard door de kwaliteit van de fotografen, maar ook doordat Ryan precies lijkt te weten welke fotograaf ze voor welke opdracht moet inschakelen. Ze beschikt over uitgebreide kennis van de internationale fotografiewereld en koestert haar contacten met fotografen. Haar betrokkenheid en die van de redactie blijkt met name uit de vorm waarin de tentoonstelling is gegoten en die vandaag de dag populair is: de achter-de-schermen-vorm.

Tussen de foto's hangen e-mails tussen redacteuren en fotografen. Werkschetsen, kattenbelletjes, 'tear sheets' (uitgescheurde pagina's als bewijs dat de foto's zijn geplaatst), druk omcirkelde contactafdrukken - kortom: allerlei belangrijke beslismomenten in het maakproces van het magazine.

Je kunt ook mooi zien hoe het oorspronkelijke idee onderweg van koers kan veranderen, zoals gebeurde bij fotograaf Linsey Addario en journalist Elizabeth Rubin. Die gingen in 2007 als team naar Afghanistan, aanvankelijk om een verhaal over burgerdoden te maken. Mettertijd veranderde hun perspectief en uiteindelijk richtten ze zich op één man, een jonge Amerikaanse legerkapitein die moest beslissen over leven en dood.

'In de loop der jaren is gebleken dat het goed is om bepaalde teams (...) bij elkaar te houden', zegt Kathy Ryan over dat fotografenduo. Maar het had net zo goed over haar (en haar redactie) en The New York Times Magazine kunnen gaan, een combinatie die fotografiegeschiedenis heeft geschreven. Met fijn veel geld, maar vooral met fijn veel passie.

De redactie van The New York Times Magazine stuurt een oorlogsfotograaf naar Hollywood en een rauwe fotografe naar een topmodel. Die kruisbestuiving levert topfotografie op.

Tentoonstelling The New York Times Magazine Photographs

T/m 30 mei in Foam, Amsterdam. Catalogus € 66,50

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden