Goede betrekkingen

Ik heb schoolgegaan. Genoeg schoolgegaan om te beseffen dat ik hiermee Multatuli citeer: 'Ik leg me toe op 't schryven van levend hollandsch....

Ik heb schoolgegaan en dat pleit dus tegen me. Om de dingen niet nog erger te maken dan ze al zijn, heb ik besloten dan tenminste de geciteerde uitspraak van Multatuli fatsoenlijk voor u te checken. En zo kwam ik op het internet terecht bij een 'collegenet' voor scholierenbegeleiding en ik las daar hoe de neerlandicus Kees van Kempen aan onze moderne scholieren Multatuli doceert.

De levende en superieure stijl van Multatuli is overduidelijk niet geschikt voor het onderwijs, en daarom heeft Kees van Kempen het citaat over schoolgaan ingrijpend gecorrigeerd. Hij is er bovenop gaan staan, heeft met de punt van zijn schoen in de gedachte geroerd en heeft vervolgens met de hak van diezelfde schoen de ironie definitief doodgetrapt. Volgens de neerlandicus Van Kempen luidt het Multatulicitaat namelijk zo: 'Ik schrijf slecht Nederlands, want ik heb schoolgegaan.' Bravo, zo is het maar net.

Maar ik dwaal af, want ik begon te zeggen dat ik heb schoolgegaan. Dat schoolgaan van mij kwam in mijn herinnering terug toen er discussie oplaaide over de noodzaak van een Nationaal Historisch Museum. Jan Marijnissen van de SP pleitte voor zo'n Huis der Geschiedenis omdat het onderwijs in Nederland volgens hem jammerlijk heeft gefaald: 'Bonifatius wordt door leerlingen in de negentiende eeuw geplaatst; van de tijd voor 1850 weten ze meestal helemaal niets meer.'

Om de Nederlanders wat historisch besef bij te brengen zou zo'n nieuw museum de wordingsgeschiedenis van Nederland aanschouwelijk moeten maken. Het museum zou het verhaal moeten vertellen achter onze democratie. En zo kwam het dus dat ik, denkend aan Holland, me afvroeg: wat weet ik eigenlijk zelf van de ontstaangeschiedenis van onze staat en onze democratie? Is er van al die lessen eigenlijk wel iets blijven hangen?

Ik heb schoolgegaan. Door zoveel schoolgaan is mijn hoofd een vergaarbak van informatie geworden, en in die bak vind ik soms niet zo snel wat ik zoek. Toen ik dacht aan de staat en aan onze eerste staatsregelingen, dacht ik vanzelf aan Napoleon; en toen ik aan Napoleon dacht, schoot me meteen de Napoleontische wet op de rupsennesten te binnen; en toen ik aan de Napoleontische wet op de rupsennesten dacht, wist ik me nog heel precies te herinneren dat die wet in het parlementaire jaar 1872-1873 door de Nederlandse wetgever is ingetrokken. Maar nee, het was toch eigenlijk niet wat ik zocht.

Laat ik niet afdwalen. Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik door mijn schoolgaan hooguit iets wijzer ben geworden over de rechtsstatelijke traditie van Nederland. Daardoor valt het me ook steeds vaker op dat politici juist veel liever spreken over de democratie dan over de rechtsstaat. Liever over de verdeling van macht dan over de bescherming door het recht. Liever over de manier waarop de volksvertegenwoordiging is geregeld dan over de manier waarop de overheid aan het recht is gebonden. Liever over bestuurlijke vernieuwing, kortom, dan over bestuurlijke kwaliteit. Het verlangen van Jan Marijnissen naar een museum dat het verhaal van de democratie vertelt, leek me dan ook het typische verlangen van een politicus.

Intussen wilde ik best even met Jan Marijnissen meedenken over de democratie. En dus dacht ik aan het gelijkheidsbeginsel dat aan de democratie ten grondslag ligt. Ik groef in mijn geheugen en herinnerde me opeens wat Napoleon schreef over gelijkheid tussen man en vrouw. La femme est notre propri, schreef hij. De vrouw is ons eigendom, want zij geeft ons kinderen, en dus is zij ons eigendom zoals de fruitboom het eigendom is van de tuinman. Al gauw begreep ik dat ook dit niet precies was wat ik zocht.

Goed, waar was ik gebleven? O ja, ik heb dus schoolgegaan, maar ik ben de meeste dingen die ik er leerde weer vergeten. De Bataafse Republiek, de vestiging van de parlementaire democratie, het ontstaan van de politieke partijen - ik heb er louter vage herinneringen aan. Dat pleit niet voor me, ik weet het, en ik wil wel beloven onmiddellijk het Nationaal Historisch Museum te gaan bezoeken zodra dat is opgericht.

Wat ik uiteindelijk echt wilde zeggen is dat het schoolgaan ons geen garanties biedt. Zelfs als we ons wel herinneren wat we op school hebben geleerd, dan nog is er geen enkele garantie dat we die kennis ook serieus nemen. In de oliebollentijd las ik in Het Parool een bericht dat me tot dit inzicht bracht en dat me blijvende en grote schrik heeft aangejaagd. Het bericht ging over een oliebollenkraam en het raakte aan de grondslagen van de staat.

In Amsterdam waren door een fout van het bestuur dubbele vergunningen afgegeven aan attracties op de Dam. Ook de oliebollenbakkers hadden een vergunning, maar ze moesten van de gemeente hun kraam toch weer afbreken. Dus spanden ze een kort geding aan. Niet zo slim, schreef de econoom Arnold Heertje. 'Als zij verstandig waren geweest, hadden ze van meet af aan gekozen voor goede betrekkingen met de gemeente.'

Ik begreep het niet meteen, want wat heeft een vergunning te maken met goede betrekkingen met de gemeente? Wel, legde Heertje uit, de oliebollenbakkers hadden hun relatie met Amsterdam voorgoed verpest door hun recht op te eisen: 'Ongetwijfeld blijven ze volgend jaar verstoken van vergunningen voor hun ijsbanen, hun oliebollen, hun tenten en hun nering.' Houd de overheid liever niet aan haar woord, wijs haar niet op haar fouten, bedoelde Heertje, anders ben je je leven niet zeker.

Professor Arnold Heertje heeft schoolgegaan. Hij weet ongetwijfeld dat ook de overheid zich aan het recht dient te houden. Hij neemt die kennis alleen niet serieus. Misschien moeten we ons daarom in het vervolg ook maar eens zorgen gaan maken over al die mensen die wel hebben schoolgegaan. Over de leraren Nederlands die Multatuli verknoeien. Over de opiniemakers die een loopje nemen met het recht. Want ze weten wel beter, die mensen die beter moeten weten. Ze zouden alleen een beetje bij de les moeten blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden