Goed verliezen is fundament onder Amerikaanse democratie

Als er iets is waarop de Amerikanen zich graag beroemen, is het wel dat ze een ruim tweehonderd jaar lange traditie van vreedzame machtswisselingen hebben, schreef Bert Lanting op 20 oktober.

De Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump maakte een storm van kritiek los met zijn weigering te garanderen dat hij, ook als hij verliest, zich op 9 november bij de uitslag zal neerleggen. Beeld afp

Er vloeit geen bloed en op een enkele uitzondering na legt de verliezer van de presidentsverkiezingen zich zonder sputteren bij zijn nederlaag neer. Vandaar dat de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump een storm van kritiek losmaakte met zijn weigering te garanderen dat hij, ook als hij verliest, zich op 9 november bij de uitslag zal neerleggen.

Chaos

Trumps opmerking tijdens het derde debat met Hillary Clinton sloeg in als een bom. Vanuit alle hoeken kreeg de Republikeinse presidentskandidaat het verwijt dat hij met zijn opstelling de bijl aan de wortel legt van het Amerikaanse democratische bestel. Twitteraars zetten Trumps houding af tegen de grootmoedige manier waarop president Bush sr. zich neerlegde bij de overwinning van Bill Clinton. 'Jij zult nu ónze president zijn, als je dit leest. Jouw succes is het succes van onze land. Ik sta vierkant achter je,' schreef hij in een briefje dat hij in de Oval Office achterliet voor zijn Democratische opvolger.

Ook voor de leiding van de Republikeinse partij kwam de opstelling van Trump als een verrassing: nog maar enkele uren eerder had partijvoorzitter Reince Priebus verzekerd dat Trump zich wel bij de uitslag zou neerleggen. Net als veel Democraten vrezen sommige Republikeinen dat er na de verkiezingen chaos zal uitbreken, als Trump niet ophoudt met zijn beschuldigingen dat de verkiezingen doorgestoken kaart zijn. Een groot deel van zijn achterban is ervan overtuigd dat de Democraten al druk bezig zijn de verkiezingen te 'stelen'.

In werkelijkheid is het vrijwel onmogelijk de verkiezingen te vervalsen, erkennen ook Republikeinse partijfunctionarissen. De organisatie van de stembusgang is in handen van de overheden in de staten en die verschillen van staat tot staat in politieke kleur. Justin Levitt, die staatsrecht doceert aan de Loyola Law School in Los Angeles, stuitte in een uitvoerig onderzoek op slechts 31 gevallen van stembusfraude op ongeveer 1 miljard stemmen die sinds 2000 zijn uitgebracht.

Hertelling

Hoewel Trumps achterban nu moord en brand schreeuwt is het nog de vraag of er werkelijk chaos zal uitbreken na de verkiezingen. Als de opiniepeilingen kloppen, heeft Clinton inmiddels zo'n voorsprong op Trump dat het een zinloze exercitie zou worden de uitslag aan te vechten. Dat lag anders in 2000 tijdens de verkiezingen tussen de Republikein George Bush en de Democraat Al Gore. Gore en zijn runningmate Joe Lieberman eisten een hertelling van de stemmen in Florida nadat Bush die staat met slechts een paar honderd stemmen meer had gewonnen.

Daarmee kwam Bush net op het benodigde aantal kiesmannen om president te worden, terwijl Gore landelijk de meeste stemmen had behaald. Aanleiding voor de klacht van Gore en Lieberman ('Sore Loserman' spotten de Republikeinen) was dat er in een paar kiesdistricten onduidelijke stembiljetten waren gebruikt, waardoor Gore-aanhangers per ongeluk op de verkeerde kandidaat hadden gestemd.

Het politieke klimaat was destijds ook flink bedorven doordat de Republikeinen nog maar kort daarvoor hadden geprobeerd president Clinton af te zetten wegens zijn gelieg over zijn affaire met Monica Lewinsky. Na vijf weken van juridische procedures en moeizaam hertellen van de stemmen gaf het Amerikaanse Hooggerechtshof met vijf tegen vier stemmen opdracht de hertelling te staken, waarmee Bush definitief tot winnaar werd uitgeroepen. Gore was het niet met de uitspraak eens, maar legde zich er wel bij neer.

Ook de Republikein Richard Nixon legde zich in 1960 neer bij de overwinning van zijn Democratische rivaal John Kennedy, die landelijk maar een kleine 113 duizend stemmen meer haalde. Nixons medewerkers drongen erop aan dat hij een hertelling zou eisen. Maar ondanks geruchten over gesjoemel met stemmen in Chicago, waar de Democraat Richard Daley de scepter zwaaide, besloot Nixon de uitslag niet aan te vechten.

Dit artikel stond op 20 oktober 2016 in de Volkskrant.

Al Gore en George Bush, jr. in het Witte Huis in 2007. Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden