'Goed nieuws over onderwijs stuit op algemeen ongeloof'

Een analyse van de berichtgeving over de kwaliteit van het onderwijs in de laatste twintig jaar leert ons dat het altijd kommer en kwel is. Zelfs als er iets positiefs te melden is, blijft de teneur negatief.

© THINKSTOCK

Amper drie dagen nadat verslaggever Robin Gerrits (de Volkskrant, 9 september) op basis van onderzoek verslag deed van de stijgende reken- en taalprestaties van basisschoolleerlingen, sabelt Jeanet Meijs, bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON), het basisonderwijs genadeloos neer.

Deugt niet
Het basisonderwijs, zo poneert zij, deugt gewoon niet en dat heeft te maken met het feit dat er te veel mbo-meisjes op de pabo zitten, dat het onderwijzend personeel het werk van de kinderen niet nakijkt en zelfs niet eens klassikaal bespreekt en dat er veel 'onderwijsvernieuwingen' zijn doorgevoerd.

Dat roept de vraag op waar Meijs deze oorzaken allemaal vandaan heeft. Haar antwoord is echt onthutsend. De problemen die zij schetst, zo geeft zij volmondig toe, zijn niet zichtbaar voor de buitenwereld. Wij moeten haar kennelijk op haar blauwe (of bruine) ogen geloven, maar veel reden is daar niet toe. Meijs leukt haar betoog op met een aantal goed bekkende mythes.

Debacle
Neem de mythe over het 'belabberde' onderwijsniveau. Voor zover er cijfers zijn, wijzen die helemaal niet in de richting van een of ander debacle. Volgens het Arnhemse toetsinstituut Cito is er een bescheiden, maar redelijk bestendige opgaande lijn bij de reken- en taalprestaties te ontwaren. Ook de onderwijsinspectie maakt zich minder zorgen over het basisonderwijs dan over het voortgezet onderwijs. De recente PISA-resultaten bevestigen al evenmin het beeld van een crisissituatie in het basisonderwijs.

Ouders zijn gematigd positief over het basisonderwijs, en dat oordeel is de aflopen zes jaar stabiel gebleven. Zij zijn meer tevreden over de kwaliteit van het basisonderwijs dan over de kwaliteit van het voortgezet onderwijs. Neem de mythe over de werkdruk. Die zou in het basisonderwijs gigantisch zijn: docenten hebben volgens Meijs naast 'hun onderwijsgevende taak tweehonderd extra verplichte taken. Ze worden bedolven onder vernieuwingen, veranderingen, vergaderingen, scholingsdagen, toetsen, testen, beleidsplannen en wat al niet meer.'

Werkdruk
Ervaren docenten in het basisonderwijs dat ook zo? De werkdruk mag de afgelopen zes jaar dan wel zijn toegenomen (in 2004 was 36 procent ontevreden tot zeer ontevreden, in 2010 was dat percentage opgelopen tot 45), maar ook nu nog is de meerderheid van de personeelsleden tevreden over de werkdruk. 52 procent is tevreden en 3 procent zelfs zeer tevreden. Uit ander onderzoek blijkt dat docenten niet meer werken dan waarvoor ze betaald worden. Wel heeft het onderwijs te kampen met relatief veel piekbelastingen.

Ook de onderwijsvernieuwing moet het ontgelden. Meijs wil terug naar klassikaal onderwijs. Steevast wordt de ideale situatie van het klassikale systeem met goed opgeleide docenten vergeleken met de alledaagse dwarse praktijk van het huidige 'vernieuwde' onderwijsbestel. Hoe die vergelijking uitpakt, laat zich raden. Was het traditionele (meer) klassikale onderwijs van pakweg twintig jaar geleden zoveel beter? Destijds gaven leerlingen aan ontevreden te zijn over de - in hun ogen - saaie en betekenisloze leerinhouden en de initiatief-onderdrukkende doceerstijl.

Hardnekkige mythen
Als we de bescheiden hoeveelheid cijfers over de onderwijsprestaties terzijde schuiven, de werkdruk in het basisonderwijs enorm opblazen en de bestaande praktijk met een prachtig maar papieren ideaal vergelijken, dan kan Meijs haar verhaal overeind houden. De ongefundeerde kritiek en de hardnekkige mythen die Meijs presenteert, zijn niet exclusief voor het basisonderwijs. Ze keren periodiek terug in het publieke debat. Ditmaal is die gericht op het basisonderwijs, een paar maanden geleden op het hbo. Aan acht opleidingen hing een luchtje, en vervolgens deugden de overige 1181 opleiding dus ook. Onderzoek hoefde niet. Men had genoeg aan anekdotes.

Een analyse van de berichtgeving over de kwaliteit van het onderwijs in de laatste twintig jaar leert ons overigens dat het altijd kommer en kwel is. Zelfs als er iets positiefs te melden is, blijft de teneur negatief. Het debat over het onderwijs verdient echter een serieuze argumentatie, gebaseerd op feiten. Al decennia is het modieus om over het onderwijs te somberen. Maar de onderbouwing van de klaagzang ontbreekt goeddeels.

De docenten Willem-Jan van Gendt en Ron Ritzen zijn oprichters van de Vereniging Kritische hbo-docenten en auteurs van het boek De kwaliteit van het hbo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden