Goed in Spanje was vaak kwaad

De ‘goeien’ in de Spaanse Burgeroorlog wilden Spanje redden uit de klauwen van de ‘kwaaien’, de fascisten. is het beeld....

Als er een prijs voor de meest romantische oorlog zou bestaan, zou de Spaanse Burgeroorlog ongetwijfeld genomineerd worden. Bijna zeventig jaar geleden, op 18 juli 1936, kwamen Spaanse troepen onder leiding van generaal Franco in opstand tegen de democratisch gekozen, linkse regering. De rebellen kregen hulp van Hitler en Mussolini, de regering werd bijgestaan door Stalin en door vrijwilligers die vanuit de hele wereld toestroomden om de democratie te redden uit de klauwen van het aanstormende fascisme.

Beroemde schrijvers en dichters schaarden zich achter de republikeinse regering, onder wie Ernest Hemingway, Pablo Neruda, W.H. Auden en Stephen Spender. Sommigen, zoals George Orwell en André Malraux, vochten daadwerkelijk mee. Het lijkt een overzichtelijk verhaal: links tegen rechts, goed tegen kwaad.

In zijn nieuwe boek De Strijd om Spanje bekritiseert de Engelse militair historicus Antony Beevor het beeld van de ‘onbevlekte republiek die werd verkracht door een fascistisch monster’. Over de wreedheid van Franco’s nationalisten laat hij geen twijfel bestaan. Ze hebben naar schatting 200 duizend mensen gedood, terwijl de regeringsgezinde republikeinen 38 duizend doden op hun geweten hebben.

Maar ook de republiek was allesbehalve onbevlekt, stelt Beevor, mede op basis van onderzoek in Russische archieven die eerder niet beschikbaar waren. Naarmate de oorlog vorderde, kregen de communisten meer macht aan republikeinse zijde. Zij veranderden Spanje gaandeweg in een politiestaat naar sovjetmodel, compleet met concentratie- en heropvoedingskampen. Linkse rivalen werden geliquideerd, internationale ‘vrijwilligers’ die naar huis wilden, ter plekke doodgeschoten.

Het boek kwam vorig jaar al in Spanje uit en won de La Vanguardia-prijs voor non-fictie. ‘Ik begreep dat zelfs het Spaanse kabinet erover gediscussieerd heeft’, zegt Beevor. ‘Premier Zapatero was er niet zo blij mee. Hij is nog een van de mensen die in de “onbevlekte republiek” gelooft.’

Beevor deinst niet terug voor het stellen van controversiële wat-als?-vragen. ‘Normaal gesproken vind ik dat een beetje dubieus, maar in het geval van Spanje kun je er niet omheen, vind ik. Wat zou er gebeurd zijn als niet links, maar rechts de verkiezingen van 1936 had gewonnen? Per slot van rekening was het verschil minder dan 2 procent. De socialistische leider Largo Caballero dreigde voor de verkiezingen al met een burgeroorlog, als rechts zou winnen. In 1934 waren de socialisten al een keer in opstand gekomen.’

Russische Revolutie

Rechts had alle reden om bang te zijn voor de republikeinse regering, stelt Beevor. ‘Largo Caballero zei dat de bourgeoisie vernietigd moest worden. Op de achtergrond speelde de Russische Revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog mee. Iedereen in Europa kende de slachtpartijen en de verwoestingen, maar ook de vernietiging van kunst en literatuur. Het bolsjewisme dreigde alles te vernietigen waar de burgerij in geloofde.

‘Ik probeer Franco niet te verdedigen. Zijn regime was wreed, rancuneus en bitter. Maar ik probeer te begrijpen hoe deze tragedie zich kon ontwikkelen. Wie alleen rechts de schuld geeft, sluit zijn ogen voor de ongelooflijke onverantwoordelijkheid van een aantal linkse facties. Dat is ook relevant voor nu. De Spaanse Burgeroorlog laat zien wat er kan gebeuren als je retoriek totaal uit de hand laat lopen, zoals Largo Caballero deed.’

De republikeinse regering werd gesteund door een bont gezelschap van liberalen, socialisten, communisten en anarchisten. Hun grootste vijanden waren de grootgrondbezitters, het leger en de katholieke kerk, in Spanje een aartsconservatie instelling die sociale ongelijkheid als een goddelijk gegeven beschouwde.

Op 18 juli 1936 kwamen nationalistische troepen in opstand. Ze slaagden er echter niet in de macht te grijpen. In augustus was Spanje verdeeld in een republikeinse en een nationalistische zone. De nationalisten bezetten een brede strook binnenland van Galicië in het westen tot Aragon in het oosten, alsmede een klein deel van Andalusië. Op dat moment stonden de republikeinen er beter voor. Ze hadden de grote steden en de belangrijke industriegebieden van Asturië, Baskenland en Catalonië in handen.

Toch had de Republiek uiteindelijk geen kans, meent Beevor. Franco kon beschikken over de beste troepen. Hij kreeg ook veel meer steun uit het buitenland, niet alleen van Duitsland en Italië, maar ook van Amerikaanse bedrijven als Ford, General Motors en Dupont. De Republiek werd slechts gesteund door een opportunistische Stalin, die zijn enthousiasme voor de Spaanse zaak gaandeweg verloor.

Maar belangrijker is dat de republikeinen hun eigen zaak ondergroeven, meent Beevor. Ten eerste waren ze sterk verdeeld. De socialisten in Madrid weigerden bijvoorbeeld bestellingen te doen bij Catalaanse fabrieken die door de anarchisten waren overgenomen. Op hun beurt weigerden de anarchisten aanvankelijk om orders aan te nemen, zelfs op het slagveld. ‘Discipline was bijna een misdaad’, schreef de anarchist Abad de Santillan later. Dat kwam de vorming van een slagvaardige strijdmacht uiteraard niet ten goede.

Benarder

Naarmate de oorlog vorderde, werd de macht van de communisten groter. Zij werden gesteund door de Sovjet-Unie, de enige bondgenoot van een republiek die door de rest van de wereld in de steek werd gelaten. Hoe benarder de Republiek ervoor stond, hoe meer mensen hun laatste hoop vestigden op de communisten, die in elk geval krachtdadig waren.

Ten onrechte, meent Beevor. ‘Een van de belangrijkste nieuwe punten van mijn boek is de militaire analyse. De strategie van de communistische commandanten was utterly, utterly hopeless. Uit propaganda-overwegingen lanceerden ze steeds opnieuw grootscheepse offensieven, die moesten aantonen dat het volksleger onverschrokken de strijd aanbond met de fascistische vijand. Daardoor werden enorme verliezen geleden, onder de beste troepen en het beste materieel.’

Vooral de communistische vrijwilligers van de Internationale Brigades leden zwaar onder deze strategie. Vanwege hun grote propagandistische waarde werden ze doorgaans als eerste naar het front gestuurd. Geleidelijk aan kregen ze steeds meer in de gaten hoe ze werden opgeofferd aan een zinloze strategie, vertelt Beevor.

Maar oppositie werd genadeloos afgestraft. In 1937 sloeg een groepje vrijwilligers op de vlucht uit angst voor nationalistische gevechtsvliegtuigen. Hun commandant wees willekeurig vijf mannen aan en schoot ze in sovjetstijl met een pistool door het achterhoofd. Later werden vaak mitrailleurs achter de linies opgesteld, om te verhinderen dat de strijders zich terugtrokken.

‘Veel communistische commandanten waren incompetente slagers, hysterische stalinisten die de gevolgen van hun eigen blunders toeschreven aan sabotage door trotskisten in hun eigen troepen’, zegt Beevor.

Brigadisten die politiek onbetrouwbaar werden geacht – of gewoon naar huis wilden – werden opgesloten in concentratiekampen, geleid door Russische officieren en bewaakt door Spaanse communisten, die anders dan hun kameraden aan het front wél over de nieuwste wapens beschikten.

Geheime dienst

Sovjetmethoden werden moeiteloos toegepast in Spanje. In juli 1937 werd Andrés Nin, de leider van POUM (een rivaliserende marxistische partij) gearresteerd en overgedragen aan agenten van de Russische geheime dienst NKVD, die hem naar een huis buiten Madrid brachten. Een groepje Duitse communisten viel het huis binnen, zich uitgevend voor Gestapo-agenten die Nin kwamen redden. Ze lieten Duitse documenten, fascistische badges en nationalistisch geld achter. Vervolgens verspreidden de communisten het verhaal dat Nin door de fascisten was bevrijd. In werkelijkheid lag hij achter het huis begraven.

Beevor: ‘Het is interessant om je af te vragen wat er gebeurd zou zijn als de Republiek zou hebben gewonnen. Uit de sovjet-archieven blijkt duidelijk dat de communisten de macht wilden grijpen, op dezelfde manier als zij later in Oost-Europa hebben gedaan.’

Zo ver kwam het niet. Op 19 mei 1939 maakte Franco zijn triomfantelijke intocht in Madrid. Voor de Spanjaarden zal het weinig hebben uitgemaakt. Elke avond nam hij na de maaltijd, onder het genot van een kopje koffie, de doodvonnissen door. Als hij een veroordeelde tot afschrikwekkend voorbeeld wilde stellen, schreef hij erbij: ‘wurgen en persaandacht’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden