'Goed en kwaad boeit me niet'

Hoe hij tot het schrijven van dit boek is gekomen? (Zijn communistische vader vertelde hem de geschiedenis van Gestapo-chef Heydrich). Of hij gelukkig is met de titel? (Nee, wat hem betreft had het boek Operatie Anthropoïde moeten heten, maar dat vond zijn uitgever te veel sciencefiction). Wat hij van dat andere recente geruchtmakende Franse boek over een SS'er vindt? (De welwillenden van Jonathan Littell? Dat is Houellebecq bij de nazi's).


Het zijn allemaal vragen die je Laurent Binet niet meer hoeft te stellen. De antwoorden zijn bekend. Ze staan in zijn boek, dat even wonderlijk is als de titel doet vermoeden, maar lang niet zo hermetisch. Integendeel, HhhH (voluit: Himmlers hersens heten Heydrich), is een soepele, lichtvoetige oefening in koorddansen tussen fictie en werkelijkheid.


HhhH is het verhaal van de aanslag op Reinhard Heydrich, architect van de massamoord op joden met gaskamers, en namens Hitler beheerder van het bezette Tsjechië. Twee jonge verzetsmannen, een Tsjech en een Slowaak, worden vanuit Engeland per parachute in Tsjechië gedropt om Heydrich te vermoorden. Codenaam: operatie anthropoïde.


Laurent Binet beschrijft tot in detail hoe dat in zijn werk ging. Maar - hoogst opmerkelijk voor een roman - hij wijkt daarbij geen duimbreed af van de feiten. De geschiedenis van de aanslag wordt afgewisseld met even korte hoofdstukken waarin hij zijn eigen onderzoek vertelt: de boeken die hij las, de films die hij zag, de musea de hij bezocht, de videospellen, de reizen, de ontmoetingen.


Zo koorddanst de lezer met hem mee. Hij komt te weten wanneer de schrijver niet zeker is van zijn zaak, maakt met hem sprongen door de tijd als er geen materiaal voor handen was en verneemt bij sommige passages, vooral als het dialogen zijn, dat hier fictie wordt bedreven.


In Le Reflet, het studentencafé bij de Sorbonne waar we hadden afgesproken, wordt op een stevig volume Hank Williams gedraaid. Daarom wijken we uit naar LS, een brasserie vlakbij. 'Dit café komt voor in mijn volgende boek', vertelt Binet als we ons hebben geïnstalleerd. Hij is jongensachtig, ondanks zijn 38 jaar. Praten doet hij zoals hij zijn boek schreef: levendig en tegelijk zeer zorgvuldig, en met een ondertoon die vertrouwen wekt.


Binet kreeg voor zijn boek de Prix Goncourt voor de beste debuutroman. Maar is HhhH eigenlijk wel een roman? Binet aarzelt over het woord. 'Ik heb het een infraroman genoemd, omdat de wordingsgeschiedenis zichtbaar is. Maar ik gebruik de methode van de roman, een voortschrijdende ontwikkeling. Bovendien: het is geen essay, geen historisch werk, geen biografie; roman komt het dichtst in de buurt.'


'Ik wilde de lezer eraan herinneren dat het niet zomaar een scenario is, ontsproten aan een vruchtbare verbeelding. Het gaat om echte mensen. Je mag geen verraad plegen jegens hun geschiedenis. Ga je verzinnen of de feiten naar je hand zetten, dan worden de parachutisten personages, die alleen nog oppervlakkig lijken op wie ze ooit waren. Het verhaal wordt dan fragiel. Waar trek je de grens tussen wat kan en wat te ver gaat?'


'Het hangt ervan af wat je wilt. Er zijn prachtige romans die helemaal uit de verbeelding komen. En dan is er Louis Aragon die zegt dat de kunst van de roman berust op het vermogen te liegen. Maar dat is niet wat ik met dit boek wilde. Bovendien, de werkelijkheid is fantastisch genoeg. De stengun die op het beslissende moment weigert, Heydrich die als kind van joods-zijn werd beschuldigd, de belegering van zeven verzetsmensen door honderden SS'ers in de crypte - je hoeft niets toe te voegen.'


'Misschien. Maar door toe te geven dat ik me kan vergissen, doe ik ook een beroep op de inschikkelijkheid van de lezer. Je moet niet alles wat is geschreven voor klinkende munt aannemen - dat wilde ik overbrengen. Daarom laat ik het merken wanneer ik niet helemaal zeker was.'


Hij lacht. 'Het gaat me vooral om de realistisch-psychologische roman. In de negentiende eeuw was dat een zeer krachtige vorm. Maar tachtig procent van de romans houdt nog steeds vast aan de schema's die sinds Balzac al niet meer werken. De markiezin vertrekt om vijf uur, zei André Breton, om de belachelijkheid ervan te laten zien. Want hoezo vijf uur? En wat doet het ertoe? Dat arbitraire, quasi-exacte vind ik strontvervelend. Het maakt de literatuur tot een routine en verhindert verdere ontwikkeling.'


'Daar heb ik geen probleem mee. Er zijn schrijvers, zoals Chloé Delaume, die met autofictie interessante, gewaagde boeken schrijven. Voor anderen, zoals Christine Angot, ben ik allergisch. Mij gaat het om de methode, niet de thematiek.


'Maar ik geef meteen toe dat ik mezelf ook in mijn boek opvoer. Het is me wel verweten: waarom moet je zo nodig over je vriendinnen vertellen? Zo wil ik mezelf laten kennen; degene die dit boek heeft geschreven, is iemand met een zekere politieke voorkeur, met een bepaalde smaak, met een levensstijl.'


'Het wordt zo snel flauwekul. Dan lijkt het slim en handig, maar in wezen word je niets wijzer. Ik wilde zeker niet herhalen wat Littell met De welwillenden deed. Hij probeert met één individu de nazi-mentaliteit te verklaren. Het is naïef te denken dat je het Kwaad zichtbaar kan maken door in het hoofd van een fictief personage te kruipen. Het enige wat je dan leert, is hoe de auteur zelf erover denkt. Psychologie is heus interessant, maar het werkt in romans vertroebelend.


'Littell schept het personage van de elegante, gecultiveerde nazi die een middagwandeling maakt met Flaubert in zijn zak. Dat is een mythische constructie, bedacht door de nazi's zelf. Zulke nazi's bestonden niet. Ook Hey-drich, die een goed violist was, was geen groot intellectueel. Ik heb het boek van Littell met belangsteling en zelfs plezier gelezen. Maar wie denkt dat dit de bijbel is van de naziziel, die vergist zich. Ik kan daar uren over praten. Mijn uitgever heeft me pagina's over Littell laten schrappen.


'Dat Heydrich door de grote baas Himmler werd ontdekt, komt ook doordat hij een tijdlang geen werk had. Zo simpel ligt het soms. Toeval speelt een grote rol. Dat geldt ook voor het samengaan van zijn efficiëntie en jodenhaat.'


'Dat is een vraag naar de psychologie waarop ik geen antwoord kan geven. Ik weet wel dat we allemaal in ons leven gemene dingen hebben gedaan. In een vierkante kilometer rond dit café vind je zeker drie of vier mensen die onder bepaalde omstandigheden kunnen doen wat Heydrich deed. Ik las onlangs de biografie van Stefan Zweig over Joseph Fouché, een generaal onder Napoleon. Die was cynisch, effectief en opportunistisch en had geen last van scrupules. Hij had precies de techniek en eigenschappen om een Heydrich te worden. Terwijl Heydrich onder andere omstandigheden een normaal leven zou hebben kunnen leiden, waarbij niemand te weten kwam wat hij zoal in zich had.'


'Goed en kwaad interesseren me eigenlijk niet. Die behoefte om altijd maar het kwaad te willen begrijpen, dat beneemt het zicht op de roversholen. Charlotte Lacoste schreef daar een mooi boek over; Verleidingen van de beul. Wie gefascineerd raakt door beulen, kan er mee eindigen te denken dat ze als wij zijn en dat alleen de omstandigheden het verschil maken. Niet iedereen wordt Heydrich of Hitler; sommigen verzetten zich, anderen doen mee.'


'Dat kwam vanzelf. Er waren gaten in de geschiedenis, perioden waarover niets bekend is. Die wilde ik niet opvullen met verzonnen verhalen. Zo ontstond die afwisseling. Ik kon perioden oningevuld laten, bijvoorbeeld als het volgende voorval pas weer zes maanden later was. Dat is om je nek over te breken, zeiden ze in Frankrijk. Maar ik heb dit liever dan scènes waarin wordt beschreven dat de parachutisten een koffietje drinken of Heydrich aan zijn ontbijt zit.'


'Dat gaf me juist zin. De verfilming door Fritz Lang, Hangmen also Die uit 1943, is een meesterwerk en tegelijk historisch zeer interessant. De film laat zien hoe de Amerikanen dachten het Europese verzet te kunnen aanwakkeren. Elke biografie die verscheen, liet me nieuwe elementen ontdekken. Maar het was ook angstig. Mijn boek moest het resultaat zijn van al die informatie uit allerlei bronnen. Ik vertel niets wat niet al gezegd is, maar laat het in een nieuw verband zien. Althans, dat hoop ik.'


In HhhH komt ook Salon Kitty voor, het bordeel dat Heydrich in Berlijn begint om nog meer informatie over getrouwen en tegenstanders te verzamelen. Ook een prachtig onderwerp voor een boek, schrijft Binet dan. Maar het loopt anders. Zijn volgende boek, waarvan een van de scènes zich afspeelt in het café waar we nu zitten, wordt fictie. 'Niet psychologisch, eerder ludiek. Een verzonnen verhaal, maar met bestaande mensen. Dit keer vertrek ik vanuit de fictie en ga in de richting van de werkelijkheid. Je duwt de logica van de fictie naar de rand en kijkt tot hoe ver je kunt gaan; zoals Quentin Tarantino dat in Inglourious Basterds doet.'


Er wordt gesproken over een verfilming van HhhH, vertelt Binet. Hij zou graag Paul Verhoeven willen als regisseur, kan de verslaggever dat aan zijn landgenoot overbrengen? 'Ik hou van zijn films. Heel eclectisch gaat hij van genre naar genre en stelt telkens weer een standaard. En hij heeft een van de grootste acteurs ontdekt: Rutger Hauer. Jammer dat hij te oud is om Heydrich te spelen.'


Laurent Binet: Himmlers hersenen heten Heydrich.


Uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes.


Meulenhoff; 346 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 2908 685 1.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden