Goed dat film een groot publiek bij Michiel de Ruyter betrekt

gastcolumn Geerten Waling

De geschiedenis van Michiel de Ruyter illustreert hoe de Nederlandse Republiek onder druk stond van interne conflicten en dreiging van buiten.

Frank Lammers in zijn rol van Michiel de Ruyter tijdens opnames op het Markermeer voor de film Michiel de Ruyter. Beeld anp

Bevrijdingsdag is onzin. Nederland wérd op 5 mei 1945 helemaal niet bevrijd. Vrouwen waren nog elf jaar handelingsonbekwaam. Homo's werden nog 56 jaar wettelijk gediscrimineerd. Om over de huidige 'vrijheid' van meningsuiting nog maar te zwijgen. Hoe durf je Bevrijdingsdag te vieren!

Zo gaat althans de logica van de demonstranten die tegen de film Michiel de Ruyter protesteren. In de 17de-eeuwse admiraal zien zij vooral een slavendrijver en verfoeilijke schurk, over wie dientengevolge geen speelfilm gemaakt mag worden. Niet voor niets bleef het protest marginaal en zakte het weg in een moeras van zwakke argumentatie en onderlinge twist.

Het is een bekende reflex: het projecteren van de moraal van onze tijd op het verleden. Hugo de Groot deed het al met de Bataafse mythe, de nazi's met de Germaanse lotsverbondenheid. Die reflex reduceert geschiedschrij-ving tot mythevorming - een uiterst subjectieve, politiek-ideologische bezigheid. Tegen deze mythevorming moeten historici in het geweer komen.

Friedrich Nietzsche schrijft dat al in zijn Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben (1874): 'kritische geschiedschrijving' moet mythes doorprikken en voorkomen dat we op een beklemmende manier gefixeerd raken op ons verleden. Maar zo'n kritische benadering kan ook doorslaan. Nietzsche waarschuwt voor het gevaar van de ontkenningsdrang ('Verneinung') die alle cultuur vernietigt en alleen nog een holle 'Nicht-Kultur' overlaat.

Verontrustend

Die waarschuwing is actueel in het licht van twee verontrustende tendensen onder academische historici vandaag de dag. De eerste is de (ook al eens door Rutger Bregman geconstateerde) fetisj voor specialistisch nicheonderzoek in plaats van grotere, herkenbare verhalen over het verleden. De tweede is de daarmee vervlochten neiging om alle verhalen die aan dat specialisme ontstijgen actief te debunken. Het is een automatisme geworden. Zoals de hondjes van Pavlov begonnen te kwijlen bij een geluidssignaal, ongeacht of er eten klaarstond of niet, zo beginnen beroepshistorici alle verhalen die een bepaalde inspirerende waarde of boodschap vertolken automatisch onderuit te halen en kapot te relativeren - zonder eerst te kijken of het een mythe betreft of gewoon een plausibel verhaal dat op degelijk onderzoek is gebaseerd.

Onlangs suggereerde geschiedenisstudent Thijs Kleinpaste op deze plek dat de geschiedenis ons niets waardevols meer te vertellen heeft en dat we van de Nederlandse ontstaansgeschiedenis vooral de 'bloedige en moeizame worsteling' moeten benadrukken. Een oproep tot herwaardering van de vroege, uiterst revolutionaire principes die achter die strijd schuilgingen, deed Kleinpaste af als 'kitsch' en als 'versleten gemeenplaats'. Je gaat je afvragen waarom zo iemand eigenlijk nog zijn studie wil afmaken.

En als je van mening bent, zoals Jasper van der Steen deze week in Het Parool, dat het onwetenschappelijk is om ons verleden als een 'voorafschaduwing van het moderne Nederland' te zien, waarom dan nog de moeite doen er een proefschrift over te schrijven?

De relativistische reflex steekt andermaal de kop op bij de film Michiel de Ruyter. En het laat zich voorspellen dat het gedebunk ook volgend jaar niet van de lucht zal zijn, als er een speelfilm uitkomt over Willem van Oranje. Zulke films zijn in de eerste plaats een kunstuiting: een actiefilm of romantisch drama ter vermaak en inspiratie van een breed publiek met een zeer beperkte interesse in geschiedenis.

Aangrijpend

Maar achter de films zit wel een duidelijk verhaal. Zou het zo'n ramp zijn als bezoekers verleid worden om daar historische lessen uit te trekken? Nee, het historische besef van de Nederlanders mag best wat worden opgefrist.

Los van enkele historische onjuistheden in de film, blijft het legitiem om De Ruyters verhaal te vertellen. Het illustreert immers hoe de Nederlandse Republiek in de eerste eeuw van haar bestaan onder druk stond van interne conflicten en dreiging van buiten. Daarin heeft de beroemde admiraal ontegenzeggelijk een sleutelrol gespeeld. En al was hij dan misschien niet de heldhaftige en uitbundige persoonlijkheid die acteur Frank Lammers vertolkt, de geschiedenis van De Ruyter verdient het om gekend te worden.
Wetenschappelijke publicaties bereiken geen omvangrijk publiek, dus deze film is een uitstekend hulpmiddel. En professionele historici hoeven niet te jammeren: zij krijgen nu in de media volop de gelegenheid om nuances aan te brengen en hun kennis over Michiel de Ruyter en zijn tijd te debiteren.

Er is een groot verschil tussen het vertellen van een aangrijpend en herkenbaar verhaal over het verleden en het projecteren van onze samenleving op dat verleden. Niemand beweert dat Willem van Oranje voorstander was van het homohuwelijk. Niemand beweert dat slavenhouder Thomas Jefferson de Civil Rights Movement zou hebben gesteund. Maar doet dat iets af aan hun historische betekenis? Aan hun rol als founding fathers van respectievelijk de Nederlandse en de Amerikaanse Republiek? Geschiedenis is selectie. Wie weigert om die selectie te maken, staat met lege handen. Zo'n dogmatische taakopvatting levert de geschiedenis uit aan de mythevormers.

Geerten Waling (@geertenwaling) is historicus. Samen met Coos Huijsen publiceerde hij in 2014 het boek 'De geboortepapieren van Nederland'.
Deze maand is hij gastcolumnist. Iedere zondag verschijnt zijn column op volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.