Goed boek

Zoals bekend lezen vrouwen van mijn generatie graag en veel. Ik ook. Ik lees alles wat los is: kranten, weekbladen, glossys, roddelbladen. En wat vast is: Campert, Claus, Coetzee. Mijn boekenkast puilt uit. 'Want', zoals Wim T. Schippers, als spreekbuis van het CPNB, ons toesnerpt door de radio: 'van boeken krijg je nooit genoeg!' Althans, niet van goede boeken.


Wie maakt uit wat een goed boek is? Ik. Mijn graadmeter? Geluksgevoel. Wanneer ik, al lezend, terugbladerend, herlezend, met vochtige ogen en een grijns van oor tot oor, alles vergeet, zelfs de eigen hinderlijke aanwezigheid, en uitgetild word boven mezelf en mijn kutkammerijen (woord van mijn vader zaliger).


Die antenne voor literatuur dank ik aan hem. En, op een andere manier, aan mijn moeder. Ere wie ere toekomt. Al waren het uitvoerende kunstenmakers die voor weinig anders interesse hadden dan voor toneel, smaak hadden ze. Als ze even niet speelden, lazen ze. Dankzij mijn vaders gedram maakte ik al vroeg kennis met het werk van, in volgorde van opkomst, Theo Thijssen, Elsschot en Reve en mijn moeder liet me horen wat zo mooi was aan de teksten van Tsjechov, Vasalis, Vondel, Shakespeare en Albee. Tenminste, tijdens het weekeinde in Amsterdam.


Bij mijn pleegouders in de provincie troonde op een plank tussen ivoren olifanten Doctor Vlimmen naast Vlimmen contra Vlimmen en, na een rijtje Havanken, de prachtvertaling van Knock on any door: Klop maar op een deur (het lievelingsboek van Johan Cruijff). Op mijn pleegmoeders nachtkastje lag Forever Amber, dat, overigens, qua gewaagde passages tegen bleek te vallen.


Nog steeds lees ik alles door elkaar. Van de Privé tot Proust, van Hollands Diep tot Philip Roth. En soms per ongeluk een thriller van vaderlandse bodem. Zoals na de uitreiking van de NS Publieksprijs 2010 het winnende boek van die Noordhollandse schrijfster met dat korte kopje. Zo'n thriller schijnt te lezen als het vervoermiddel waarin die NS je graag ziet zitten. Maar ik waande me in een race-auto, met de duivel op mijn hielen. Dat overkomt me vaker bij spannende boeken. Reikhalzend naar de clou wil ik er zo snel mogelijk van af zijn. En is het zover, dan heb ik het gevoel of ik van een lopende band afstap: een anticlimax. Hetzelfde speelt me parten bij de thrillers van die beeldige Bergense blondine. Niet dat ik, zoals Kuifje uit Limburg, deze schrijfster niet voor vol aanzie (eerder is hier sprake van ordinaire jaloezie), maar ik word zo mistroostig van dat spannende, sexy, met witte wijn overgoten dertigerswereldje, zoals ook van de bestsellers van die Jiskefetter met zijn impassibele oogopslag (en nieuwe auto).


Vanwaar toch het succes van deze antipathieke romans 'waarin geen normaal mens voorkomt'? Of juist wel, want een neurotisch zooitje ongeregeld, met aan kop de kille personale verteller zelf? Is hier sprake van het feest der herkenning? Of vergaapt de doorsnee lezer zich aan deze narigheid op niveau?


Ook hier valt de clou steeds tegen. Ik snapte die meesterplots niet eens. Tot twee keer toe zat ik met lege handen. Letterlijk want inmiddels zonder (loodzwaar) boek. Maar ook figuurlijk. Want ik kan het verhaal niet eens navertellen. Sterker: het is alsof ik het hele boek niet heb gelezen.


Wat een verschil met die andere bestseller uit lang vervlogen tijden: Het leven is verrukkelluk van Remco Campert. Straks leest heel Nederland gratis dit lichtvoetig/weemoedige juweel. Over literatuur gesproken. En over geluksgevoel!


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden