Goed achter de bosrand kijken

In Hartstochtjes bundelt Kees van Kooten plezierig lichtvoetige beschouwingen over kijken en bekeken worden.

In het najaar van 2005 was er in het Gemeentemuseum van Helmond een overzichtstentoonstelling van de Amerikaan James Avati (1912-2005), befaamd ontwerper van pocket-omslagen. Een van de werken, het omslag van Erskine Caldwells Journeyman, was aan het museum uitgeleend door Kees van Kooten, en die hield ook de feestelijke openingsrede.


Daarin verwerkte hij zijn vertaling van een passage uit Journeyman, waarin drie mannen om beurten door een kier in een houten wand van een boerenschuur naar buiten kijken. Ze houden daarbij hun hoofd een beetje scheef. Veel zien ze aanvankelijk niet, alleen een bosrand, maar na enige oefening blijkt het uitzicht toch veel meer dan die bosrand. Ze zien een snipper van de eeuwigheid, de nabijheid van de hemel, en zelfs de herinnering aan dat ene meisje uit hun jeugdjaren.


Hartstochtjes bevat vijftien (bewerkte en uitgebreide) bijdragen die Van Kooten schreef voor het tijdschrift Hollands Diep, aangevuld met vijf beschouwingen uit eerdere boeken, 'omdat ik al mijn picturale stukken bij elkaar wilde zien'.


De bundel kan worden opgevat als Van Kootens verzameld werk over kijken - en dat niet alleen naar beeldende kunst of beeldcultuur, maar ook naar teksten. De hoofdstukken beginnen vaak met een enkel beeld of een herinnering, maar alras moeten dan boeken gelezen, musea bezocht, en mensen ondervraagd worden. Het mag ook andersom, maar hoe dan ook dient er goed achter de bosrand gekeken te worden.


'En ik mocht weer een tochtje gaan maken', heet het als Van Kooten gegrepen is door twee werken met uitzicht op Parijs van de schilder Albert Marquet. Zulke tochtjes verlopen grillig, via de zijpaden van toevalligheden en schijnbaar onbeduidende details. Wat hebben ze met elkaar te maken: een door de computer vertaalde tekst van Verlaine, een illegale Chinese kopie van de tv-serie Mad Men, en een glossy kalender met fotogenieke jonge priesters uit Rome? Het resultaat is een lichtvoetig essay over de 'Nasmaak van Namaak'.


Extra aardig wordt het als nietsvermoedende buitenstaanders - meestal Fransen - Van Kootens pad kruisen. Zoals de handelaar in bric-à-brac in wiens nering hij een litho van tekenaar Sempé probeert te kopen, waarbij hij in zijn zenuwen meer biedt dan de handelaar vraagt. Het hoofdstuk over de graficus Frans Masereel bevat een genadeloos groepsportretje met types die zojuist uit het afgebeelde café-interieur van Masereels houtsnede zijn gestapt: de uitzichtloosheid is tot leven gekomen.


Mooi is ook de ontmoeting met monsieur Jolibois, een pignoniste, een van de laatsten die vroeger blinde muren beschilderden met reclameteksten zoals de bekende slogan 'Dubo-Dubon-Dubonnet'.


En natuurlijk zitten er bij Van Kootens tochtjes jeugdherinneringen op de achterbank. Dan begint het met zijn opa van moederskant en diens bewondering voor Domela Nieuwenhuis, en eindigt het in Parijs in het atelier van beeldend kunstenaar César Domela.


Het mooist vond ik het hoofdstuk dat 'Schorslicht' heet, waarin Van Kooten een den gaat planten bij zijn huisje in Frankrijk. Daarbij herinnert hij zich de hond Willem. Die ging bij dat huisje graag naar de zonsondergang zitten kijken. Dan hield Willem zijn kop een beetje scheef. Het hoofdstuk opent met een schilderij van Albert Marquet van een bosrand in 'schorslicht'. Daar begon dus mijn eigen tochtje. Het eindigde in Helmond bij de feestrede van de boomplanter.


Kees van Kooten: Hartstochtjes.

De Bezige Bij; 224 pagina's; € 29,90.


ISBN 978 90 234 6898 1.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden