Goed aan Goos

Morgen begint de tv-serie Volgens Robert, geschreven door Maria Goos. Waarom is Goos zo'n succesvolle scenarioschrijfster? Vijf acteurs die met haar werkten, leggen dat uit aan de hand van hun favoriete scène.

Carine Crutzen (52)

Speelde Helen de Keyzer in Pleidooi (1993-1995)

Helen ligt voor de eerste keer in bed met Leon. Aan het voeteneinde staat een aquarium met tropische vissen - zijn hobby.


Helen: Die zebra's van jou, is dat import?


Leon: Nee, nakweek.


Helen: O. Nakweek.


Leon: Ja. Nakweek. Je weet toch hoe dat gaat. Het vrouwtje legt de eieren en die neemt ze in haar bek. Dan gaat ze happen naar de witte aarsvin van het mannetje. Het mannetje laat daardoor zijn zaad los en zij slikt dat dan naar binnen. En die eitjes worden dan in haar mond bevrucht. Dat is fantastisch, toch?


Helen: En dan?


Leon: Nou, dan blijven die eitjes nog drie weken in haar bek. Wist je dat echt niet?


Helen: Nee.


'Ik heb in veel stukken van Maria Goos gespeeld, maar deze scène uit Pleidooi schoot meteen in mijn herinnering. Maria heeft een manier van schrijven waarbij ze met een dialoog van een paar zinnetjes een hele wereld oproept. Dat is absoluut haar kracht, zij laat veel weg, waardoor je als acteur tussen de regels kunt spelen.


'Helen, mijn personage, heeft een man ontmoet doordat hij per ongeluk zijn fiets aan de hare heeft vastgemaakt. Eerst is ze kwaad op hem, maar vrij snel ligt ze met hem in bed. Goos schetst die erotische scène aan de hand van een gesprek over vissen. Dat is origineel, en het is zo rijk: het is geestig en tegelijkertijd gaat de kijker mee in het gevoel dat die twee het leuk hebben in bed. Maria's teksten kunnen soms ook op het randje van sentimenteel zijn. Ik noem dat maar even Viva/Libelle/Margriet-romantiek, die schuwt zij niet. Dat je bij de eerste lezing denkt: nou, dat is wel klef, zeg, zullen we dat niet een beetje anders doen? Maar de ervaring leert dat je dan juist niet moet schrappen, je moet het spelen met precies díe woorden. Als je als acteur die scène kunt tegenkleuren, door wat afstand te bewaren of juist zeer oprecht te spelen, dan wordt het heel mooi. Ik speel nu in De Kersentuin van Tsjechov. Natuurlijk is dat totaal iets anders, maar als ik Tsjechov lees denk ik ook soms: wat een rare hoek. Al spelend ontdek je dan eigenlijk pas de rijkdom van de tekst. Maria's teksten hebben elementen van Tsjechov, maar dan van deze tijd.'


Eric van der Donk (83)

Speelde Splinter Bussink in Oud Geld (1998)

Bankier Splinter Bussink geeft zijn dochter een cadeautje op haar trouwfeest.


Splinter: Ik ben deze week nog even de stad in geweest om een kleinigheidje voor je te kopen. Ja, ik weet ook niet hoe ik daar nu bij kwam. Het is nogal mal. Ik geloof dat het nogal sentimenteel is, maar dat moet je me maar vergeven. Door die hele toestand en dat gedonder met die beuk. Wat er allemaal voorbij is. Afschuwelijk is het toch allemaal, hè?


Pup: Wat?


Splinter: Dat kleine meisjes groot worden.


Pup: Sorry.


Splinter: Hier. Zo. Het is geslepen in twintig kantjes. Voor elk jaar dat je bij ons was één kantje. Ach, nou, nou, niet huilen Pupje. Niet huilen, niet huilen. Het wordt allemaal nog veel erger.


Pup: Nee, toch?


Splinter: Ik weet het ook niet hoor, maar je moet niet harder gaan huilen. Ik heb namelijk iets bedacht. Eh, enfin. Dit is van goud. En dat heeft een bepaalde waarde. Dat heb ik laten uitzoeken, wat die waarde is.


Pup: Wat wil je zeggen, pap?


SplinterL En het is zoveel waard dat je, waar je ter wereld ook bent, je altijd thuis kunt komen. En dan heb je ook nog wat over, voor een kop koffie onderweg.


'Als ik een scène moet kiezen uit Oud Geld, kies ik deze, met mijn dochter. Ik neem haar apart in het geweld van haar trouwfeest en we hebben even een petit moment samen. Zo'n scène zou in het echte leven ook met mijn geliefde dochter Jacomijn plaats hebben kunnen vinden - als ik het geld had gehad een goudklompje voor haar te kopen.


'Met een minimum aan woorden schetst Maria een beeld van vader-dochterliefde. Deze vader is heel kritisch op zijn dochter, maar staat tegelijkertijd heel dicht bij haar. De scène stond er in één keer op, dat weet ik nog goed. Ik heb nooit een woord hoeven veranderen in de teksten van Maria, dat is onherroepelijk haar talent. Zij maakt figuren die groter zijn dan de werkelijkheid. Het zijn geen huis-tuin-en-keukenpersonages en tegelijkertijd ook weer wel. Die Bussink, die man is zo... Het is een bankier van de oude stempel, zijn bank is niet meegegaan met de tijd. Hij is een rechtse bal, een cultuurbarbaar, maar wel heel eerlijk.


'Ten tijde van Oud Geld stond mijn tekstboek helemaal vol geschreven met verwijzingen naar namen van mannen die ik ken die écht zo zijn. In het Gelderse, waar ik woon, waren veel mannen die mij inspireerden. Bij de eerste lezingen van Oud Geld hebben we gehuild van het lachen. Die man is zó geestig, zonder dat hij het weet. Maria's figuren verrassen steeds, waardoor ze de spanning in de serie vasthoudt.'


Marcel Musters (53)

Speelde met Maria Goos in Smoeder (2004)

Marcel Musters speelt zijn moeder.


Marcel: Thea, mon amour. Ja, dat zeide gij tegen mij. Ik was jouw amour. Ton amour. We zullen elkaar niet echt gelukkig maken, maar dat kunnen we ons hier niet voorstellen. Hier ziede gij mijn benen op een trapje in IJssalon Lorenzo en mijn benen zien jou. Ik versier de IJssalon, een week voor de Kerst. En ik versier jou. Gij staat buiten, het vriest. Er is niemand meer op straat. Jij weet dat ik hier sta. Jij wil mij, ik wil jou. Jij staat daar te wankelen van verlangen. Jij gaat mij willen en nemen, tegen de zin in van spa en smoeder. Ik zal voor jou weglopen van huis. Door jou trouw ik niet in een witte jurk, maar in een mantelpakje, rotzak, ik ben al zwanger. Want wij trillen van verlangen naar elkaar. En beheersen ons niet. Omdat wij dat niet willen. Wij zijn rebels, jij en ik. Wij willen het anders. Wij gaan het anders doen. Gij, mijn man, gaat werken in nachtclubs, in Amsterdam, Eindhoven, Breda, Antwerpen. Gij, Cees met een 'C' , de zingende barkeeper, de vader van m'n vier zonen. Ik weet, ik voel waar toe gij in staat bent. Daarom bewonder ik jou. Daarom wil ik jou. Tegen alles in. Omdat gij er geen genoegen mee neemt. Met een plek in de weverij, of een baan als verwarmingsmonteur. Kijk dan, kijk naar hem. Ja, kijk dan. Kijk dan naar me.


'In deze scène speel ik mijn moeder die over mijn vader praat. Toen ik deze tekst las, ontdekte ik weer eens dat Maria een erg goede luisteraar is. Dat vind ik zo knap. Ze heeft mijn woorden over mijn vader geordend tot een monoloog en als ik het lees, ontdek ik ineens dat dit precies is hoe ik mijn vader zie zonder dat ik me ervan bewust was. Maria is echt geïnteresseerd, ze kijkt goed, waardoor ze opvallend menselijk gedrag kan vast leggen. En dat terwijl ze in het gewone leven heel anders is (lacht). Ze is verstrooid, een beetje onhandig soms zelfs. Dan is ze weer een afspraak vergeten, onbegrijpelijk, zo minutieus als ze is met tekst en woorden. Maar dat is ook interessant.


'In het fragment laat ze mijn moeder vertellen over haar man op een manier dat alles nog hoopvol is. Mijn vader sterft jong en hun huwelijk zal mislukken, dat lees je ook al wel: 'we zullen elkaar niet echt gelukkig maken', maar Maria schetst een beeld van mijn vader en moeder als jonge mensen. Alles kan nog, alles tintelt. Je ziet mijn moeder voor je op dat trapje, ook al heeft ze daar misschien nooit echt gestaan, haar leven begint: ze gaat zich door niks laten kisten. Ze komt uit een heel volks gezin, maar ze wil het ánders. Ze kijkt op naar mijn vader: 'Ik voel waar gij toe in staat bent'.


'In zo'n kort stukje staat zo veel. Maria pakt het in mooie gelaagde teksten, heel scherp, maar met melancholie. Een andere schrijver zou misschien op het zware, op het mislukte gaan zitten, maar Maria kiest voor de hoop.'


Sieger Sloot (35)

Speelde Joep in Cloaca (2012)

Tom staat op het punt bij Pieter te blijven slapen. Ze bespreken de verjaardag van hun vriend Joep.


Tom: Ik ga niet uit eten. Met vier mannen in een restaurant? Deprimerend. Ik ben er net weer een beetje bovenop. Ik ga niet met z'n vieren uit eten. Vier mannen aan een rond tafeltje in een te dure tent waar je niet mag lallen, dan denk ik alleen maar, nog 20 jaar dan komen ze het brengen. Tafeltje dekje. Ons eten in een piepschuimen doos.


Pieter: Waar slaat dat nou op? Waar slaat dat nou op? Nou, wil je een pyjama?


'Dit fragment zit midden in een grotere scène, het is niet de kern van het stuk, maar ik vind het zo raak. Het zit in die rare hoekige overgang, als Pieter zegt: nou, wil je een pyjama? Tom weidt uit over het verjaardagsfeestje van Joep, terwijl intussen duidelijk is dat hij blijft slapen bij Pieter. Pieter is het niet met hem eens, en schakelt dan ineens razendsnel. Dat vind ik meesterlijk, het is zo uit het leven gegrepen, zo'n overgang. Zo praten mensen juist; totaal onlogisch. Van de hak op de tak.


'Maria laat personages niet vertellen wie ze zijn, of hoe ze zijn, dat blijkt uit hoe ze reageren op elkaar. Hier vind ik dat mooi, omdat het liefdevol is en ongegeneerd. Daar spreekt de vriendschap tussen Pieter en Tom uit, uit dat soort kleine vanzelfsprekendheden. Maar dat gaat tussen de regels door, ze laat je iets meemaken zonder dat de personages het er de hele tijd over hebben. Maria heeft ook een goed oog voor belangrijke details. Misschien is dat haar grootste kracht: dat ze zulke geloofwaardige mensen weet te creëren. Maar nu ik er over nadenk, ik vind haar plotten vaak ook heel ingenieus, hoewel ze dat zelf niet haar sterkste kant vind, geloof ik. Waar ik andere acteurs ook wel over hoor klagen, is haar neiging opsommingen te gebruiken. Joep zegt bijvoorbeeld: 'Hoor eens even Pieter, elke onvolkomenheid, elk vlekje, elke misvatting, dwaling, mislukking, elk verzuim en elke miskleun, desnoods een collimatiefout, een tekort, een smet, of een blunder, je komt ermee over de brug want ik zal het verdomme hard nodig hebben.' Dat is voor acteurs echt de hél om te leren. Tegelijkertijd is het ook weer knap: het lijkt spreektaal, maar is enorm gecomponeerd.'


Jaap Spijkers (55)

Regisseerde De Geschiedenis van de Familie

Avenier (2007- 2008)

Oudjaarsavond


Jan: Maar wat ik erg vind... die die het het beste hebben, die zijn bij mij weg. Die zie ik niet meer. Die lopen met volle tassen langs m'n vitrine te sjouwen en durven geeneens niet meer 'es te zwaaien wat ook niet gaat met die volle tassen trouwens. Zeg het maar, kleine Janus. Het is de duivenmelkersziekte. (...) Nog meer nieuws om het volgende jaar mee in te gaan? Moeder moet onder de grond. Ik kan het niet betalen! Ik kan het niet betalen. Henk! Als Henk was gekomen, pakken met geld, van Henk. (...) Maar Henk komt niet. Henk komt niet meer!


Christ: Waarom wist ik dat niet van Henk? Waarom wordt zulks niet tegen mij gezegd? (...)


Janus: Och, we zitten helemaal niet op te letten ook nog 'es. Het is zo ver. Het is twaalf uur. Het Wilhelmus. (...)


Pieternel: Toos! Toos! Kom je? Het is twaalf! Kom je? Ze gaan het Wilhelmus van een grammofoonspeler laten horen. Kom je?


Janus: Vader! Even staan! Het Wilhelmus. Even opstaan. Op-staan!


Als opa van de bank opstaat, rolt oma, die al geruime tijd met haar hoofd op zijn schoot lag, op de grond.


Toos: Och. Och dan toch.


Christ: Nou zullen we nooit weten in welk jaar ze gestorven is.


'Maria kan over heel verschillende milieus schrijven. De formele bankwereld, bijvoorbeeld, waar mensen iets op te houden hebben, maar de familie Avenier gaat juist over een arbeidersmilieu. Daar past ze haar taalmodel op aan. Ze gebruikt zinnen waardoor je onmiddellijk aanwezig bent als je het leest.


'Wat Maria zo eigen maakt is haar toegankelijkheid, denk ik. Haar taal is nooit elitair. Zo haalt ze je binnen, ze laat je je open stellen, en vervolgens blijkt tamelijk ongezouten haar opvatting over de maatschappij of familierelaties. Humor is daarbij vaak de sleutel, die ontwapent. Hoe Jan in deze scène begint: 'die die het het beste hebben, die zijn bij mij weg. Die zie ik niet meer'. Het zijn simpele woorden, heel Brabants, je ziet meteen het personage voor je. Er zit leven in haar tekst.


'Jan is een sappelende middenstander, maar hij is niet kwaad. Je voelt een verlies, een mededogen. Dan blijkt in de scène ook nog dat hij ziek is, broer Henk komt niet meer thuis, er wordt gedronken, het Wilhelmus wordt gezongen. Het is een gekkenhuis, alles draait in deze scène langzaam in elkaar en om 12 uur valt oma dood van de bank. Als Christ zegt: 'Nu zullen we nooit weten in welk jaar ze gestorven is', is er ruimte voor een bulderende lach, een ontlading, die dan hartstikke welkom is.


'Daar is Maria goed in: slaan en aaien tegelijk. Er is ook wel kritiek op Maria's werk, ik heb daar geen last van overigens, dat haar teksten te gemakkelijk zouden zijn, te lichtvoetig. Het bezwaar is dan: er is geen distantie, is dit nou kunst? Ik vind het juist haar kracht, je kunt al haar personages begrijpen en vergeven. Het zijn echte mensen.'


LEUKE MENSEN MET LEUKE PROBLEMEN

Leuke mensen met leuke huizen, leuk werk, leuke kinderen, leuke problemen, lollige achternamen en leuke vrienden - je krijgt tijdens het kijken naar Volgens Robert zeker een keer zin de kettingzaag ter hand te nemen. Al lijkt het er in het begin even op dat we ongekend ruw drama kunnen verwachten, als hoofdpersonage Robert (Peter Blok), middelbare huisarts, de strijkplank van zijn vrouw (Jacqueline Blom) in elkaar rost en haar vervolgens twee ferme forehands uitdeelt. Maar dan beginnen de koddige pianoklanken van de titelmuziek en je weet dat het warme bad van scenarioschrijfster Maria Goos weer comfortabel begint vol te lopen.

Het is kinderachtig daarover te zeiken. Goos is van de warme nuance, van de waarachtige personages en het aspirationeel doodgewone, wat dan nog. Zelden eerder zag je een scheefgezakte relatie zo realistisch opgetekend als in deze serie.

Peter Blok, tevens co-auteur, heeft als de hoofdpersoon een Harrison Ford-achtige kwaliteit: onverzettelijk, en tegelijk de schlemiel met zachte wangen die alles maar overkomt. Regisseur Joram Lürsen componeert in heerlijk tempo de scènes aan elkaar. Lichtvoetigheid als voertuig voor emotionele impact, Goos' handelsmerk, maakt ook van Volgens Robert weer uitstekend verzorgd, intelligent vermaak. Nu alleen nog die koddige kamermuziek voorgoed uit de Nederlandse film- en televisiefictie bannen.

Volgens Robert, 8 delen vanaf zondag, Nederland 2, 21.30 uur.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden