Godvruchtige wreker

Hij figureerde steevast op lijsten met de mooiste, de meest sexy en de machtigste mannen. Maar Mel Gibson, geruggesteund door het geloof, wilde meer....

Enkele weken voor de premi voorspelde het gezaghebbende Amerikaanse dagblad The New York Times dat The Passion of the Christ de carri van Mel Gibson geen goed zou doen. De film die volgens hardnekkige geruchten onversneden antisemitisch was kon volgens de krant niets anders dan kwaad bloed zetten bij de machtige joodse Hollywood-connectie. Gibson was dead meat.

The Passion of the Christ is een kaskraker. De teller staat momenteel alleen al in Amerika op 300 miljoen dollar. In de eerste vijf dagen trok de film zelfs meer bezoekers dan The Return of the King, het slotstuk van The Lord of the Rings. Ondanks de commercieel ongunstige R-rating (alleen toegankelijk voor 17 jaar en ouder), ondanks de ondertitels (de film wordt gesproken in de dode talen Latijn en Aramees), ondanks het extreme geweld, en ondanks het gebrek aan grote namen in de cast. 'Mel Gibson verslaat The Lord!', kopten de vakbladen. Niets einde carri. Integendeel. Gibson is de ongekroonde koning van Hollywood.

Zijn investering Gibson betaalde 25 miljoen dollar uit eigen zak heeft hij er inmiddels dubbel en dwars uit. Maar om het geld was het hem niet te doen. The Passion of the Christ komt voort uit een innerlijke drang; Gibson stond bij God in het krijt.

Halverwege de jaren tachtig maakte Mel Gibson een diepe crisis door. Zijn carri verliep voorspoedig, maar de druk en de leegte van het succes werden hem te veel. Gibson greep naar de fles en kwam in het nieuws omdat hij geknokt had in de kroeg. In 1984 werd hij gearresteerd omdat hij dronken achter het stuur zat. De toen al wereldberoemde acteur was 'geestelijk bankroet', overwoog uit het raam te springen, maar vond een uitweg. Dankzij zijn vrouw Robyn Hannah Moore, die hij ontmoette via een datingservice en hem zeven kinderen schonk. En dankzij Jezus Christus.

Gibson, katholiek opgevoed, hervond het geloof. Hij bekeerde zich tot de streng katholieke splintergroep Holy Family (nog geen 100 duizend aanhangers in de Verenigde Staten, althans vhet succes van The Passion of the Christ) bestaand uit uiterst conservatieve traditionalisten die het Tweede Vaticaanse Concilie verwerpen. Vlakbij zijn huis in Malibu (Californiliet Gibson een kerk bouwen, de Holy Family Chapel. Daar woont de familieman elke zondag met zijn vrouw en zeven kinderen de dienst bij.

De fles en de drugs zwoer hij af (dikke sigaren zijn nog zijn enige 'zonde'). En om zijn woedeaanvallen te bezweren, gaf hij de donkere kant van zijn persoonlijkheid een naam: Bj volgens Gibson een duiveltje met vikinghorens. Acteren werd een vorm van therapie. Het helpt Gibson Bjin bedwang te houden. 'De passie en de wonden van Jezus Christus heb ik gebruikt om mijn eigen wonden te genezen', vertelde hij vorig jaar in The New Yorker.

De naar drie Ierse heiligen vernoemde Mel Columcille Gerard Gibson werd 3 januari 1956 geboren in Peekskill, New York, als zesde van elf kinderen. Vader Hutton werkte bij de Amerikaanse spoorwegen, zijn Australische moeder Ann was operazangeres. Toen Hutton Gibson arbeidsongeschikt raakte, gebruikte hij de verzekeringspremie om met zijn gezin naar Australie emigreren. Mel was toen twaalf jaar.

In Australiaat Gibson naar de National Institute of Dramatic Arts. Nog tijdens zijn studie maakt hij zijn filmdebuut in Summer City (Christopher Fraser, 1977) een film die lang en breed vergeten zou zijn als hij er niet in had gedebuteerd. Gibsons doorbraak volgde twee jaar later met de lowbudgetfilm Mad Max (George Miller, 1979). Daarin speelt hij 'Mad' Max Rockatansky, een achtervolgingsagent die het in een post-apocalyptische wereld opneemt tegen het uitschot van de snelweg. Als zijn maat levend wordt verbrand, houdt Max het werk voor gezien. Als vervolgens ook zijn vrouw en kind worden afgeslacht, trekt hij zijn zwarte leren pak weer aan en opent hij in een opgevoerde auto de jacht op groteske slechteriken.

Gibson kreeg 15 duizend dollar voor de rol. Voor de Amerikaanse versie werd zijn stem nagesynchroniseerd, omdat Gibsons Australische accent als onverstaanbaar werd beschouwd.

Ook na zijn existenti crisis is het Mad Maxpersonage een gewelddadige wreker tegen wil en dank zijn belangrijkste handelsmerk gebleven. De wreker duikt in zijn carri op in verschillende uitvoeringen. Gibson kroop nog twee keer in de huid van Max, in steeds sadistischer vervolgfilms. In de Lethal Weapon-reeks was hij een rechercheur, die na de dood van zijn vrouw (in het eerste deel) verandert in een psychopatische, sudale gek.

De Lethal Weapon-films maakten een wereldster van de blauwogige rouwdouwer. Hij werd een vaste waarde in de jaarlijkse lijsten met de mooiste, de meest sexy, met de machtigste mannen. Maar de ster van het vrijblijvende vertier wilde meer. Hij koos serieuzere rollen (zoals Hamlet in de filmversie van de Italiaan Franco Zeffirelli), en maakte in 1993 zijn regiedebuut met The Man Without a Face. Daarin is hij voor de verandering niet de knappe actieheld. Als gevolg van een ernstig auto-ongeluk bestaat zijn gezicht voor de helft uit littekens.

Gibsons tweede regie was van een andere orde: Braveheart, een historisch epos waarin hij zelf te zien is als de dertiende-eeuwse Schotse rebel Willam Wallace. Ook in Braveheart gaat de strijd in eerste instantie aan de titelheld voorbij; pas nadat zijn vrouw de keel wordt afgesneden, toont Wallace zijn heldenmoed en opofferingsgezindheid in de strijd met de wrede, lafhartige Engelse overheersers. Aan het eind van de film wordt de vrijheidsstrijder aan een kruis gebonden en gemarteld. Tot slot wordt hij gevierendeeld. Achteraf verklaarde Gibson dat hij zich nog had ingehouden, omdat een realistische weergave van de martelingen te veel zou zijn geweest voor het publiek. Braveheart werd in 1996 bekroond met vijf Oscars, waaronder die voor beste film en beste regie. Gibsons honorarium steeg naar 25 miljoen dollar per productie en keer op keer bleek hij het waard.

Het publiek komt massaal naar Gibsons films, hoe vernietigend de kritieken soms ook zijn. De eerste Amerikaanse prijzen die hij voor zijn acteerprestaties kreeg, waren dan ook People's Choice Awards en Blockbuster Entertainment Awards prijzen van het grote publiek, niet van het Hollywood-establishment.

Mel Gibson is niet de beste, niet de mooiste, noch de sterkste acteur in Hollywood, maar zijn talent voor marketing en publiciteit is onovertroffen. Of hij nu een asociale hufter speelt in Payback of een welbespraakte vrouwenman in What Women Want; Gibson weet hoe hij de doelgroep aan moet spreken. Er is geen publiek of Gibson weet het te vinden; bij de release van Hamlet maakte hij een video waarop de achtergronden van het stuk werden belicht en maakte hij, onder het toeziend oog van de tv-camera's, een tournee langs scholen. Toen The Passion of the Christ ging draaien zorgde zijn productiemaatschappij Icon voor voorlichtingsmateriaal in kerken en bundels met methodes en ideeom te evangeliseren met de film.

Zelfs toen vader Hutton de holocaust ontkende en de paus een 'koran-kisser' noemde, slaagde Mel erin om kool en geit te sparen. Hij verklaarde dat hi¿j de holocaust nooit zou ontkennen, maar ook dat hij zijn vader nooit zou tegenspreken. Zijn familie is hem heilig. Als hij langere tijd in het buitenland is voor opnamen gaan vrouw en kinderen steevast mee.

Zijn meest recente films onderstrepen Gibsons imago van godvruchtige, vredelievende huisvader. Als hij de actieheld uithangt, dan is dat nadrukkelijk tegen zijn zin. 'God, verhoor de heidense gebeden van onze vijanden niet', bidt hij in We Were Soldiers (2002). 'Zorg ervoor dat wij ze in mootjes hakken.' In The Patriot (2000), over de Amerikaanse Burgeroorlog, verandert hij pas in een meedogenloze wraakmachine nadat zijn zoon voor zijn ogen in de rug wordt geschoten. Met de wapperende Amerikaanse vlag in zijn handen trekt de vader met het grote rechtvaardigheidsgevoel dan ten strijde. In Signs (2002) is de 48-jarige Gibson een getraumatiseerde priester, die zijn geloof terugvindt dankzij groene aliens.

Zijn rol in The Passion of the Christ, waarvoor hij al in 1992 begon te researchen, is klein maar essentieel. Het was Gibson zelf die buiten beeld liters nepbloed over hoofdrolspeler Jim Caviezel (JC! 33 tijdens de opnamen!) sproeit, als Jezus minutenlang met stokken en ijzeren krammetjes wordt afgeranseld door de Romeinen. En het is Gibsons linkerhand die de enorme spijkers door Jezus' handen en voeten hamert. 'Ik wilde niet dat iemand anders de schuld zou krijgen van Jezus' kruisiging', vertelde Gibson met een stalen gezicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden