Reportage Rijksmonumenten

Godsgeschenk voor Nijmeegse Stevenskerk: 5,5 miljoen euro, een flink deel uit het potje geld voor rijksmonumenten

De Nijmeegse Stevenskerk krijgt een flink deel van de nieuwe subsidieronde voor rijksmonumenten. Een godsgeschenk, al is het werk nooit af. ‘Het blijft sappelen.’  

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Heleen Wijgers, voorzitter van de stichting Stevenskerk, had vooraf al gewaarschuwd dat er geen opzichtige tekenen van verval te zien zouden zijn. ‘Het is niet zo dat we emmers in de kerk hebben staan om het water van het lekkende dak op te vangen.’ Hier en daar brokkelen wat stenen af en in het houtwerk van het achttiende-eeuwse orgelkoor zitten een paar lelijke barsten. Verder ziet de Nijmeegse Stevenskerk er tamelijk gaaf en ongeschonden uit.

Maar boven op het dak brokkelen de leien af. De dakpannen zijn zestig jaar oud en nodig aan vervanging toe, zegt Wijgers. En bij hevige regenbuien slaat het water door de hoge glas-in-loodramen de kerk in. ‘Al het lood moet vervangen worden. En er moeten voorzetramen voor.’

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hét symbool van Nijmegen

Daarom is de subsidie die de Stevenskerk krijgt van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een godsgeschenk. Van de pot van 34 miljoen euro die minister Ingrid van Engelshoven dinsdag uitdeelde voor de restauratie van rijksmonumenten, krijgt de Stevenskerk de grootste hap: 5,5 miljoen euro. ‘Too good to be true’, aldus een blije Wijsters in haar kantoortje, in de schaduw van de monumentale kerk.

De Stevenskerk is hét symbool van Nijmegen. Niet voor niets is de kerk vereeuwigd in het officieuze Nijmeegse volkslied: ‘Al mot ik krupe, op blote voeten goan, ik wil nog een keer Sint Steven heuren slaon.’ Hooggelegen op een uitloper van de stuwwal, is de kerk al van verre zichtbaar. ‘Een Nijmegenaar is thuis als hij de Stevenstoren ziet’, zegt Wijgers, zelf Nijmeegse.

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De Stevenskerk is bijna 750 jaar oud en kent zoals alle oude godshuizen een roerige geschiedenis. De oorspronkelijke kerk werd eind dertiende eeuw gebouwd in laatgotische stijl en is in de loop der eeuwen talloze malen herbouwd, verbouwd en uitgebreid.

Na de verovering van het katholieke Nijmegen door de protestantse prins Maurits werden in een taliban-achtige beeldenstorm alle heiligenbeelden en altaren vernield. Sindsdien is de Stevenskerk een protestantse kerk. Op 22 februari 1944 werd bij het ‘vergissingsbombardement’ (Amerikaanse piloten lieten op de terugweg hun bommen op Nijmegen vallen, in de veronderstelling dat het een Duitse stad was) de Stevenstoren in puin gelegd. Die werd na de oorlog weer opgebouwd.

Ook molens en mobiel erfgoed vallen in de prijzen

Minister Van Engelshoven (Cultuur) trekt dit jaar 34 miljoen euro extra uit voor het restaureren van rijksmonumenten, voor restauratie en groot onderhoud van molens en voor mobiele erfgoederen.

Het geld gaat naar 27 monumenten, groot en klein, verspreid over het hele land. De grootste bedragen gaan naar de Stevenskerk in Nijmegen, de Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk in Breda (4,9 miljoen) en de Domkerk in Utrecht (2,1 miljoen). Daarnaast is er 3,5 miljoen euro beschikbaar voor onderhoud en de restauratie van vijftig molens.

De minister trekt ook 1 miljoen euro uit om mobiel erfgoed toegankelijk te maken voor een groot publiek. Nu zijn historische (zweef)vliegtuigen, schepen, treinen en fietsen vaak alleen te bewonderen voor hun eigenaren.

De projecten krijgen een tegemoetkoming van 70 procent van de restauratiekosten. De overige 30 procent moeten ze zelf aanvullen.

Monumenten geven ons land een gezicht, aldus de minister. ‘Het is belangrijk in erfgoed te investeren om deze plekken aantrekkelijk te houden.’ 

Tegenwoordig is de Stevenskerk een belangrijke toeristische trekpleister voor Nijmegen. Jaarlijks bezoeken 130 duizend dagjesmensen de kerk, die ook nog eens 35 duizend bezoekers trekt met evenementen. De Radboud Universiteit houdt er vieringen, de stad Nijmegen reikt er elke twee jaar zijn vredespenning uit. De Stevenskerk is begin- en eindpunt van de Walk of Wisdom, een moderne pelgrimsroute. Elke zondag wordt er nog steeds een – oecumenische – mis opgedragen.

Maar de 5,5 miljoen euro van het Rijk komt niet zonder voorwaarden. De Stevenskerk moet 30 procent van dat bedrag – 1,6 miljoen – zelf bijleggen. ‘Dat heb ik niet zomaar op de plank liggen’, zegt Wijgers.

Het onderhouden van een monumentale kerk is een moeizaam gebeuren, vertelt de directeur op een rondgang door de kerk. De Stevenskerk draait grotendeels op vrijwilligers. Van de jaarlijkse begroting van 280 duizend euro komt eenderde uit de opbrengst van verhuur en de rest uit schenkingen en legaten. Een wankele basis. ‘Het blijft sappelen’, beaamt Wijgers.

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nooit af

Een oude kerk is ook nooit af, zegt ze staand op het orgelkoor, met uitzicht over de magnifieke kruisgewelven. Het houtwerk achter het orgel vertoont barsten, de houten kansel en gouden ornamenten zijn grijs van het stof. ‘Schoonmaken is ook een punt.’

De laatste restauratie was in 2014-2015. Toen werden stenen in de buitenmuur vernieuwd en kreeg het haantje in de toren een nieuw goudlaagje. Binnenkort worden de lampen vervangen door energiezuinige ledverlichting, over klimaatbeheersing wordt nog gedacht. ‘Nu zijn we honderd dagen per jaar dicht omdat het te koud is.’

Van tijd tot tijd komt de vraag op of ze entree moeten heffen. Sommige kerken doen dat al, weet Wijgers. Zoals de Sint Servaas in Maastricht. De Stevenskerk vraagt een vrijwillige bijdrage van 2 euro. Maar gemiddeld laten bezoekers slechts 25 cent per persoon achter. ‘Ik zou het liever niet doen. De vraag is of we het ons kunnen veroorloven.’ Maar die 1,6 miljoen eigen bijdrage aan de restauratie moet lukken, denkt Wijgers. ‘We hebben er ook nog een paar jaar de tijd voor.’

Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant