Godsdienstvrijheid niet onder aan de pikorde

Minister Timmermans wekt de indruk vrijheid van godsdienst van ondergeschikt belang te achten.

'The right to freedom of thought, conscience and religion is probably the most precious of all human rights.' Deze uitspraak is van Arcot Krishnaswami, speciaal rapporteur voor de VN inzake preventie van discriminatie en bescherming van minderheden.


De mensenrechtennota van minister Timmermans staat daarmee op gespannen voet, zo blijkt uit de krantenkop 'Vrijheid van godsdienst geen prioriteit meer'. Volgens het persbericht van de minister krijgen de bescherming van mensenrechtenverdedigers, het opkomen voor gelijke rechten van lesbiennes, homo's, biseksuelen en transgenders en het opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen prioriteit. De vrijheid van godsdienst ontbreekt in die opsomming. De nota lijkt hiermee te suggereren dat je binnen het geheel van de mensenrechtencatalogus als het ware kunt shoppen.


Dat is jammer. Weliswaar is de mensenrechtennota Respect en recht voor ieder mens zelf aanmerkelijk genuanceerder in zijn waardering voor alle mensenrechten - zowel de klassieke als de sociaal-culturele - maar daarmee is de suggestie van de accentverlegging nog niet weggenomen. Meer nog: de indruk wordt gewekt dat het ene mensenrecht als het ware tegenover het andere mensenrecht kan worden gezet.


Mensenrechten zijn niet los verkrijgbaar. Zij hangen met elkaar samen. Neem de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Waar komt deze vrijheid op neer? Ten diepste op de erkenning dat elke mens de vrijheid toekomt om het eigen leven in te richten in overeenstemming met diens diepste overtuigingen, ongeacht de vraag of die van godsdienstige aard zijn of niet. Met deze erkenning legt de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst als het ware een fundament onder alle andere vrijheden. Anders gezegd: al die andere vrijheden (gelijke behandeling ongeacht ras, geslacht of seksuele voorkeur, de vrijheid van vereniging en vergadering, politieke vrijheden, et cetera) zijn gegeven opdat mensen de mogelijkheid hebben overeenkomstig hun diepste overtuigingen te leven.


Zo bezien kunnen we het recht op gelijke behandeling, politieke vrijheden, enzovoorts, als het ware beschouwen als manifestaties van de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit vereist natuurlijk wel dat wat in de volksmond al gauw wordt beperkt tot de 'vrijheid van godsdienst' niet beperkt moet worden opgevat. De Nederlandse grondwet spreekt niet voor niets van 'vrijheid van godsdienst en levensovertuiging'. Mensenrechtenverdragen, zoals dat van de VN, spreken van de vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst. En Krishnaswami benadrukt dat deze vrijheid niet alleen over religieuze overtuigingen gaat, maar ook over agnosticisme, atheisme of rationalisme of welke (levens-)overtuiging dan ook.


Van boven- of onderschikking is dus geen sprake. Wel van samenhang en onderlinge vervlechting.


Maar grondrechten (mensenrechten) kunnen toch botsen? Ja, maar alleen in die zin dat de vrijheid van de ene mens de vrijheid van de andere mens in de weg kan zitten. En dan moeten keuzen worden gemaakt. Met respect voor de beide vrijheden die in het geding zijn.


Mag je in het buitenlands beleid dan niet opkomen voor groepen die het om bijzondere redenen moeilijk hebben? Vanwege hun vrouw zijn, hun seksuele geaardheid of (politiek) activisme? Natuurlijk wel. Als landen vrouwen achterstellen of homoseksuelen vervolgen, is protest geboden.


Maar kom dan ook op voor mensen die wegens hun geloof worden vervolgd. Daar is meer dan voldoende reden voor, juist in landen waar tevens sprake is van andere mensenrechtenschendingen. Denk aan de Arabische wereld, waar politieke activisten, homoseksuelen, christenen en andere godsdienstige minderheden in een weinig benijdenswaardige positie verkeren.


Een soort rangorde of prioriteitstelling tussen de ene mensenrechtenschending of de andere kan zeer oneigenlijk uitpakken. Alsof het er toe doet om welke reden rechten en vrijheden van mensen worden aangetast. Een dergelijke rangorde heeft ook geen zin. Ten diepste raakt elke schending van mensenrechten mensen immers in hun geweten, godsdienst of levensovertuiging.


Joël Voordewind

is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie.


Jacob Pot

is politiek adviseur van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden