Godsdienstvrijheid niet absoluut

RPF-leider Leen van Dijke maakt met zijn beroep op godsdienstvrijheid van artikel 1 van de Grondwet een dode letter, meent Boris Dittrich....

IN de Volkskrant van 21 maart konden we lezen dat de fractievoorzitter van de RPF, Leen van Dijke, zich voor de rechter moet verantwoorden voor uitspraken, die hij in 1996 in een interview met Nieuwe Revu deed. Hij zei toen: 'Maar waarom zou stelen, bijvoorbeeld uitkeringen pikken van de overheid, minder erg zijn dan zondigen tegen het zevende gebod? Ja, waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief?'

In de Tweede Kamer zorgde het interview in 1996 voor commotie. Zes fractievoorzitters (Heerma van het CDA wilde niet meedoen) stuurden hun collega-fractievoorzitter als reactie op dat interview een open brief, waarin zij schreven met ontsteltenis kennisgenomen te hebben van de denkbeelden van de RPF.

Van Dijke reageerde toen met een open antwoordbrief, waarin hij zijn opvattingen nog eens toelichtte. Deze brief werd door de officier van justitie als 'excuusbrief' beschouwd, en was een reden voor de magistraat om Van Dijke niet verder te vervolgen.

Nu heeft het Gerechtshof besloten dat de officier van justitie de fractievoorzitter van de RPF als verdachte van het misdrijf van discriminatie toch moet vervolgen, omdat de uitlatingen beledigend zijn voor een bevolkingsgroep, de homoseksuelen. Het gerechtshof stelt Van Dijke volledig verantwoordelijk voor het interview in Nieuwe Revu, omdat hij de tekst ervan ter correctie toegestuurd had gekregen, waarna hij er zijn fiat aan gaf.

Van Dijke reageert verbitterd op deze beslissing. In het Journaal van 21 maart beroept hij zich op de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting. Als christenen zich voor de rechter voor hun geloof moeten verantwoorden, waar gaan we dan naar toe? Van Dijke voegt daar aan toe, dat hij homoseksuelen niet afwijst, maar slechts wanneer zij praktiserend homoseksueel zijn, keurt hij dat af.

Verongelijkt vervolgt hij dat hij niet om dit soort aandacht heeft gevraagd. Het is voor hem geen thema in de politiek en met de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen voor de boeg, komt hem deze aandacht slecht uit.

Geen van deze argumenten kunnen mij overtuigen.

Natuurlijk is er in Nederland godsdienstvrijheid. Maar betekent die vrijheid dat je andere bepalingen uit de wet mag overtreden? De vrijheid van godsdienst is, anders dan Van Dijke suggereert, niet ongeclausuleerd. In artikel 6 van de Grondwet staat dat ieder het recht heeft zijn godsdienst vrij te belijden 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'.

Die laatste toevoeging, die ook in artikel 7 staat dat de vrijheid van meningsuiting vastlegt, is essentieel. De godsdienstvrijheid vindt zijn beperking in artikel 1 van diezelfde Grondwet, waar discriminatie op welke grond dan ook wordt verboden. Dat verbod is uitgewerkt in diverse wettelijke bepalingen, zoals de wet gelijke behandeling en het wetboek van strafrecht.

Vrouwe Justitia is geblinddoekt. Overtreders van de wet zijn voor haar in beginsel gelijk. Een onbehouwen voetbalsupporter mag homoseksuelen niet discrimineren, maar een fractievoorzitter van een christelijke partij ook niet. Stel dat Van Dijke zijn uitspraken over homoseksuelen straffeloos mag doen? Waarom zouden anderen in de samenleving dat recht dan ook niet krijgen? Of de opvatting nu voortkomt uit een bepaalde interpretatie van de Bijbel of niet, doet niet terzake. Waar het om gaat is dat het op één lijn stellen van homoseksuelen met criminelen, strafbaar is volgens de wet.

Zou overtreding ervan ongemoeid worden gelaten, dan is dat een vrijbrief om homosekuelen voortaan uit te maken voor criminelen. Wanneer de overtreders daar vervolgens op aangesproken worden, zouden zij gemakkelijk kunnen volstaan met een beroep op de eigen godsdienst of levensovertuiging.

De jongerenorganisatie van de RPF heeft inmiddels publiekelijk afstand genomen van zijn uitspraken en stelt dat maatschappelijke discriminatie van homoseksuelen juist moet worden bestreden, ook door christenen.

De vraag rijst ten slotte welke betekenis gehecht moet worden aan de eed, die Van Dijke afgelegd heeft, toen hij tot Tweede-Kamerlid werd beëdigd. Hij heeft toen trouw aan de Grondwet gezworen. Maar uit zijn uitlatingen blijkt dat hij met een eigenzinnig beroep op ongeclausuleerde godsdienstvrijheid artikel 1 van de Grondwet tot een dode letter maakt.

Homoseksuelen die hun seksualiteit niet onderdrukken, zijn in de woorden van Van Dijke 'praktiserend homoseksuelen'. Hun levenswijze vindt in de ogen van Van Dijke geen genade, hij keurt die af. Het komt op mij over als een onbarmhartige kijk op andere mensen. Is barmhartigheid niet juist een van de kenmerken van het christelijk geloof?

Met dit soort opvattingen worden homoseksuelen teruggeworpen naar hun maatschappelijk isolement uit de voorbije geschiedenis. Ik kan me voorstellen dat het GPV zich achter de oren krabt. Welke chritelijke koers zullen de twee partijen, die onlangs aankondigden nauw te gaan samenwerken, varen, indien de fractievooritter van de RPF er dit soort denkbeelden op na houdt?

Het argument dat de vervolging als verdachte van discriminatie Van Dijke slecht uitkomt, omdat hij zich niet op dit onderwerp wil concentreren, maar campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen wil voeren, is een zwaktebod. Daarmee lijkt Van Dijke zich als slachtoffer op te stellen, terwijl hij toch degene is geweest, die dit onderwerp in de publiciteit heeft aangezwengeld. Toen hij zijn uitspraken deed, had hij zich dat moeten realiseren. Als praktiserend humanist citeer ik graag en met overtuiging de Bijbel, Leviticus 19, 18: 'Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.'

Boris Dittrich is voor D66 lid van de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden