Godsdienstvrijheid lijdt nederlaag

De Indonesische regering heeft maandag een omstreden wereldwijde islamitische beweging het leven onmogelijk gemaakt. De Ahmadiyyah-beweging moet onmiddellijk al haar religieuze activiteiten staken....

Van onze correspondent Michel Maas

Voorstanders van godsdienstvrijheid in Indonesië hebben maandag het nakijken. Een van hun belangrijkste woordvoerders, ex-president Abdurrahman ‘Gus Dur’ Wahid, noemt het besluit een daad van een ‘laffe regering’. Hij verklaart Ahmadiyyah's te steunen tot zijn laatste ademtocht.

De Ahmadiyyah-beweging moet volgens het regeringsbesluit met onmiddellijke ingang ophouden met het ‘verspreiden van interpretaties en met activiteiten die in strijd zijn met de principiële leerstellingen van de islam’. Daaronder valt het fundament van de beweging: het geloof dat er na Mohammed nóg een profeet is geweest: Mirza Ghulam Ahmad de stichter van de beweging.

De beweging, die een half miljoen aanhangers zou hebben, bestaat tachtig jaar, maar pas sinds enkele jaren is zij doelwit van radicalen. Haar aanhangers zijn door knokploegen verdreven, duizenden zijn gevlucht naar het tolerante Bali, en hebben aangekondigd asiel in Australië te willen vragen.

De Ahmadiyyah is een belangrijke test voor Indonesië, dat worstelt met zijn godsdienstvrijheid. Zo’n 80 procent van de bevolking is moslim en een hardnekkige moslimminderheid probeert het land in de richting van een islamitische staat te manoeuvreren. De Indonesische Grondwet garandeert iedereen echter vrijheid van godsdienst. Een regelrecht verbod van de Ahmadiyyah is volgens velen in strijd met het fundament van de staat. Daarom houdt het ministerieel besluit het nu op het ‘bevriezen’ van de beweging, wat volgens de procureur-generaal, Hendarman, iets anders is dan een verbod. De groep wordt niet opgeheven, zegt hij.

Dit halfslachtige bijna-verbod wordt gezien als een poging van de regering tot een compromis, dat zowel de radicalen tevreden stelt, als het imago van Indonesië als een seculiere staat in stand houdt. Dat lijkt aan beide kanten te zijn mislukt. De woordvoerder van de radicale ‘Raad van Mujahedin’ (MMI) vindt het te weinig: ‘Dit is niet genoeg. Dit is niet wat wij eisen. De aanhangers van de sekte slaan misschien geen mensen, maar zij slaan ons geloof.’

Gematigde moslims vinden het besluit te ver gaan, zoals Muslim Abdurrahman. ‘Dit is een slecht voorbeeld. Dit kan het beeld van Indonesië als grootste islamitische democratie in de wereld alleen maar beschadigen. Niemand gelooft dat nu meer.’

Ex-president ‘Gus Dur’, tevens ex-leider van een van de grootste moslimorganisaties van het land, was een week geleden een van de leiders van een grote demonstratie voor godsdienstvrijheid. Ruim tweehonderd vooraanstaande Indonesiërs publiceerden aan de vooravond van die demonstratie een oproep aan de regering zich niet in religieuze zaken te mengen en de Ahmadiyyah, met rust te laten.

De demonstranten werden aangevallen door de notoire Islamitische knokploeg ‘Front van de Verdedigers van de Islam’ (FPI). Leden van deze radicale groep sloegen en hakten in op de demonstranten en vernielden alles wat op hun weg kwam. De aanval heeft tot grote woede geleid onder het gematigde deel van de bevolking.

Pas een dag later, nadat de Indonesische media beelden lieten zien van vrouwen en kinderen die in elkaar werden geslagen, en een golf van verontwaardiging teweegbrachten, ging de politie over tot actie en arresteerde 49 leden van het FPI, inclusief de leider, Habib Rizieq.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden