Gods eigen vervolgopleiding

Op Eton, de beroemdste school van Engeland, doe je je zoontje niet alleen vanwege de kwaliteit van het onderwijs. 'Op Eton koop je een toekomst voor je kind.' De echte Etonian herken je onder meer aan z'n rare manier van lopen (veroorzaakt door de pandjesjas) en aan z'n zorgeloze/onverschillige gelaatsuitdrukking....

Dus hier heeft God zelf zijn scholing ontvangen, volgens het Engelse credo. 'God', zo luidt daarvan het eerste geloofsartikel, 'is een Engelsman, vermoedelijk opgeleid op Eton.' Geen wonder dat het gebouw er meer uitziet als een klooster dan een school. En geen wonder ook dat deze school de beroemdste school ter wereld is.

Ik denk even terug aan mijn eigen middelbare school, ergens in een Nederlandse polder, als ik vanaf het kasseienpleintje dat Long Walk heet, door de poort de School Yard oploop, het rechthoekige plein met het standbeeld van Hendrik de Zesde, de Engelse koning die The College of the Blessed Mary of Eaton beside Windsor in 1440 stichtte.

Heel wat anders dan die jaren-zestigschool van ons.

Voor me verrijst Lupton's Tower, uit 1517. Tegenover de Kapel van Eton staan de Lower School en de Long Chamber, oude klaslokalen die in 1443 gereed kwamen en waarvan de Lower School nog steeds in gebruik is. Een klas lokaal van 556 jaar oud.

Die aula van ons, ook heel anders dan de College Hall van Eton. Lang niet zoveel wapens en schilderijen. Met een paar abstracte doeken uit de twee-procentsregeling had je het wel gehad. Maar hier kijkt Harold Macmillan op me neer, Brits premier uit de jaren vijftig, maar toch vooral Etonian uit het eerste decennium van deze eeuw. Plus vele anderen.

Hadden we bij ons op school niet, oud-leerlingen die het tot Eerste Minister hadden geschopt. Laat staan negentien. Zelfs nooit een minister voortgebracht, die school van ons, laat staan honderden. En ook geen beroemde schilders, schrijvers, dichters, ontdekkingsreizigers, componisten, generaals of bisschoppen, zoals Eton. Koningen en prinsen, ho maar. Niet eens een graafje of een baronnetje.

Eton wel, blauw bloed bij de vleet. Als je een beetje oplet, zie je prins Harry met zijn rooie kuif door de straten schui felen, op weg naar het volgende leslokaal. En als je dan hello tegen hem zegt, zegt-ie keurig hello terug.

Of z'n broer, de lange kroonprins, zit hier ook. William en Harry zijn allebei oppidans, scholieren die buiten het college wonen. Ze huizen beiden in The Manor House, in het centrum van Eton, een van de 24 huizen waarin de meeste studenten verblijven. In Manor House woonde vroeger ook Arthur Wellesley, die later als de hertog van Wellington Napoleon nog mores zou leren bij Waterloo.

Old Etonians, mannen van staal, die zonder blikken of blozen op de vijand afdenderden. Na de Falklandoorlog werd voor de 37ste keer een Victoria Cross, de allerhoogste Britse militaire onderscheiding, uitgereikt aan een oud-Etonian. In de Eerste Wereldoorlog vochten vijfduizend oud-leerlingen van de school, er kwamen er 1157 om het leven.

Bij ons had je vooral aanstaande dienstweigeraars.

Gelukkig is er John Lewis, de headmaster van Eton. Had zo rector op onze school kunnen wezen. Streng maar rechtvaardig. De scherp observerende oogopslag die over de hele wereld de ware schoolmeester kenmerkt.

Eton is met 1280 leerlingen veruit de grootste public school - zelf spreken ze liever van independent school - van Groot-Brittannië. Alle leerlingen zijn boarders, ze verblijven dus behalve in de vakanties voortdurend op de school. Ze komen op Eton als ze dertien zijn en blijven vijf jaar.

Eton is duur, hoewel niet de duurste public school van het land. Ouders betalen vijftigduizend gulden schoolgeld per jaar. Daar komt per jaar nog zeker vijfduizend gulden bij voor kleding, clubs, reizen en zakgeld.

Eén groep leerlingen betaalt minder, of helemaal geen schoolgeld. Hendrik vi stichtte Eton in de eerste plaats als een klooster. Aan dat klooster - achter de School Yard en naast de College Hall bevindt zich nog de kloosterhof - was een school verbonden, voor zeventig leerlingen, de zogenoemde King's Collegers.

De King's Collegers, herkenbaar aan hun overjas met zwaluwstaarten en het kc achter hun naam, zijn er nog steeds op Eton. Ze wonen ook als enigen nog steeds in de school zelf. Elk jaar in mei wordt gedurende drie dagen een moordend examen afgenomen, waar de kc'ers worden geselecteerd. De meeste kandidaten hebben zich twee jaar lang speciaal op dat examen voorbereid. 'Het is net alsof ik een Derby-winnaar heb getraind', zei het trotse schoolhoofd van de lagere school die dit jaar de beste kc'er leverde.

Wat maakt Eton zo bijzonder? Waarom doen de oude aristocratie én de nieuwe geldadel nog steeds hun uiterste best hun zonen op Eton te krijgen? 'Mensen kopen hier niet alleen een opleiding', zegt Gerard Evans, hoofd sectie moderne talen. 'Op Eton koop je een toekomst voor je kind.'

Lord Charteris, de befaamde Eton-provoost uit de jaren tachtig, drukte ooit kernachtig uit wat zijn school kinderen leerde. 'De jongens ontdekken dat je mensen moet overtuigen om te krijgen wat je wilt. Het is de ideale training voor staatslieden, politici en ondernemers. En voor piraten.'

Bovendien, wie Eton achter de rug heeft, beschikt voor de rest van zijn leven over een invloedrijk netwerk. Charteris: 'De wereld draait om het kennen van de juiste mensen. Het spijt me, maar dat is zo. Vroeger, als je een Oud-Etonian was en je was lid van de aristocratie, kende je automatisch de juiste mensen. Eigenlijk is er weinig veranderd.'

Een paar cijfers om te laten zien waartoe dat allemaal leidde: Groot-Brittannië telde tussen 1900 en 1985 ongeveer vijftienhonderd ministers. Daarvan hadden er 343 op Eton gezeten. Van de 85 hoogste rechters in Engeland komen er twintig van Eton. Een derde van de legertop, een kwart van de ambassadeurs: Eton. Veel directeuren van de Bank of England en bisschoppen van de Church of England: idem. Van de 750 erfelijke peers in het Hogerhuis, had de helft op Eton gezeten. Op de laatste lijst van tweehonderd rijkste Engelsen staan 35 Old Etonians.

Misschien is Eton niet langer een van de 'kaste-vormende instituties van de aristocratie'. Misschien is het niet meer de chief nurse of England's statesman of de nursery of England's gentleman. Maar het is, zegt Lewis, nog steeds Etons doelstelling om 'leiders van de maatschappij' af te leveren, een 'sociale en politieke elite' te vormen.

Een goede Engelse grammarschool heeft per jaar ongeveer 6500 gulden per leerling te besteden. Op Eton ligt dat bedrag tien keer zo hoog, op 65 duizend gulden. Daarmee krijgt iedere leerling dus meer terug dan hij aan schoolgeld moet betalen. Het verschil financiert Eton, jaaromzet 65 miljoen, uit de opbrengst van zijn investeringen. 'Winst' wordt onmiddellijk weer in de school gepompt.

Onlangs bouwde Eton voor drie miljoen gulden een schitterende nieuwe studio voor de Art School en breidde het voor zes miljoen gulden de muziekschool uit. Eton heeft sportfaciliteiten waarop een kleine Nederlandse stad jaloers zou zijn: dertig sportvelden, twintig tennisbanen, een golfbaan, binnen-, en buitenzwembaden, de grootste schermzaal van Europa, een atletiekstadion, een overdekte atletiekaccommodatie, en er wordt gebouwd aan een Olym pische roeibaan, waar de school straks graag de wereldkampioenschappen wil organiseren.

Eton heeft een volwaardig eigen theater en een eigen concerthal. In Florence bezit de school een villa, Casa Guidi , waar het hoofd van de schilderschool, John Booth, regelmatig verblijft met zijn meest talentvolle leerlingen, om er 'in een inspirerende omgeving' te schilderen.

Booth is een gedreven pleitbezorger voor de kunst, die prins William zo enthousiast heeft gemaakt, dat hij kunstgeschiedenis wil gaan studeren. Booth is een eenvoudige jongen, afkomstig uit een arbeidersmilieu. Dus toen hij pas op Eton kwam, was dat wel even wennen.

'Ik liet op een dag dia's zien van mooie Britse gebouwen, in het kader van een les architectuurgeschiedenis. Op een gegeven moment komt er een foto van een van de allermooiste en allergrootste Schotse stately homes, in de buurt van Edinburgh. Hoor ik een stem achterin de klas: "Dat is ons huis, Sir.'' Oh, zeg ik, een beetje van slag, ik hoop jullie huis de komende zomer te bezoeken. "Sorry Sir'', zegt dezelfde stem, "ik ben bang dat het niet open is voor het publiek.'' That's Eton for you.'

Eton heeft 140 docenten, één op elke negen leerlingen. Het percentage phd's, doctorstitels, ligt er hoger dan op menig Oxford-college. De Eton-masters verdienen ook meer dan hun universiteitscollega's. 'De meeste docenten zijn man, Brits en Oxbridge', zegt Lewis. Er zijn acht vrouwelijke docenten.

Kern van de opleiding, zegt Lewis, is dat 'we de jongens stimuleren om onafhankelijk te leren denken, hun eigen leven te organiseren en verantwoordelijkheid te nemen'. In dat streven past ook de van oudsher ver doorgevoerde democratisering van Eton, waar al heel lang het principe van 'studenten-zelfbestuur' geldt. 'De boys hebben altijd heel veel macht gehad.'

De House captains waren, zeker in de tijd dat ze zulks met de zweep kracht mochten bijzetten, heer en meester in hun Huis. Ze mogen ook nu nog boetes opleggen. De 'Pop', een uit 24 scholieren bestaande elite, was en is een machtig orgaan. 'De organisatiestructuur van Eton leert lessen in democratie, maar ook in de verdorvenheid van de mens', schreef Etons huishistoricus Tim Card. 'Eton is het Eden van het Oercynisme.'

'Het is niet zo dat Eton extra bijzonder is in academisch opzicht', zegt geschiedenisleraar David Evans. 'Er zijn veel scholen die net zo goed zijn. Maar de faciliteiten hier zijn fantastisch.' Evans, dertig jaar in dienst, zou in elke comedy-serie kunnen optreden als de verstrooide professor. Hij slist een beetje, maar in de klas straalt de liefde voor zijn vak uit zijn ogen.

Veertien Etonians van rond de zestien buigen zich over de kruistochten en de kruistocht-staten, 1095-1192. In het midden staat Evans, als Socrates temidden van zijn leerlingen, in een voortdurende dialoog. Het gaat hem niet om de historische feiten, maar om de wijze van geschiedschrijving. Daarover hebben de leerlingen allemaal een essay geschreven. En daarna discussiëren ze erover, op een verbazingwekkend hoog abstractieniveau.

Richard (17) raadt mij aan eens wat meer te lezen over de politieke situatie in het Oosten, ten tijde van Baldwin de Eerste, in november 1100. 'Rather complicated', zegt Richard, 'maar ook zeer boeiend.'

Ik denk aan mijn oude geschiedenisleraar, de goede meneer Pol, en ik weet zeker dat hij van ontroering in tranen was uitgebarsten, als hij dit had mogen zien en horen.

'De Slag bij Waterloo is gewonnen op de sportvelden van Eton', zei de hertog van Wellington. Ik loop op het stuk gras waar hij in dat citaat met name naar verwees, het veld langs de muur van College Field waar Etons beruchte Wall Game wordt gespeeld.

Wall Game is een combinatie van een massaal groepsgevecht op de vuist en rugby. Voor het eerst werd het spel uitgevochten in 1766, de regels werden vastgelegd in 1849. Het veld is drie meter breed en ongeveer honderd meter lang, direct naast de muur, die de weg naar Slough scheidt van het sportveld. De belangrijkste wedstrijd van het jaar vindt plaats op St. Andrew's Day, de Engelse nationale feestdag, tussen de King's Collegers en de Oppidans. Bij het begin van het duel, om kwart voor elf 's ochtends, vormen zich twee scrums van negen man, terwijl aan weerszijden daarvan een teamlid, meestal tevergeefs, staat te wachten op de bal. Als een veelkoppig monster beweegt de scrum zich vervolgens langzaam langs de muur, tot om twaalf uur de klok van de kapel klinkt, en de wedstrijd is afgelopen. In de match is sinds 1909 geen goal meer gescoord.

Regel 1 van de Wall Game luidt dat 'geen van de spelers iets mag doen dat er alleen op is gericht zijn tegenstander pijn te doen'. Pijn, aangericht voor een specifiek doel, bijvoorbeeld balbezit, is wel toegestaan. Dat gegeven maakt de Wall Game tot een gewelddadige sport, ook al luidt regel twee dat het verboden is de vuist in het gezicht van de tegenstander te draaien. Hem in het gezicht 'planten' is toegestaan. Scheidsrechter R.P.C. Forman: 'Ik zeg altijd tegen de jongens dat het een bijzonder veilig spel is. Er is tot dusver nog maar één jongen bij omgekomen.' Dat drama vond plaats toen de bogen onderin de muur nog niet waren dichtgemetseld. Een van de spelers kwam daarin klem te zitten met zijn hoofd, terwijl de scrum zich met het resterende deel van zijn lichaam richting doel verplaatste.

De Nieuw-Zeelander John Lewis werd in 1992 headmaster van Eton. 'Het leven heeft tegen me samengespannen', zegt hij, 'en zo ben ik hier terecht gekomen.' Lewis, wiens bijnaam Ghost luidt, wil niet zeggen dat hij met het headmasterschap van Eton de absolute top in zijn stiel heeft bereikt. 'Dat laat ik liever aan anderen over.' Voor de anderen, het gehele Britse volk zo ongeveer, is hoofd van Eton inderdaad het hoogste dat je in het onderwijs kunt bereiken.

Overigens is het de vraag of de headmaster van Eton nog wel een echt hoofd is. Eton is een bedrijf, dat bezittingen ter waarde van ruim een half miljard gulden beheert - en daarin zijn de school, de ruim honderd hectare grond waarop die staat én de kunstschatten van Eton niet inbegrepen. Eton bezit onroerend goed, dure grond in het hart van Londen, en een indrukwekkende aandelenportefeuille.

Toen de school in 1997 voor het eerst werd gedwongen financieel opening van zaken te geven, ontstond er veel ophef over zoveel rijkdom. Want Eton is, net als alle andere public schools, formeel een liefdadigheidsinstelling, en betaalt daarom geen belasting. Zo rijk, zo elitair, en ook nog geen belasting? De oude Labourinstincten - in de jaren zestig pleitte de partij voor de afschaffing van de public schools - kwamen weer boven.

Voor de verkiezingen van 1997 dreigde de partij daarom een einde te maken aan de bevoorrechte belastingstatus van de scholen. Erna is van die plannen niets meer van vernomen. Het was alsof Labour opeens besefte dat Groot-Brittannië het zich helemaal niet kan veroorloven de privé-scholen op te heffen of het leven onmogelijk te maken; niet zolang veel staatsscholen nog van zeer dubieus niveau zijn.

Ondertussen komt Lewis de regering tegemoet, door zijn best te doen het verfoeide elitaire karakter van zijn school van een rood strikje te voorzien. Hij heeft het aantal beurzen vergroot en er zijn elk jaar acht volledige beurzen beschikbaar voor jongens van staatsscholen. 'Daarvoor betalen we alles. Boeken, kleding, echt alles.'

Waarom doet deze eliteschool zijn uiterste best om er toch een beetje uit te zien als een gewone school? Wat is er eigenlijk tégen een eliteschool, die zijn leerlingen het beste van het beste kan voorzetten? 'Niets', zegt leraar geschiedenis Lowther. 'Maar we worden in het defensief gedrongen. Elitair mag niet meer. Jij gaat toch zeker ook niet schrijven: ik zou mijn zoon graag naar Eton zien gaan?'

Ik heb geen zoon, zeg ik. Maar anders wist ik het zo net nog niet. Ik heb nog nooit zo'n mooie school gezien. 'Nou', zegt Lowther, 'in dit land word je geacht dergelijke politiek incorrecte dingen niet meer te schrijven.'

'Wij beseffen dat we ons anders moeten opstellen', zegt Lewis. 'De tijd dat we een eiland in de samenleving konden en misschien ook wel wilden zijn is voorbij.'

Gelukkig willen ze op Eton nog wel een beetje een schiereiland zijn. Het straatbeeld in het dorp wordt nog altijd bepaald door de jongens in hun pandjesjassen, stijve boord, witte das, zwart vest en pantalon met grijze streep.

Blij zijn de meeste leerlingen niet met het uniform, maar het went. 'Je kunt er alleen een beetje moeilijk in rennen', zegt James (14). 'Het vereist een bepaalde manier van lopen, je moet een beetje met je schoenen over de straat slepen.'

Aan die Eton-shuffle, de gezichtsuitdrukking die het midden houdt tussen absolute zorgeloosheid en diepe onverschilligheid, de typische Eton-slag in het haar en de wat lijzige manier van praten, herkent men nog steeds de ware Etonian.

Enige tijd geleden, tijdens een lunch op de Nederlandse ambassade, stond de journalist Boris Johnson tijdens de tafelspeech van een Nederlandse bewindsman plompverloren op, meldde met een diep verveeld gezicht dat hij 'naar de kapper moest' en vertrok zonder een verder woord. 'Eton', constateerde een Engelse collega. Dat zei genoeg.

De lak-aan-alles houding; het grenzeloze zelfvertrouwen dat gemakkelijk kan overgaan in arrogantie; het idee dat het hele leven eigenlijk weinig meer is dan een vaak jolly good joke en de stille aanname dat de non-Etonian - laat staan de buitenlandse non-Etonian - eigenlijk niet zoveel te melden kan hebben, dat alles is heel erg 'Eton'.

Maar wat wil je, als je als dertienjarige op een school komt waar je jaarlijks door duizenden toeristen als uitermate bijzonder wordt aangestaard, ook al sta je je gewoon te vervelen bij de Burning Bush voor de bibliotheek, de lamp die als het centrum van Eton geldt? Wat wil je, als 's werelds beroemdste namen niet alleen worden uitgenodigd op jouw school, maar daar ook op ingaan?

Alexander Solzjenitsyn sprak de boys toe. Henry Kissinger ook. Britse premiers, Amerikaanse presidenten, secretarissen-generaal van de navo, ministers (voor een staatssecretaris komt op Eton niemand zijn bed uit).

Wat wil je, als je in dezelfde banken zit als Gladstone, Shelley en Gray, Orwell en Huxley, Conolly en Hardy, Green en Fleming, Lord Carrington en Eden, Keynes, Burgess en Leopold van België? Dan wil je natuurlijk wel eens een beetje eigenwijs worden en denken dat je als Eton-scholier al een mooi eind opschiet richting Nobelprijs.

Eton - let wel: een middelbare school - heeft in de Meyers-collectie een van de allermooiste verzamelingen Egyptische kunst ter wereld. Op Eton hebben ze ook één van de 42 nog bekende Gutenbergbijbels in de bibliotheek liggen. De geschatte waarde bedraagt zeventien miljoen gulden. Etons exemplaar is niet nagelaten of antiquarisch gekocht, maar in 1455 nieuw aangeschaft.

Moest je bij ons in de bieb komen. Was je al blij als de pagina's van Turks Fruit niet aan elkaar zaten geplakt.

Twee oude Eton-tradities liggen op de schroothoop der geschiedenis: fagging en flogging zijn in de jaren tachtig afgeschaft. 'En persoonlijk ben ik daar erg gelukkig mee', zegt John Lewis. 'Fagging' was het systeem dat een jonge scholier volledig ondergeschikt maakte aan een oudere leerling, die de hem toegewezen fag letterlijk alles kon laten doen wat hij wilde. Bij ongehoorzaamheid mocht er gegeseld worden. Op veel privé-scholen liep fagging uit op pure terreur, waarbij zelfs doden vielen.

Tot ver in deze eeuw was fagging een gangbaar systeem, dat op alle Engelse kostscholen het leven van veel jonge jongens tot een ware hel maakte. Tony Blair was al gekozen tot leider van de Labourpartij, toen hij tijdens een toespraak in Edinburgh onder zijn gehoor de jongen - inmiddels een bankier - ontwaarde die hij in de jaren zestig had gediend als fag op Fettes, 'het Schotse Eton'. Blair raakte zo van slag dat hij zijn toespraak moest afbreken.

Het afschaffen van de lijfstraffen, 'flogging', scheelt John Lewis in elk geval veel tijd. Veel van zijn voorgangers hadden het er knap druk mee. Befaamd is het geval van headmaster Heath, die aan het eind van de achttiende eeuw over Eton regeerde. Hij was ooit urenlang bezig met het kastijden van zeventig jongens (tien slagen de man) en diende na afloop van die exercitie een week het bed te houden met verrekte spieren.

Er waren in het verleden ook leerlingen die geen genoeg konden krijgen van de zweep. De dichter Swinburne (1839-1909) schreef ooit dat hij er al zijn gedichten voor over zou hebben, als hij nog eenmaal zo'n heerlijke Eton-ranselpartij zou mogen meemaken.

'Eton', schreef George Bernard Shaw vlak na de Eerste Wereldoorlog, 'moet met de grond gelijk worden gemaakt en de funderingen moeten in het zout worden gezet'. En de onlangs overleden parlementariër Alan Clark noemde zijn oude school 'een vroege introductie tot wreedheid, verraad en extreme ontberingen'. Toen voormalig minister Jonathan Aitken onlangs de gevangenis indraaide, zei hij daar niet tegenop te zien, 'want ik heb op Eton gezeten'.

De Britse sociaal-democraten gingen er lang van uit, dat het systeem van de privé-scholen vanzelf aan zijn eind zou komen, omdat er op een gegeven moment domweg te weinig mensen zouden zijn die de hoge schoolgelden konden betalen.

Maar Eton en Winchester (sinds 1394), St. Paul's, Shrewsbury, Westminster, Merchand Taylor's, Rugby, Harrow en Charterhouse zijn populairder dan ooit. Tussen 1989 en 1999 stegen de schoolgelden met 280 procent, in de tien jaar daarvoor zelfs met 400 procent. Maar het aantal kinderen op de privé-scholen steeg mee, van 460 duizend in 1989, tot 478 duizend nu. De Engelse burger geeft nu bijna dertig miljard gulden per jaar uit aan schoolgelden.

Het gaat goed met de privé-scholen. Uit de hele wereld stromen de leerlingen toe. Michael Jackson heeft zijn zoon Prince nu al ingeschreven voor een Engelse privé-school, net als Madonna haar dochter en Mick Jagger zijn zoon. Een kleinzoon van Boris Jeltsin zit op Eton.

Ik loop langs de kleermakers in Eton Highstreet en ik geloof dat ik wel een beetje begrijp waarom. Zo'n Nederlandse school is natuurlijk best aardig, maar ik heb Solzjenitsyn nooit kunnen interviewen voor de schoolkrant, en Kissinger wilde ook niet. De burgemeester van de Noordoostpolder en Paul van Vliet in het plaatselijk theater, dat was het wel zo'n beetje. En in ons tekenlokaal kwam nooit een echt naaktmodel. Op Eton elke week.

'Op een goede dag', zegt master of art John Booth, 'komt hier in de studio een jongen binnen, de zoon van een Tibetaanse vorst. Die jongen is hier gewoon een leerling, maar thuis is hij een God. Echt een God, no kidding. Dat is vrij bijzonder Booth, zeg ik tegen mezelf. Sta je hier toch God schilderles te geven.'

God was dus geen Engelsman, maar hij zat wel op Eton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden