‘Goddelijke kanaries’ zwermen overal uit

Brazilië is overal tijdens het WK. Wie geen kaartje heeft bemachtigd voor een wedstrijd van de ‘goddelijke kanaries’, kan altijd nog terecht bij Japan, Spanje, Tunesië, Portugal of Mexico....

Vergeet minister Rita Verdonk voor Vreemdelingenzaken. Vergeet inburgeringstoetsen met vragen over de hoogte van een bijstandsuitkering. En vergeet nationale discussies over genaturaliseerde spelers. Soms hoeft het allemaal niet zo moeilijk te zijn. Zo profiteren liefst vijf landen tijdens dit WK van de diensten van een Braziliaan.

Wie zich altijd al heeft afgevraagd wat die spelverdeler met dat allerminst Aziatische uiterlijk deed in de selectie van Japan, kan zich geruststellen met de gedachte dat deze 28-jarige Braziliaan Alex echt geen uitzonderlijk geval is.

Denk bijvoorbeeld aan Marcos Senna, de 29-jarige speler op het middenveld van Spanje. Ook geen typische Spanjaard, deze voetballer van Villarreal. Sterker nog: ook door zijn aderen stroomt Braziliaans bloed. Al eerder kwamen Brazilianen voor Spanje uit. Zij luisterden naar de namen Donato en Catanha.

De liefhebbers van het Braziliaanse voetbal komen dus behoorlijk aan hun trekken tijdens dit WK in Duitsland. Want ook Portugal (Deco), Tunesië (Francileudo Santos) en Mexico (Zinha) hebben een ‘goddelijke kanarie’ weten te strikken. En dan te denken dat Jürgen Klinsmann op het laatst besloot om spits Kevin Kuranyi, ook een Braziliaan, buiten de Mannschaft te houden.

De Argentijnen, hoe kan het ook anders, volgen netjes met drie bij andere landen gestalde voetballers. Zo zorgen Mariano Pernia (Spanje), Mauro Camonaresi (Italië) en Guillermo Franco (Mexico) voor een sterke delegatie Zuid-Amerikanen bij het WK.

Met Pernia, de tweede ‘buitenlander’ dus in het Spaanse basisteam, is een zeer uitzonderlijk geval genoemd. Hij dankte zijn plek in de selectie van Luis Aragones aan de blessure van Chelsea-speler Asier del Horno. Pernia, die pas in april de Spaanse nationaliteit bemachtigde, was al in Argentinië om vakantie te vieren bij paps en mams, toen hij werd geïnviteerd.

Wat Pernia en de meeste van deze genaturaliseerde spelers gemeen hebben, is dat zij de nationale selectie van hun eigen land waarschijnlijk nooit zouden hebben gehaald. Dit werd ook ruiterlijk toegegeven door Senna die de Spaanse nationaliteit vorig jaar kreeg.

Als hij het trouwens werkelijk voor het zeggen had gehad, was hij het liefst uitgekomen voor Kameroen, dat zich niet plaatste voor het WK. ‘Als ik eerlijk ben, voelde ik in 2002, toen ik naar Spanje kwam, niets voor dat land. Maar ik had ook niets tégen het land, net zoals ik niets tegen Argentinië heb.’

Senna schatte de kans op uitverkiezing door bondscoach Carlos Alberto Parreira op ‘nagenoeg nul’. Daarom leek het hem wel verstandig zijn liefde aan Spanje te verklaren, waarschijnlijk in de wetenschap dat een bekend Spaans gezegde luidt: het maakt niet uit waar de kat vandaan komt, als hij maar muizen vangt.

Het is misschien een leuk wandtegeltje in de nieuwe keuken van Salomon Kalou, de Ivoriaanse aanvaller die zijn naturalisatie tot Nederlander zag mislukken. De behendige pingelaar, die deze zomer door Chelsea werd weggeplukt bij Feyenoord, zal zo zijn gedachten hebben bij een uitspraak van Santos, over zijn tweede land Tunesië.

‘De eerste keer dat ik er naar toeging, had ik nooit gehoord van Tunesië. Ik dacht dat we in Turkije waren. Maar al vrij snel leerde ik de mensen en het land te waarderen.’ Aan een inburgeringscursus werd de Braziliaan overigens niet onderworpen.

Maar dat niet elke poging tot naturalisatie van een Braziliaanse voetballer hoeft te slagen, bewees een tamelijk dubieuze poging van het oliestaatje Qatar. Daar hadden ze graag gezien dat Leandro, Ailton en Dede, voor de somma van een miljoen dollar per speler, tot de selectie van Qatar waren toegetreden. En dat leek de FIFA nu ook weer niet de bedoeling.

Als we Santos mogen rekenen tot de categorie voetballers die voor een andere natie uitkomt, onder het motto van ‘kan me niet bommen waar het land ligt, als ze maar bij het WK actief zijn’, valt zijn landgenoot Alex weer in een andere groep in te delen: die van de werkelijk toegewijde spelers.

Alex was 16 toen hij naar Shikoku emigreerde. Hij verkreeg het Japanse staatsburgerschap pas, toen hij al zeven jaar woonachtig was in het land. Hij zegt zich Japans te voelen, in het Japans te denken en hij spreekt de taal, in tegenstelling tot de uit Brazilië afkomstige bondscoach Zico, ook vloeiend.

Toen Alex met Japan tegen Brazilië aantrad tijdens het toernooi om de Confederatie-beker, vorig jaar in Duitsland, zong hij het volkslied van Japan mee en hield hij zich stil tijdens dat van Brazilië. Verdonk zou met hem weglopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden