God via de achterdeur

Christelijke denkers in de VS poneren Intelligent Design als alternatief voor de evolutietheorie. Nu hebben ze ook nog een artikel in een respectabel tijdschrift geplaatst gekregen....

Afgelopen maand verscheen een opmerkelijk artikel in de Proceedings of the Biological Society of Washington, een genootschap gelieerd aan het National Museum of Natural History en het Smithsonian Institute in Washington DC. Op het oog een kritisch overzicht van kwesties in de neodarwinistische evolutietheorie. Maar ook aanleiding tot een wetenschappelijke rel.

In het stuk stelt wetenschapsfilosoof dr. Stephen Meyer dat de klassieke evolutietheorie de Cambrische Explosie niet kan verklaren. Tijdens deze explosie, 530 miljoen jaar geleden, ontstond in korte tijd een groot aantal nieuwe levensvormen. Dit fenomeen, bekend van de Burgess Shale-fossielen, zou zo'n toename aan biologische complexe specifieke informatie - zoals nieuwe genen en eiwitten - hebben gevergd, dat ontstaan ervan via variatie en natuurlijke selectie, zeker in de gegeven tijdsspanne, 'zeer onwaarschijnlijk' is.

Dit, concludeert Meyer, toont aan dat de oorsprong van de genetische informatie die voor het ontstaan van nieuwe levensvormen nodig is, beter kan worden verklaard door een 'daad van intelligent ontwerp' dan door de vigerende materialistische evolutietheorie.

Hiermee was volgens insiders het eerste peer-reviewed artikel over Intelligent Design een feit. is sinds begin jaren negentig de jongste loot aan de boom van het anti-darwinisme. Anders dan de christelijke creationisten, die Genesis letterlijk nemen, beroepen ID'ers zich niet op de bijbel, erkennen ze dat de aarde ouder is dan zesduizend jaar, verwerpen ze de zondvloed-geologie, en onderschrijven ze dat er een zekere evolutie in de natuur bestaat.

Maar verder moeten ze van darwinisme niets hebben. Het schiet in hun ogen tekort in het verklaren van het ontstaan van het leven, van nieuwe soorten, van de menselijke geest. Bepaalde aspecten van levende systemen, zoals de biochemie van de cel of het samenspel van de genen, vertonen zo'n onherleidbare complexiteit, aldus Michael Behe (met Darwin's Black Box in 1995 een grondlegger van dat ze niet uit een blind proces van toevallige mutatie en natuurlijke selectie kunnen ontstaan.

Bij biochemische machines als bloedstolling of het immuunsysteem, bij organen als het oog of een vleugel, laat staan bij soortvorming, komt zoveel kijken aan genen, eiwitten en morfologie dat ze niet stapsgewijs tot stand kunnen komen. Haal element weg, en het werkt niet meer. En biedt dus ook geen evolutionair voordeel, zo heet het.

Daarom kunnen zulke fenomenen volgens de aanhangers van alleen worden verklaard door een intelligente oorzaak. Juist dwe niet weten hoe die dingen ontstaan, toont aan dat ze door een werkelijk ontwerp (en dus een ontwerper) worden gestuurd in plaats van door een proces zonder zin of doel. En de hoopt dat empirisch aan te tonen via moleculaire biologie, informatiekunde en kansberekening; ook wapens van de klassieke evolutiebiologie.

Dit alles maakt met name voor sommige wetenschappers in de VS aantrekkelijk. Die zijn vaak gelovig, net als de meeste Amerikanen. Zij voelen zich ongemakkelijk bij het darwinisme van felle atheen als Richard Dawkins, maar ook bij het simplistische creationisme. Dat maakte ze gevoelig voor een alternatief dat zowel God als de afstamming van de mens denkt te redden.

Vanuit de offici wetenschap ontmoet felle afwijzing. Volgens critici is het creationisme in schaapskleren, God binnenhalen door de achterdeur. Ook voorzitter Eugenie Scott van het National Center for Science Education (NCSE), dat lobbyt voor onderwijs in evolutie op openbare scholen, doet in een reactie op Meyers artikel af als 'een ontwikkelde vorm van creationisme, voortgekomen uit juridische beslissingen in de jaren tachtig om het creationisme buiten de scholen te houden'.

Meyers artikel werd de afgelopen weken door de ID'ers gevierd als een doorbraak. Een aanvechtbare, bleek al snel. Society-leden alarmeerden het NCSE. 'Ondermaatse wetenschap', foeterde voorzitter Scott. En NCSE-medewerkers kritiseerden Meyers artikel op de darwinistische weblog The Panda's Thumb als 'een retorisch bouwwerk' van 'weggelaten feiten, selectieve citaten, slechte analogieen tendentieuze interpretaties'. Een rel was geboren.

Het bestuur van het genootschap distantieerde zich op 7 september met een offici verklaring van het artikel. Het was een breuk met de 124-jarige taxonomische traditie van de Proceedings, was gepubliceerd zonder dat het bestuur ervan wist en werd alsnog unaniem 'ongeschikt' bevonden voor publicatie. Voorzitter Roy McDiarmid sprak van 'een ernstige beoordelingsfout' van de dienstdoend redacteur.

Het bestuur ging zelfs nog een stap verder: niet alleen zouden de redactionele richtlijnen worden aangescherpt, ook beloofde de Society, onder verwijzing naar een resolutie van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) uit 2002 die veroordeelde als een nieuwe vorm van creationisme, dat het thema niet meer in de kolommen wordt toegelaten.

Het Meyer-kamp sloeg terug. Ze verketterden het besluit van de Society als een flagrante breidel van de intellectuele vrijheid. 'Ze proberen het debat te verhinderen nog voor het begonnen is.' Het etiket creationisme zou dienen om Meyers verhaal te discrediteren en de vraagstukken die het oproept te negeren. 'Het darwinisme is zo dogmatisch geworden dat het zelfs geen discussie over andere standpunten meer accepteert', zo laat Meyers woordvoerder per e-mail vanuit Seattle optekenen.

Editor Richard Sternberg laakte in The Scientist de 'denkpolitie' die iedereen die het waagt vraagtekens te zetten bij de evolutietheorie, uitmaakt voor creationist. Meyer, in hetzelfde blad: 'De publieke reacties op het artikel kenmerken zich vooral door hysterie, schelden en persoonlijke aanvallen'.

De ophef op zich is vreemd, zegt wetenschapshistoricus prof. dr. Ronald Numbers van de Universiteit van Wisconsin, kenner van antidarwinisme. 'Meyers artikel is geen belangrijk werk. Het is een historisch-filosofische darwinisme-kritiek, geen oorspronkelijk biologisch onderzoek dat aantoont dat een ontwerper echt iets heeft gedaan. Dat zou pas echt opzienbarend zijn.'

De consternatie draait dan ook om iets anders. 'heeft twee claims. Hun zwakke claim is dat ze bewijs zien van het bovennatuurlijke in de natuur, een echo van de oude natuurfilosofie. Hun andere claim is veel sterker en revolutionair: is wetenschap. Ze vinden dat de wetenschap tweehonderd jaar geleden een funeste wending heeft genomen door God geheel buiten te sluiten. Ze willen daarom de spelregels zo veranderen dat het bovennatuurlijke weer kan worden georporeerd.'

Het gevaar is, zegt Numbers, dat ze kunnen bewijzen dat wetenschap is. 'Dan zou het wettelijk moeten worden onderwezen op school. En of iets geloof is of wetenschap bepaalt hier niet de wetenschap, maar de rechter. Daarom zijn de tegenstanders zo ontzet. Tot nu toe konden ze zeggen: is niet peerreviewed en dus geen wetenschap. Maar als het Hooggerechtshof in een proefproces anders zou oordelen, zou dat het hele Amerikaanse onderwijsstelsel op zijn kop kunnen zetten.'

Dat dit gevaar niet denkbeeldig is, blijkt uit diverse pogingen in meerdere staten, recent nog in Georgia, om creationistische en ID-theoriein de curricula van openbare middelbare scholen te krijgen. Mede om dat te voorkomen kwam de machtige AAAS in 2002 tot zijn publieke veroordeling van ID.

Dat Meyer en Sternberg inderdaad zoiets beogen, blijkt uit hun doopceel. Zo is Sternberg niet alleen taxonoom aan het National Center for Biotechnology Information in Bethesda, Maryland, maar ook betrokken bij de Barominology Study Group, die 'scheppingsbiologie' ziet als iets dat niet via evolutie maar 'onmiddellijk' verloopt.

Meyer is behalve bij een streng-christelijke universiteit in Palm Beach, Florida, werkzaam bij Discovery Institute in Seattle, Washington, een in 1990 opgerichte private denktank die zich sterk maakt voor bestrijding van het materialisme in de moderne maatschappij.

Discovery, dat zich officieel distantieert van christelijk creationisme, geldt als hoofdkwartier van ID. Als directeur van Discovery's Center for Science and Culture ijvert Meyer, net als Michael Behe, expliciet voor bestrijding van het 'wetenschappelijk materialisme'. Onder meer door scholen te stimuleren 'open en eerlijk' te zijn over de zwakke punten van de evolutietheorie.

Blijkens een in 1999 gehackt geheim witboek wil Discovery via een getrapte strategie, De Wig, op de wetenschappelijke agenda krijgen. Door het materialisme te treffen in zijn achilleshiel, het darwinisme, hoopt men de 'destructieve culturele erfenis van het materialisme' te vervangen door een 'wetenschap in overeenstemming met christelijke en theische waarden'.

Zit er intussen nog iets in, in die hele theorie? Prof. dr. Ronald Meester, wiskundige aan de Vrije Universiteit, een van de weinige Nederlandse critici van een puur darwinistische benadering, maar ook kritisch over het creationisme, ziet wel waarde in sommige claims van Intelligent Design. 'Ik denk dat Meyer gelijk heeft dat mutatie en selectie niet alles in de evolutie verklaren. Hoe meer we weten, hoe meer hobbels we tegenkomen. Misschien moeten we ons afvragen of we zulke vragen wel met wetenschap kunnen oplossen. Dat op alle vragen een wetenschappelijk antwoord bestaat, is ook een geloof.'

Prof. dr. Hans Metz, theoretisch bioloog aan de Universiteit Leiden, ziet dat anders: 'Een deel van de argumenten van mensen als Meyer zijn goed, ze leggen bloot waar meer research nodig is. Het is wel handig om zulke opponenten te hebben. Inderdaad slagen evolutiebiologen er nog niet in alle elementen aaneen te passen, maar dat is geen reden aan te nemen dat het niet k Dat is een logische fout. Gebrek aan bewijs is geen bewijs van gebrek.'

Numbers kiest een analogie. 'Midden 19de eeuw leken veel problemen in de biologie onoplosbaar. Inmidels zijn de meeste daarvan opgelost. Ook nu zijn er nog veel kwesties die werk vereisen. Maar om te zeggen: ze zijn onherleidbaar ingewikkeld, laten we er maar mee ophouden, dat lijkt me de wetenschappelijke handdoek in de ring gooien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden