God save the queen

Internationale blik op veronachtzaamde punktijd, een periode die vernieuwing bracht

God Save the Queen, kunst, kraak, punk: 1977-1984


T/m 10 juni in Centraal Museum Utrecht, centraalmuseum.nl


De ouverture van de tentoonstelling God Save the Queen in Utrecht, over kunst, kraak en punk, is gewaagd. Twee enorme werken hangen in de eerste zaal tegenover elkaar, een op canvas geschilderd graffitiwerk van de Amerikaanse kunstenaar Keith Haring en de video Splitting (1974) van de Amerikaanse architect en kunstenaar Gordon Matta-Clark.


Dat Haring als graffiti-kunstenaar de taal van de straat naar het museum haalde, is bekend. Maar het andere werk schudt het beeld van de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig flink door elkaar. Dat tijdperk dreigde namelijk de geschiedenis in te gaan als een 'no'-periode: geen geld, geen werk, geen woning, geen toekomst, geen idealen.


Het werk van Matta-Clark is een rauw, uit de hand gefilmd verslag, waarbij de kunstenaar zijn motorzaag zet in de muren en de vloeren van een typisch Amerikaans eengezinshuis. Tot zover anarchisme en vernieling. Want Matta-Clark slingert zijn zaag niet zomaar in het rond. Hij verandert het huis in een beeldhouwwerk met fascinerende lichtinval. Hij laat zien dat uit vernieling vernieuwing voort kan komen en dat kunst en leven heel dicht bij elkaar kunnen liggen. Ook de symboliek van een oude maatschappij, die plaats moet maken voor een nieuwe, schemert in Utrecht door zijn sloopwerk heen.


Daarmee is de toon gezet. Het eerste, officiële, museale overzicht dat het Centraal Museum Utrecht wijdt aan kunst, kraak en punk blijft niet hangen in het doemdenkcliché, maar toont een zeldzaam positieve blik op de dadendrang van een jonge generatie. Om het tijdperk zowel van dichtbij als met enige distantie in beeld te brengen, koos tentoonstellingsmaker Marja Bosma voor een combinatie van rustige, museale zalen en een luidruchtige kakofonie aan documentairebeelden, video's van punkbands, honderden platenhoezen, gestencild drukwerk, affiches en een huiskamer met de piratentelevisieprogramma's van PKP. De letters staan voor de kunstenaars Peter Klashorst en Maarten en Rogier van der Ploeg.


Die combinatie heeft groot resultaat. Door in de museale zalen de nadruk te leggen op serieuze kunst en over de Nederlandse grenzen heen te kijken, wordt duidelijk dat een van de belangrijkste kenmerken van deze periode, namelijk de behoefte om kunst en het gewone leven met elkaar te verzoenen, niet zomaar een speelse, lokale, tijdelijke oprisping is. Net als Matta-Clark hadden Rob Scholte en Sandra Derks genoeg van de naar de hemel reikende, steriele, abstracte kunst van het minimalisme, de stroming de musea en de kunstmarkt. In het briljante Rom 87 (1981-82, 44 m²), een wandvullende installatie, bewerkten en beschilderden zij 64 kinderkleurplaten, steeds opnieuw. Tot uiteindelijk één uitbundig tafereel ontstond van wild op de vulkaan dansende figuren. Alle tussenliggende fasen zijn in Utrecht te zien. Het door Bosma herontdekte werk is een ode aan spontaniteit, fantasie en plezier, laat zien dat inspiratie overal vandaan kan komen. Ook de Duitse Neue Wilden poogden zo de als dood verklaarde schilderkunst opnieuw tot leven te wekken. Hun figuratieve werk, met name dat van Walter Dahn, is aanstekelijk, een vrolijkmakende en energieke samensmelting van met dikke kwasten neergezette, hoge schilderkunst, uit het leven gegrepen motieven en de spontane stijl van graffiti.


Blijkt uit de museale zalen vooral hoe het gewone leven en de taal van graffiti en muziek de traditionele disciplines van schilderijen en beelden binnendringen, uit de andere zalen spat een ongeëvenaarde grensoverschrijding en kruisbestuiving, een behoefte om uit alle genres, disciplines en hokjes te breken. Krakers waren kunstenaars, kunstenaars maakten muziek met speciaal ontworpen outfits en stijve lichaamstaal. Omdat de musea weinig aandacht hadden voor hun experimenten strekten hun tentakels zich uit naar werkelijk alle podia en media. Ze openden kunstenaarsinitiatieven annex nachtclubs, richtten een politieke partij op, ontwierpen uithangborden, platenhoezen, affiches, maakten hun eigen kranten, tijdschriften, lp's en televisieprogramma's.


Zo rekenden ze af met de toen nog behoorlijk hiërarchische samenleving en maakten ze plaats voor verandering. Want als in Utrecht een beeld komt bovendrijven, dan is het wel dat deze periode een grote kraamkamer is geweest van vernieuwing, en dat grote kunstenaars en ontwerpers hun wortels hebben in deze punkjaren, van modequeen Vivienne Westwood tot de kunstenaars René Daniels en Joep van Lieshout.


Jammer genoeg verzandt de internationale blik halverwege de tentoonstelling en richten speciaal gemaakte kunstenaarsinstallaties, waarbij het publiek zelf kan drummen of buttons kan maken, de aandacht al te eenzijdig op de speelse doe-het-zelf-mentaliteit, waardoor de groots opgezette ouverture uitgaat als een nachtkaars.


Maar dan heeft de tentoonstelling zijn werk al gedaan. Hopelijk is dit het startsein voor nieuw onderzoek naar deze veronachtzaamde periode.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden