Column

God is het domein van dromenstof

Eens in de zoveel tijd laait die heerlijke discussie tussen geloof en atheïsme op. Dat ik nauwelijks kerkgaand meer ben betekent zeker niet dat ik geestelijk versteend ben geraakt, of spiritueel alzheimerend. Als je zo bijbels bent opgevoed als ik is Onze Vader gewoon een familielid. Vrij naar Sylvia Witteman, is God een soort huisgenoot G.


Ik ben een spiritueel allesvreter, bovendien. Een speelse geest die het wonderbaarlijke, van winti tot wicca, net zo boeiend vindt als het stoffelijke. Als hipsterspiritueel snoep ik ook wel eens elders, met wisselend resultaat. Zweethutyoga is niet aan mij besteed en mindfulness... Een zachtmoedige relatie aangaan met wat zich in het nu aandient klinkt mooi, maar als je nu jeuk hebt heb je mindful dus helemaal jeuk. Mijn christelijke roots zijn wat dat aangaat praktischer. Je bidt: God, laat die jeuk stoppen.

'Theologie is de grootste verliespost in de westerse geschiedenis', foeterde wetenschapsfilosoof Maarten Boudry. 'Als God goed is, waarom behoren strijd, ellende, ouderdom en dood dan tot de essentie van het leven? Deze vraag heeft geen enkele filosoof in 25 eeuwen bevredigend beantwoord', jeremieerde filosoof Pouwel Slurink. Maar religie ontleent juist zijn grootste bestaansrecht aan het menselijk lijden, aan strijd, ellende, ouderdom en dood. Want het idee dat er een God is die mogelijk groter dan die ellende is, die je bijstaat in de grotere en kleinere dieptepunten in het leven, is juist de reden dat mensen geloven. Uit behoefte aan troost, aan houvast en, toegegeven, aan concrete alledaagse hulp van een Opperwezen.

Mensen geloven niet uit behoefte aan rationele verklaring van natuurwetten. Dat het scheppingsverhaal niet strookt met de oerknal, het zal wel. Religie heeft te maken met spirituele symboliek, met sprookjesachtige metaforen, met ethiek, sociologie, culturele antropologie, psychologie, maar niet noodzakelijkerwijs met natuurwetenschap. Meer dan tachtig procent van de mensheid gelooft, wil je de mens in essentie begrijpen, dan kan je om godsdienst niet heen.

Waar wetenschap de behoefte heeft werkelijkheid en waarheid te bewijzen, probeert godsdienst die juist te ontstijgen. Het idee dat een bovennatuurlijke, persoonlijk betrokken God groter is dan de alledaagse realiteit die u probeert weg te bidden, is het troostrijke. Bijvoorbeeld: u bent blut. Ziek. Moet een examen halen. Onbeantwoord verliefd. Op zoek naar een parkeerplaats. Een waarheid als een koe, volgens het popperiaans falsificatieprincipe feilloos wetenschappelijk aantoonbaar. Maar wat heeft u daaraan?

Ik ben opgevoed met het idee dat God een vader is, die zich tot in detail met jouw persoonlijke sores bezighoudt. Een alziend oog, een almachtig oor, een liefdevol hart. Het is volstrekt niet uit te leggen aan atheïsten en misschien heeft men wel gelijk dat je eigenlijk gewoon tegen jezelf aan babbelt. Maar wat zou het? Bidden is een ritueel dat je rust geeft, en spiritueel gezelschap.

Natuurlijk, rationeel weet ik dat ik gek ben om te denken dat er een God is, die ik bovendien in een wereld vol erbarmen egocentrisch kan aanroepen om een weinig verheven aanleiding als dat ik graag een trein wil halen. Maar het zit er een beetje ingebakken.

De kinderbijbel, die ik nu weer regelmatig voorlees, soms voorzien van licht blasfemisch commentaar, zie ik de heilige verhalen weer in perspectief. De Bijbel is eeuwenoude metaforische spirituele self help. De kleine David die de reus Goliat verslaat, omdat God aan zijn zijde stond, bijvoorbeeld. Op momenten in het leven dat we een grote strijd leveren is dat wat ons, kleine mensen, inspireert. Dat er een machtige, liefdevolle partij is die jou steunt, en die je aan het eind van je wankele levensreis opwacht in het Licht, waar alles eindelijk goed is, het geeft rust. In tijden van crisis en rouw in mijn leven heb ik er gewoon veel aan gehad.

Is het zelfbegoocheling? Misschien. Is er niets tussen hemel en aarde? Liefde, intuïtie, serendipiditeit, verbeelding, dromen, creativiteit: het is allemaal het domein van buiten de rede. Is alles wat er is stoffelijk, of is het ook magisch, wonderbaarlijk, verbeelding?

Een onomstotelijk, popperiaans onweerlegbaar feit is natuurlijk dat het onderbewuste, zelfs voor de meest broodnuchtere atheìst, een groot deel van ons menselijk bestaan beslaat. In een gemiddeld mensenleven slapen en dromen we maar liefst 32 jaar.

Shakespeare dichtte het subliem en raakte de essentie van spiritualiteit

Van dromenstof zijn wij geweven

En heel even wekt het leven

Ons uit eeuwige slaap

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden