God in het intkpotje

STRIKT historisch beschouwd houd ik er gemiddelde opvattingen op na. Zo gemiddeld dat ik stilzwijgend aanneem dat iedereen er ook zo over denkt....

Nu zijn er lezers die brieven naar m'n huisadres laten sturen waarin statistische, bijna-ontologische feiten staan opgenomen, zoals 'Crematie is helemaal niet iets voor enkel de gedegenereerde Nederlander. Er zijn 150.000 hindoes in Nederland die toevallig allemaal hun doden cremeren.' Of: 'U doet het voorkomen alsof alleen Arabieren een vrouw kunnen bevredigen, nou ik ben al dertig jaar getrouwd en nooit één klacht.'

Andere brievenschrijvers, en aan hen wil ik hier aandacht besteden, doen niet aan cijfermatige tegenwerpingen, maar verwaardigen zich om maatschappelijke oplossingen aan te dragen. Zo stelde een niet nader te noemen Haagse heer dat 'voor al die Werelden Van Verschil en de daarmee gepaard gaande complicaties er maar één remedie bestaat: de biezen pakken en zo spoedig mogelijk naar het land van herkomst vertrekken'.

Dan denk ik: wat houden de mensen er toch charmante gedachten op na, wat een schok aan logica die zomaar op een maandagochtend in m'n brievenbus valt.

Nu heeft men nooit geweten waar het beschavingspeil van een land het beste aan kan worden afgemeten, maar het staat vast dat dat evengoed mogelijk is aan de hand van de mildheid van zijn gevangenissysteem als aan zijn ingezonden-brieven-schrijvers.

Dit vaststellende had ik o zo graag gewild dat de remedie van die Haagse heer - die denkelijk niet alleen voor zichzelf spreekt - de juiste was, dat het etnische drama, dat ons nu al decennialang teistert, en verhevigd is sinds imams hun mond opendoen, terstond zou verdampen als alle volkeren maar huiswaarts keerden.

En omdat ik geen mietje ben, die alleen maar mooie praatjes verkondigt vanachter zijn computerscherm, kan ik deze Haagse heer cum suis, enigszins gerust stellen: ik heb het al eens geprobeerd, ik heb al eens mijn biezen gepakt en een enkeltje besteld.

Toen ik begin vorig jaar naar Marokko vertrok, was het of mijn hart brak. Maar omdat ik mijzelf had gezworen te gaan, ging ik; ik wilde in de voetsporen treden, niet wetende van wie. Maar - o ondoorgrondelijk lot! - een half jaar later alweer stak ik met opluchting de sleutel in mijn voordeur in Zwijndrecht. Wat er precies was gebeurd, kan ik niemand uitleggen, ook niet mezelf. Het enige wat zeker is, is dat ik in Marokko voor het eerst datgene ervoer dat Pim Fortuyn eens in een column beschreef; hoe hartverwarmend het is wanneer je in het buitenland op een terrasje een flesje Heineken ziet. Nu, ik ben geen notoire alco, of eigenlijk: ik walg van bier, maar dat flesje zag ik, vele malen zelfs, en bij iedere aanblik was het of mijn hart in bloei schoot.

Het Marokko van mijn sentimentele jeugdherinneringen, van geurige sprookjes en verhalen, en later: van de sensuele reisbureaufolders - ik zag haar maar niet. Ik rook alleen maar afvalresten langs de weg, ik raakte slaags met dikke hoeren en opdringerige bedelaars, ik werd geschoffeerd door politieagenten, ik liep nare ziektes op. Het land, zijn zon, zijn volk, binnen afzienbare tijd maakte het van mij een spijtoptant van de zuiverste soort. En ik wist niet aan wie of wat ik deze ontgoocheling te danken had; aan mijzelf of aan Marokko? Ik ging het na: in mijn dorp proefde ik dat chocola nog evenveel wormpjes bezat als toen ik er wegging, de autobussen bleken na 25 jaar technologische vooruitgang nóg hemeltergender, het stofgruis stak pijnlijk in de ogen als altijd, de vliegen en honden waren nog immer trouwe slaapverstoorders, alles was er bij het oude gebleven. En voor zover moderniteit er z'n intrede had gedaan, hield die op bij het gegeven dat de elektriciteit niet iedere avond uitviel.

Het antwoord was even voorspelbaar als droevig: het lag aan mij, ik was diegene die veranderd was. Na 25 jaar ben ik te veel vergroeid met de spiegelende straatkeien van Zwijndrecht om mij nog te kunnen wentelen in de behaaglijkheid van een vals sentiment, na 25 jaar is mijn geest dermate door de polderwol gewassen dat ik de warmte van vrijheid verkies boven die van de Marokkaanse zon, al heeft die zon zich als een odalisk aan mijn geheugen vastgezogen.

De gevolgen die dat geeft kan ik niet verklaren, hooguit illustreren. Als ik op deze plek schrijf dat Cisca Dresselhuys met een satanische identiteit is begiftigd, is dat pure nijd, daar ik mijzelf niet kan beroemen op welke identiteit dan ook; kom ik vol lof te spreken over de islamitische reinheid dan is het omdat diezelfde islam mij nagenoeg gereinigd heeft van iedere vorm van zelfbeschikking; schrijf ik over de verbeeldingskracht van oosterse volkeren dan is het mijn eigen fantasie die mij tot een dolende en uiteindelijk misschien verloren ziel zal maken; bejubel ik de Arabische preoccupatie met de dood dan zijn het veeleer mijn eigen wortels die als dode wormen uit mijn broekzak bungelen; probeer ik begrip te kweken voor de handtastelijkheden van Marokkaanse loverboys dan krimp ik ineen van woede over zoveel disrespect voor het enige wezen dat verlossing zou kunnen brengen in deze losgeslagen wereld.

Het is de schizofrenie van het buitenstaanderschap, het is het syndroom van een surreële global mind, die ons migrantenkroost deze acrobatenkunstjes doet maken; kunstjes die beginnen en eindigen op het moment dat we onwillekeurig het 'wij' en 'ons' gaan bezigen op exact dezelfde manier als het autochtone volksdeel dat doet, zonder te weten op wie het eigenlijk slaat. Want vraag je ons wie dat 'wij' is dan kijken we je verward en betrapt aan, of we zeggen op assertieve toon die geen twijfel overlaat aan onze vertwijfeling: wij mensen, wij burgers van de wereld, wij kinderen van God, familie van Abraham etc.

En in een samenleving waarin je pas gered bent wanneer je zegt 'ik ben dit en dat, zus en zo', is stilzwijgen een eerlijke en misschien wel de enige manier om niet aan dit maatschappelijke spelletje te doen; door de zaken gewoon aan de orde laten komen. En deze eenvoud heeft alles te maken met de meest superieure vorm van kunst: schrijven. Want alleen een tekst verloopt traag, stilzwijgend, hardnekkig, indringend - en bereikt ons het snelst. De werkelijkheid is fictie, wat geschreven is wordt werkelijkheid: zo doortrapt werkt taal, literatuur. En bovendien heilzaam, zie maar de geschiedenis. Alle in beginsel ten dode opgeschreven geesten hebben in taal de ultieme remedie gevonden. Multatuli heeft het nergens op aarde kunnen uithouden, Slauerhoff vond nergens vree, 'op aarde niet en niet op zee', en Flaubert verzuchtte keer op keer dat doden hem beter bevallen dan levenden. Voor al deze karakters gold dat hun beste vrienden tegen de wand stonden en God zich in het inktpotje schuil hield. Wat hun redding was, bleek ons geluk.

Maar stel nu, er komt een Generale Uitzettingswet, en de Eerste Kamer, die nog meedoet, keurt het goed, met als gevolg dat alle gekroesten & gekleurden dienen te verdwijnen, dan nog zie ik het somber in voor die Haagse heer. Want, zoals in 1854 het Indiaanse opperhoofd Sealth het tegen gouverneur Stevens zei, zo is het: 'Wanneer het 's nachts stil is in uw steden en dorpen en u denkt dat de straten verlaten zijn, zullen ze worden bevolkt door de tallozen die hier vroeger hebben geleefd. Zij keren steeds weer terug omdat zij altijd van dit prachtige land zullen blijven houden. De blanke man zal nooit meer alleen zijn.

Het spijt me.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden