' god geve dat dit vrijkomt als ik met pensioen ga'

Naar de plekken van de jeugd. Deze week Rudi Fuchs (59 ), directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. In Eindhoven was het altijd knokken tegen de roomse overmacht....

'Er was een opstootje, tussen de Pe per straat en de Zoutstraat. Een man stond op de stoep van zijn huis, het hoofd aan één kant rood van bloed. Het oor was eraf. Dat lag in de palm van zijn hand, althans gedeeltelijk. Zijn andere hand omklemde een keukenmes, de voordeur stond open, en omstanders hoorden hem verbijs terd aan. 'Die man had ontdekt dat z'n vrouw een verhouding had. Uit woede had hij z'n eigen oor afgesneden.' Rudi Fuchs was tien jaar, stond erbij en keek ernaar toen de man flauwviel.

In die tijd zag hij ook hoe ze een koe de keel doorsneden. Dat vond hij wel interessant. Op je tenen staand, kon je net over het hek van het schoolplein kijken dat aan het slachthuis grensde. De jaren vijftig: bij de Boerenbond verkochten ze veevoer, want even verderop kwamen de boerderijen al, daar hield de stad op. Zodra Rudi Fuchs langs lage huisjes naar school liep, was hij op zijn hoede. Daar woonden de asocialen die je verrot sloegen. Bij de katholieke jongensschool was het ook altijd raak. 'Daar werden we opgewacht. Het was net Noord-Ierland. Er werd niet geschoten, maar katholieken vochten nou eenmaal met protestanten. Toen het te erg werd, hebben ze de schooltijden veranderd.'

De sentimental journey van Rudi Fuchs door stadsdeel Woensel verloopt behoedzaam; een halfjaar eerder is hij in Italië zijn milt kwijtgeraakt bij een auto-ongeluk, het was kantje boord. Nauwelijks heeft hij bij z'n vroegere zondagsschool verteld hoe de juffrouw bijbelfiguren aan een bord van flaneldoek kleefde, of Napels meldt zich per gsm; voor overleg over een mega-tentoonstelling, ginds. Hij schakelt uit het Italiaans moeiteloos terug naar de schrale jaren uit het Eind hoven van zijn jeugd waar ze op braakliggend land een fietsparcours groeven, en ravotten in het zand van het spoorwegtrac . Dat was geluk. En welk kind heeft een tuin voor zich alleen? 'Daar had ik mijn geheime Bin Laden-hol. We hadden een enorme zolder waar we ook hutten in bouwden.'

Tegenover zijn geboortehuis staat een restant van de nederige laagbouw die zijn moeder als krotten aanmerkte. Lage middenstand ('dat waren wij') en de betere ar beiders: een straat van niks, de Lijmbeek straat. Op een keer kwam de Ronde van Ne

der land er doorheen. De kapper op de hoek had een voetbalelftal dat De Scheer kwast heette. Rudi deed niet mee. Op zwemmen en schermen na geen passie voor sport, ook al wist hij dat Piet Kraak bij Brabantia begonnen was. Hij las. Had de jeugdbibliotheek op z'n 13de uit. In plaats van één keer, mocht hij twee keer per week boeken voor volwassenen lenen. Op een dag plantte zijn vader een zwaar apparaat op het dressoir. Een bandrecorder. De allereerste. Zelf gebouwd, ontworpen door ingenieurs bij Philips, waar hij in strumentmaker was. 'Daar mochten we op spreken en afdraaien, de buurjongen en ik. Dat was een groot wonder, toch?'

'Mijn vader heeft zijn eigen vader niet gekend, die was weggelopen. Hij kon alleen via een armenbeurs verder leren. Z'n moeder moest als werkster vijf kinderen onderhouden. Mijn vader zei: het enige wat ik jou en je broer kan meegegeven, is een goeie opleiding. Een prettig, bescheiden gezin, dat was het. Je kreeg pianoles, want dat hoorde. In de voorkamer klonk op zondag vaak het Das ist die Berliner Luft, tt !, als moeder met ome Dirk en ome Marius het scala Franz von Supp en consorten afwerkte.

Moeder beschikte over een groot sociaal netwerk, maakte voor iedereen kleren. Mooi meisje, z'n moeder. En de allereerste tv-vrouw van Nederland, dat weet niemand. Ze speelde Chopin tijdens de experimentele televisie-uitzending van Philips, die een bereik van 5 kilometer had. Moeder was van de pvda en vader zat in het kerkbestuur bij de hervormden. Die rolverdeling bepaalde het leven van een protestants kind in het roomse zuiden. Ge lukkig was de buurjongen ook niet rooms. Voor een boek ging je samen naar de protestantse boekwinkel. En op warme dagen naar een buurtcaf om daar een kan met bier te laten vullen.

De achterdeur van de kruidenierswinkel is er nog, waar je dag en nacht kon aankloppen. Hier kreeg hij als kleuter van drie in '45 chocola van een Canadese soldaat, 'eh nee, zonder tegenprestatie'. Weer ziet hij buren een poort bouwen voor hun zoon die in Indië had gevochten. In de spiegel boven het dressoir stond 'Welkom thuis' in twee kleuren zeep. In de Peperstraat gebeurden rare dingen. 'Daar woonde een gebedsgenezeres, een soort Jomanda avant la lettre. Er stonden vooral auto's uit België voor haar deur.'

Eindhoven kende een ontembare drang om Rotterdam te evenaren. De eerste flats van wel drie verdiepingen zag hij oprijzen. In het stof van een motorkap tekent hij de plattegrond van z'n jeugd, vertellend over een oom die voor Shell in Libië zat en met een auto kwam voorrijden, een hele gebeurtenis. Va der liep naar z'n werk aan de andere kant van het spoor. 'Het hele Philips-complex daar gaat nu verdwijnen, maar gelukkig blijven de gebouwen intact voor woningbouw.' Het kan erger; in een destijds zo gezellig buurtje aan de andere kant van de drukke Boschdijk zijn gevels verhoogd met kunststof. Hier woonde zijn grootvader, een cha racter en een drankorgel bij wie hij 's middags een boterham at. Zelf nam opa zure haring met ouwe klare.

Opa figureerde nog als kerkganger in de film Lust for Life met Kirk Douglas, over het leven van Vincent van Gogh. 'Hij was treinconducteur geweest en als hij met zijn loonzakje naar huis kwam, deed hij eerst een caf of vijf aan. Ik zie hem met een borrel in de hand op tafel staan, terwijl hij een levenslied zong over een brand in Scheveningen en een moord in Raamsdonksveer. Mijn tante uit Lei den sprak er schande van. Haar zoons kwamen altijd bij ons eten, Brabantse gastvrijheid. Maar toen ik bij haar op bezoek was, zei ze: "Wij gaan eten, n£ moet je weg".'

Zoeken naar een kerk die er niet meer staat, een muziekkoepel die verdween, en dan een sekssauna tegenkomen, maar gelukkig ook een slager die nog balkenbrij en bloedworst maakt. We parkeren voor een etalage met schilderijen aan de Van Kins bergenstraat, genre zigeunerinnetje met traan. Fuchs herinnert zich hoe hij op weg naar school een man bezig zag een schilderij te maken. Voor de eerste keer. Hij vertelt hoe zijn vader ineens belangstelling had voor de moeder van een schoolvriendje. 'Mijn moeder stierf op haar 62ste aan kanker en toen is hij van zijn geloof gevallen. Toen de dominee langskwam, riep hij: "God ver dom me, sodemieter op met je rot-God." Hij sloeg de godsdienaar letterlijk de deur uit. Te recht.'

Diep was de teleurstelling al geweest toen zijn zoon geen ingenieur werd, maar Slau er hoff lezend en pijp rokend 'tot we hartstikke ziek werden' voor de kunst koos. Leraar Ne der lands was Lambert Tegenbosch (later criticus van de Volkskrant) die nogal eens proefwerken verloor van zijn bagagedrager. De familie Fuchs was verhuisd naar een doorzonwoning in de wijk Strijp waarvan Rudi zich vooral de blonde buurvrouw herinnert, vrouw van een Ameri kaanse piloot. 'We keken naar haar als ze lag te zonnen, ze had hele mooie borsten. En een wufte zuster van wie mijn moeder beweerde dat ze in de escort-business zat. Vrouwen met lipstick, dat vond mijn moeder maar niks.'

Hij herinnert zich lome zomeravonden bij de IJzeren Man, waar niet gemengd gezwommen mocht worden. Vrijen was er nog niet bij, verlegen verkenningen waren het. Ge frum mel. Verlegen zou hij altijd blijven, en toen hij als hulpje op de redactie van het Eind hovens Dagblad gedichten begon te schrij ven voor een blaadje dat Roeping heet te, liet hij zich door voornoemde Lam bert Tegenbosch overbluffen: het loon van een debutant ('twee tientjes, daar kocht je vier pockets voor') werd altijd gebruikt om jenever voor te kopen. Later, toen Fuchs als directeur van het Van Abbe-museum de avant-garde binnenloodste, zou geld geen rol spelen, hoorde hij de gemeenteraad brommen, maar hij werd met rust gelaten. In de Randstad keken ze je meewarig aan als je zei dat je in Eindhoven woonde, maar hij zou er wel weer terug willen.

Zijn Audi glijdt Eindhoven uit, Nuenen in, maar wat is het verschil? 'Die ellendige verstedelijking van het Brabantse platteland moet stoppen. In een adviesclubje van de provincie heb ik gezegd: bouw wolkenkrabbers in de stad, en red zó het landschap, het mooiste van de wereld.'

Bij een kapelletje in het gehucht Hooi donk kijken we naar knotwilgen. Daar verandert het riviertje de Dommel in een waterval onder een oude molenhoeve. Je hoort het verkeer wel, maar Rudi Fuchs deert het niet.

Die boerderij ginds was van z'n oom. De avond kleurt goud als hij peinzend mompelt: 'God geve dat dit hier vrijkomt als ik met pensioen ga.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden