GO TO EN TO GO

Go to is een Rotterdamse tassenwinkel en vlakbij zit To Go, de nieuwe afhaalwinkel van Albert Heijn. Een half bekertje koude soep kost 5 gulden....

Voor de toekomst neemt men de trein. Als men niet in Rotterdam woont. Want daar is Albert Heijn hem begonnen, 8 minuten lopen vanaf Rotterdam Centraal Station. Het is een winkel die To Go heet. Onderweg komen we er ook een tegen met de naam Go To. Even dachten we dat we daar moesten zijn, een beetje woordblind. Maar Go To is een tassenwinkel.

Babine ('Met Go To, met Babine', zegt de telefoon) begon de winkel twee jaar geleden. Een tassenwinkel die nergens op lijkt, zegt ze. 'Het is cool, we hebben ook helemaal geen leren tassen, meer trendy tassen, ja cool meer, rugzakjes, schoudertassen.'

Maar wij zochten een winkel die To Go heet.

'Ja dat klopt, dat is een nieuwe Albert Heijn hier vlakbij voor afhaaleten, die heet To Go.'

Dat lijkt erg veel op Go To toch?

'Ja, maar het is andersom, hoor.'

Vond u dat niet gek?

'Ik had het gezien, ja, en ik dacht wel even, gek ja. Ja, nu u het zegt, ik zou naar de rechter kunnen stappen, haha.'

Ja, want wij dachten toch echt even dat we bij u moesten zijn.

'Ik had er nog niet zo bij stilgestaan, want het is andersom, dacht ik, To Go en Go To, maar ik kan misschien een dikke claim indienen, dat kan ik best gebruiken.'

Babine heeft nog geen afhaaleten afgehaald bij de naamsverwarring. Wij hebben het geprobeerd, maar het ging niet. Eerder had de ah-winkel de pers uitgenodigd om te helpen de nieuwe formule van de toekomst te openen, en in de pers stond te lezen dat er warm eten voor de meeneem te verkrijgen was. Maar niks daarvan. Een tosti en een beker soep. En die beker soep voor 5 gulden was niet warm, maar had zo lang staan afkoelen in het warmhoudrek dat we moesten blazen om hem op temperatuur te krijgen.

Het enige verschil tussen een tosti en een tosti van To Go is een tekst op de rand van het rek waarvan hij kan worden afgepakt. Er staat dat dit niet zomaar een tosti is. Want als er iets van toekomst in de lucht hangt, is het die van het nieuwe ouwehoeren. Alles wordt begeleid met opwekkende, joviaal bedoelde tekst en. Ikea-kreetjes, noemt De Boer ze.

In een koelmeubel staan kleine flesjes met gekleurde inhoud. Een kartonnetje legt uit dat in zo'n flesje een 'shake' zit van yoghurt en vers fruit. En dat dat het is, maar dan deels in het Engels: 'en that's it'.

Maar ho, er moet nog wat aan vast geouwehoerd. 'Oh ja, en lekker veel vitamines.' Bovendien is het 'heel nieuw en heel lekker'. Een toontje tegen de klant dat ons doet huiveren. In bejaardenhuizen hoor je het ook wel. 'Nu nog een hapje voor de vitamientjes.'

We hadden al eens uit de muur van Albert Heijn gegeten, op het Centraal Station van Amsterdam. Er staat daar voorbij de kassa een magnetronnetje waar men in mag stoppen wat men wil, niemand bemoeit zich ermee. In het koelmeubel liggen de affe maaltijden. Als men die ter plekke opwarmt, hoeft men niet naar huis; op de stationstrappen is plek om te zitten. ah legt gratis plastic vorken naast het magnetronnetje.

Volgens berichten over deze winkel van de toekomst in Rotterdam, is met het stationsmagnetronnetje ervaring opgedaan die nu wordt uitgebuit. Het was die stap vooruit waarvan we wilden genieten. Daarom Rot ter dam. In de To Go staat achter een werktafel een witte man en achter diens rug staan een paar indrukwekkende roestvrijstalen ovens. Een tekst zegt dat binnen luttele minuten de dingen warm gemaakt worden die de klant zich droomt.

Een kip, zegt De Cocq.

De witte man heeft in de twee weken dat de zaak open is nog niet zo'n vreemde vraag gehad, zegt zijn gezicht. Kip hebben ze hier niet.

Wat is er dan warm? Wat in het warm houd rek ligt. Ja, een tosti, daar hebben we niks aan, zegt De Cocq, doet u dan maar die biologische kant-en-klaar-macaroni met tomaten daarzo. Zal ik hem zelf even pakken?

Nee, dat zijn maaltijden om mee naar huis te nemen, zegt de witte man. De ovens achter hem staan er - stellen we vast - voor niets anders dan om wat kaas te smelten en wat ham op te warmen. We kunnen de afhaalkok geen enkele bak eten uit de koelvitrines aanreiken voor een warmbeurt.

Hij snijdt een stokbrood in de lengte open en legt er plakken jonge kaas in. Daarop zien we hem kletsnatte roze plakken ham doen.

Gaat u dat warm maken?

'Nee, dit worden broodjes gezond', zegt de man. Het allerachterlijkst bedachte product van de Nederlandse straatvoedselcultuur, het broodje gezond, wordt hier nog eens opnieuw uitgevonden. Wa ren we van de onderneming, dan zakten we in de To Go door de grond van schaamte.

Met een beker soep druipen we af om er buiten kou aan te vatten. Dat lukt niet echt, er zit te weinig soep in. De beker is voor iets meer dan de helft gevuld. Waren we arm en jong en onverstandig geweest en hadden we deze soep gescoord weetjewel, dan zouden we impulsief iets hebben teruggestolen in de To Go met al zijn mooie woordjes. Zo komt het ervan.

Verbaasd, nee vertwijfeld over zo'n schrale toekomst lopen we naar de klassieke afhaalbuurt. De Chinezen zijn dichtbij. Je zal daar gek zijn om het bij To Go te halen als aan de West Kruiskade, 5 minuten lopen verderop, alles te koop is wat lekker is en opwindt. Op de kade is De Chinese Muur. Een Chinees restaurant waar Chin ezen eten. Weg toekomst. Het is opeens 1950. Op de theepot is zo'n 1957-rubber tuut geschoven tegen het morsen, en dat eeuwige stalen stelletje met een flesje Maggi, peper en zout en twee samballen.

Zulke attributen beloven de moderne mens niet veel goeds misschien, maar het eethuis maakt onze mislukte missie naar de grote stad weer goed.

Het is een middag door de week en niet wat je noemt Nederlandse etenstijd. Maar het zit helemaal vol, we tellen, als we een tijdje moeten wachten tot er een tafeltje vrijkomt, meer dan zestig gasten. Niet een uit Friesland of anderszins roze van huid. Alleen Chine zen, hele en halve, alle leeftijden, veel kinderen ook en veel lawaai. Een vrolijke bende. Het bedienend personeel is kortaf en spreekt liever geen Nederlands. De vrouw die onze tafel dekt, doet er lang over voor ze het woord 'bestek' heeft gevonden in haar hoofd en dan moet ze het ook nog eens zien uit te spreken. Of we met stokjes willen eten of met bestek.

We merken dat wij, de enige Europeanen binnen, een andere kaart krijgen. Een met plaatjes van gerechten. De kleur is allang verbleekt. Chinezen krijgen een wit en een groen vel papier. We zijn jaloers, zij kunnen lezen wat daar staat.

En het gaat aan de andere tafels ook anders toe dan aan de onze. In de drie uur dat we er zijn, zien we dat de kakelende en lachende gezelschappen niet veel tegelijk eten, maar telkens van nieuwe prachtige gerechtjes zitten te smikkelen (heel ongemanierd, zou oma uit Den Haag zeggen, die graag kennis met een dokter was, of iets van een notaris).

Wij aten een heel goed bereide eend waarvoor we weinig betalen moesten. Maar graag gaan we er nog eens terug, aan de hand van een Chinees. Die laten we dan alles bestellen wat op de kaart staat dat wij niet kregen.

De toekomst kan nog best leuk worden als we eventjes opnieuw beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden