Column

Gniffelend nam ik de verrekijker mee naar mijn slaapkamer

Wat moest Cindy wel niet denken.

Beeld Thinkstock / lolostock

Kinderen kunnen veel. Denk aan W.A. Mozartje, maar ook aan Danny de Munk, toen hij nog goed bezig was. Verder ken ik weinig kinderen die iets kunnen. Feitelijk kunnen ze meestal niks.

Behalve de Romajeugd, lees ik zojuist. Die trekt zakkenrollend door Europa. Onder de bezielende leiding van volwassen criminelen - laten we niet te vroeg juichen. Toch sta je verbaasd van wat zo'n schoffie op maandbasis bij elkaar jat: enige 10 duizenden euro's. Dat is dik boven de balkenendenorm. Niet onbijdehand, zeg.

Was ik wel, vroeger. Al vond ik mezelf slim, erg slim. Vaak, lezer, zijn dat kanten van dezelfde medaille.

Voor mijn 14de verjaardag vroeg ik bijvoorbeeld een verrekijker, voor de vogeltjes. Vonden mijn ouders kennelijk een goede hobby, de ornithologie, want ik kreeg zowaar een grote, zwarte, zware dubbelloops-verrekijker.

Gniffelend nam ik het instrument mee naar mijn slaapkamer. Schuin tegenover ons woonde een vogeltje dat Cindy heette, de 17-jarige dochter van de familie Simonis. Ze deed aan showballet, waar tijdens ze zich hulde in een hoge hoed, netpanty en glitterfrak.

Reeds heel wat uurtjes, meestal voor het slapengaan, had ik mij verdiept in Cindy's kenmerken: haar vliegwijze, zang, trek- en paargewoonten. Zo was mij duidelijk geworden dat ze coïteerde met een grote, blonde heao'er. Jos, geloof ik, of Ron, of zelfs Roy - nu ja, die gast heette zoals in een leuke tekenfilm de kale aasgier heet.

Zelf was ik ook een vreemde vogel, hoor. Mijn eigen trekgewoonten stonden zeg maar niet in de ANWB Vogelgids van Europa. U moet weten dat Cindy's slaapkamerraam zich op 100 meter van het mijne bevond, onder een dermate ongunstige hoek dat ik haar slechts kon spotten als ze haar gordijnen opende of sloot. Maar goed, echte vogelaars zijn blij met elke glimp.

En nu had ik dus mijn verrekijker! Meteen de eerste keer dat ik kalmpjes masturberend mijn overbuurmeisje in het vizier kreeg, staarde ze recht in mijn lenzen. Ik zag haar gezicht van heel dichtbij, wow, wat een topding, zo'n verrekijker - maar ik zag ook haarscherp dat ze verbouwereerd keek, of eigenlijk: boos. Cindy's blik zakte met een knik omlaag, naar mijn drukke handje, waarvan ik hoopte dat het schuilging onder de vensterbank. Wat buiten mijn groeispurt was gerekend.

Vlug liet ik de verrekijker vallen, hard op mijn grote teen, en hinkte kreunend de kamer in. Ik was toch wel gegeneerd, ondanks ons speciale contactmomentje.

Wat zou Mozartje doen? Een opera componeren. Wat een uitlaatklep is dat!

Had ik niet. Dus haalde ik uit de schuur een oude verhuisdoos en knipte er op mijn kamer een soort ridderschild uit. Bovenin trok ik met een potlood de omtrek van mijn verrekijkerlenzen na. Die knipte ik eruit. Vervolgens wrong ik de uiteindes van de kijker door het schild, waarachter ik en mijn middenrif tijdens het gluren geheel en al verdwenen. Slim! Maar nog niet slim genoeg!

Boven de twee zwarte lenzen plakte ik met zwarte plakband: wenkbrauwen.

(Heb ik dit écht gedaan? Ja. Vraag maar aan Cindy.)

En inderdaad, u voelt het al, ónder de twee bewenkbrauwde 'ogen' plakte ik uit stukjes plakband a. een neus, en b. een lachende mond. Zodat ik kon turen en turen, zonder dat Cindy het merkte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.