geschiedenis

Glorieuze poldermakerij steunde op grootschalige omkoping

Auteur Bart Middelburg nabij Purmerend in de Wormer, de polder waar de vroegere misdaadjournalist een boek over schreef. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Auteur Bart Middelburg nabij Purmerend in de Wormer, de polder waar de vroegere misdaadjournalist een boek over schreef.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Misdaadverslaggever Bart Middelburg liet het grote publiek kennismaken met de georganiseerde misdaad. Zaterdag lanceerde hij zijn boek over de geschiedenis van zijn geboortegrond, polder de Wormer, waarin hij de zwarte kant belicht van de grote droogleggingen: grootschalige omkoping van bestuurders en rechters.

Het was de tweede keer dat Bart Middelburg in het Waterlands Archief het oude document door zijn handen liet gaan, toen het met een flits tot hem doordrong. Dit was de complete omkopingslijst die hoorde bij de geboorte van polder de Wormer, een van de grote droogleggingen van de 17de eeuw in Noord-Holland. Sybrant Schot, de ijverige pensionaris van Purmerend, had in 1624 niet alleen de namen genoteerd van alle deelnemers aan het ambitieuze project, maar ook opgeschreven wie zijn rechten had ontvangen uit ‘gratuiteijt’. Uit dankbaarheid dus, of duidelijker gezegd: als smeergeld.

Middelburg (65), de voormalige misdaadjournalist van Het Parool, was bezig met onderzoek naar de polder waar hij opgroeide. Zaterdag werd het resultaat gepresenteerd: het boek Van Neck aff met de son om. De geschiedenis van polder de Wijdewormer. De droogmakerij mag dan binnenkort vierhonderd jaar bestaan, in de geschiedschrijving komt de Wormer er meestal maar bekaaid af.

Volgeschreven boekenkasten

Dat geldt zeker in vergelijking met de grote, naburige Beemsterpolder. Over de drooglegging van dit werelderfgoed in 1612 ‘zijn boekenkasten volgeschreven’. Dichter Joost van den Vondel bezong de opbrengst aan graan, room en boter en het heerlijke leven in de buitenplaatsen van rijke Amsterdammers: ‘Ik weet, dat dees Godin uit zeeschuim is geboren’. De Wormer zou het juist lang ontbreken aan zulke welvaart en jubelpoëzie.

Als journalist liet Middelburg het grote publiek kennismaken met de georganiseerde misdaad, vooral door zijn (verfilmde) boek De Dominee (1992), over opkomst en ondergang van maffiabaas Klaas Bruinsma. Hij bleek ook al een scherp oog te hebben voor historische onderwerpen, bijvoorbeeld in zijn (eveneens verfilmde) boek Riphagen (1990), over de gelijknamige Amsterdamse crimineel in de oorlogsjaren.

Kopergravure naar een tekening van de landmetingen in de Wormer, met alle 119 genummerde kavels. Laurens van Teylingen, 1627.  Beeld Koninklijke Bibliotheek
Kopergravure naar een tekening van de landmetingen in de Wormer, met alle 119 genummerde kavels. Laurens van Teylingen, 1627.Beeld Koninklijke Bibliotheek

Na de ‘niet altijd vrolijke’ jaren als journalist, waarin bedreigingen en rechtszaken over zijn publicaties elkaar afwisselden, leek de droogmakerij een tamelijk vrolijk onderwerp. Hij ging het onderzoek ‘redelijk blanco’ in, zegt hij. ‘Misschien had ik nog iets van dat beeld van idealisten en het gevecht tegen het water. Maar ik zag meteen: het ging gewoon om de poen. De Wormer was een puur commercieel project, net als de eerdere droogmakerijen overigens.’

Smeergeldpraktijk

Middelburg heeft zijn geschiedschrijving breed opgezet, maar met twee duidelijke zwaartepunten; de grootschalige smeergeldpraktijk en de ontwikkeling van het strafrecht in het nieuwe land. Wat dat laatste betreft was bijvoorbeeld de dramatische strafzaak tegen seizoenarbeider Geesje Theunis van groot belang, die als ongehuwde moeder haar pasgeboren kind in de zomer van 1659 verdronk in de Wormer ringsloot. Zij werd veroordeeld tot de dood door verdrinking en haar lijk werd tot ‘affschrick ende spectaackel’ aan een paal gebonden op het galgenveld van de Wormer, met boven haar hoofd een pop die haar dode zoontje voorstelde.

De zaak bracht wel de manco’s in de rechtspraak in de Wormer aan het licht. Die werd vervolgens overgegeven aan een groter en met meer zorg samengesteld rechterlijk college, waarvan de leden werden aangewezen door de landelijke Rekenkamer.

De omkopingspraktijken die Middelburg in het licht zet waren gepland, al bij de eerste plannenmakerij over de drooglegging van de Wormer. Na de inpoldering van de Beemster en de Purmer vonden ze het in ‘Purmerent’ tijd voor de inpoldering van het derde meer aan de rand van de voormalige vissersplaats. Twee burgemeesters van Purmerend (er waren er meer) en de kasteelheer van slot Purmerstein besloten met vier particulieren octrooi aan te vragen voor de bedijking.

Uitgebreid netwerk

Die vermogende particulieren waren niet zomaar zakenmensen. Het ging om Andries de Wit, raadsheer van rechtscollege Hof van Holland, Rochus van den Honert en Paulus van Asperen, raadsheren van de (hoogste rechter) Hoge Raad van Holland en de Delftse advocaat Wouter van Groenewegen. Allemaal mensen met een vooraanstaande positie en een uitgebreid netwerk in de juiste Haagse kringen.

Purmerend voelde wel aan dat ze als klein stadje in het Noorderkwartier weinig klaar zouden spelen, denkt Middelburg. ‘Voor zo’n grote onderneming had je invloed nodig bij regenten en rechters, van stadsbestuurders en de Rekenkamer tot het Hof van Holland en de Hoge Raad. De Rekenkamer speelde als adviseur bijvoorbeeld een cruciale rol bij het geven van toestemming voor inpoldering.’

Al bij de eerste bespreking over de Wormer werd daarvan zo’n 200 hectare van de beoogde 1.500 hectare landbouwgrond gereserveerd voor schenking aan functionarissen die van belang konden zijn voor de vergunning tot inpoldering of het wegwuiven van eventuele juridische bezwaren. Middelburg: ‘Ze waren doordrongen van de noodzaak van dat soort cadeautjes. Precieze gegevens over de omkoping bij andere inpolderingen ontbreken, maar het ging er ongetwijfeld hetzelfde aan toe.’

Zwarte kant

Dat juist hij veel aandacht schenkt aan de corruptie rond het polderproject is misschien een beetje beroepsdeformatie, wil de voormalig misdaadjournalist wel erkennen. ‘Maar toen ik die zwarte kant eenmaal duidelijk zag, wilde ik die natuurlijk niet laten liggen. Het is ook onderbelicht. Historici die schrijven over de droogmakerijen hebben vaak vooral belangstelling voor zaken als molentechniek en landinrichting. En misschien ook wel veel bewondering voor de totstandkoming van die grote werken.’

De toenmalige cultuur van gunsten en geschenken wordt in andere polderliteratuur ook wel gesignaleerd, zag Middelburg, maar vaak als terzijde. Invloedrijke bestuurders werden bijvoorbeeld ‘tevredengesteld’ of kregen een ‘persoonlijke tegemoetkoming’, zonder dat dieper werd ingegaan op dit fenomeen. Middelburg stelt de corruptie en omkoping wel onomwonden aan de kaak.

Daarmee legt hij geen hedendaagse normen op aan een maatschappij van vierhonderd jaar geleden, vindt Middelburg. ‘Omkoping was ook toen al geen normaal zakendoen. In 1644 stelden nota bene het Hof van Holland en de Hoge Raad, waarvan topfunctionarissen zich lieten omkopen voor het project in de Wormer, een instructie op dat rechters geen schenkingen mochten ontvangen, zelfs geen spijs of drank. Dus wisten ze ook in 1624 al verduveld goed dat schenking van land al helemaal te gortig was. Over dat uitdelen van ‘gratuïteiten’ werd in de Wormer dan ook nauwelijks iets op papier gezet. Men realiseerde zich ook wel dat het niet heel netjes was.’

Gratis kaveltjes

De druk op de bedijkers om gratis kaveltjes uit te delen bleek groot. Uiteindelijk ging meer dan eenderde van de rechten naar regenten en rechters, vooral in Haagse kringen. Dat was bijna het drievoudige aan ‘steekkavels’ dan dat de bedijkers vooraf hadden bedacht. Tot de ontvangers behoorden bijvoorbeeld Nicolaes Cromhout en Johan Loenius, respectievelijk president en raadsheer van het Hof van Holland. Initiatiefnemer Andries de Wit, raadsheer bij hetzelfde rechterlijk college, kocht dus zijn eigen baas en een collega om. Cromhout bleek overigens weinig belangstelling te hebben voor de drooglegging en toekomstige rendementen. Hij kreeg een flink aandeel, maar verkocht dat onmiddellijk weer door.

Portret van Nicolaas Cromhout, president van het Hof van Holland. Beeld Amsterdam Museum
Portret van Nicolaas Cromhout, president van het Hof van Holland.Beeld Amsterdam Museum

Bij de verkoop in 1624 van stukken land in de Wormer liep het storm, zeker na het succes van de Beemster en Purmer. Binnen een half jaar was het project nagenoeg uitverkocht. De Wormer bleek echter geen winstgevende onderneming. Toen het water in maart 1625 bijna geheel was weggemalen, sloeg een storm een gat in de splinternieuwe Wormerdijk. Pas na de tweede drooglegging, ruim een jaar later, konden landmeters en arbeiders voor het eerst afdalen in de moddervlakte.

Lage pachtopbrengst

De problemen bleven zich opstapelen. Het water bleef maar onder de dijken doorkruipen. Het onkruid heermoes was bijna onuitroeibaar. De grond bleek bovendien van belabberde kwaliteit. De kosten tot instandhouding waren hoog, maar de pachtopbrengst was als gevolg van alle tekortkomingen uitzonderlijk laag.

Ook honderd jaar later verkeerde de Wormer nog steeds in deplorabele staat. De armoede onder de boerenpachters was ‘ontzagwekkend’. Velen namen eenvoudigweg de benen. Eigenaren gaven hun land soms gratis weg, eventueel zelfs met geld toe. Pas bij het 250-jarig bestaan van de polder, bijna vijftig jaar nadat de Wormer bij de watersnoodramp van 1825 opnieuw onder water liep, klonk het in een feestlied dat de Wormer ‘al die aakligheden’ te boven was gekomen. Middelburg: ‘Het is verbazingwekkend dat ze de Wormer eerder niet gewoon weer onder water hebben gezet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden