Globalisering vergroot welvaartskloof

De groei van de wereldeconomie is dit jaar te klein om de armoede in de ontwikkelingslanden te verminderen en de werkloosheid in de industrielanden te verkleinen....

Van onze economische redactie

AMSTERDAM

Dit staat in het jaarverslag van de Unctad, de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling. In de jaren tachtig was er sprake van een gemiddelde groei van de wereldproductie met 3 procent. In de jaren negentig is het tot nu toe niet verder gekomen dan 2 procent. Zelfs als de zwakke jaren aan het begin van dit decennium buiten beschouwing worden gelaten, komt het percentage nog niet boven de 3.

Dat de groei van de wereldhandel, waar de ontwikkelingslanden sterk van kunnen profiteren, in 1996 is afgenomen tot 4 procent (na 6 procent in 1995), is een slecht voorteken, zo schrijft Rubens Ricupero, secretaris-generaal van de Unctad, in het voorwoord bij het jaarverslag. Hij ziet de ontwikkeling voorlopig niet ten goede keren.

'Zo'n relatief bescheiden groei kan de problemen op de arbeidsmarkt van het Noorden en de armoede in het Zuiden niet oplossen, noch zal het een versmalling van de kloof tussen Noord en Zuid mogelijk maken', aldus Ricupero.

De voormalige minister van Financiën van Brazilië schrijft verder dat de ontwikkelingslanden als geheel sinds 1990 jaarlijks een economische groei beleven van 4,8 procent, maar dat die groei vrijwel geheel is te danken aan Oost-Azië. In de geïndustrialiseerde landen is de groei blijven steken op een teleurstellende 1,8 procent.

De Unctad, die altijd meer oog heeft voor ontwikkelingslanden dan andere instituten als de Wereldbank, het Internationaal Monetair fonds of de wereldhandelsorganisatie WTO, is aanzienlijk somberder dan deze instellingen. Terwijl de andere pleiten voor een vrijwel ongebreidelijke vrije-markteconomie, streeft de Unctad naar een geleidelijke aanpak. Volgens het rapport ligt de nadruk nu op het snelle gewin op de financiële markten, in plaats van op duurzame investeringen.

De geschiedenis leert volgens Ricupero dat een combinatie van trage groei, schokkige handel en stijgendewerkloosheid het moeilijk maken om handelsspanningen te vermijden en weerstand te bieden aan de roep om bescherming van de eigen industrie. Als in de komende jaren ook nog internationaal de rente stijgt, dan krijgen de ontwikkelingslanden meer problemen dan in de jaren tachtig.

Volgens het rapport komt dat doordat veel van die landen min of meer geïntegreerd zijn geraakt in het internationale financiële en handelsstelsel en doordat ze afhankelijker zijn geworden van internationale kapitaalstromen. Monetaire tegenslagen raken de ontwikkelingslanden dan ook veel directer dan vroeger.

De globalisering wordt gekenmerkt door meer ongelijkheid en tragere groei. zo concludeert de Unctad. In 1965 was het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in de zeven rijkste landen twintig keer zo hoog als dat in de armste landen. In 1995 was dat toegenomen tot een factor 39. In Afrika bedraagt het gemiddeld inkomen slechts 7 procent van het inkomen in de meer ontwikkelde landen.

De kloof tussen arm en rijk is alleen maar groter geworden en de middengroep is aan het verdwijnen. Dat kan ertoe leiden dat een 'anti-globaliseringscampagne' op gang komt die de voordelen van de liberalisering van de handel teniet doet.

De Unctad wijst erop dat de nieuwe rijken in de ontwikkelingslanden hun geld besteden aan luxe goederen. Ze zouden hun vermogen echter moeten gebruiken om te investeren in lokale industrie en dienstverlenende bedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden