Globalisering kent miljarden winnaars en verliezers

Halvering van de armoede in de wereld in 2015. Daartoe zou de VN-top over ontwikkeling, die vandaag begint in Monterrey, Mexico, moeten leiden....

De feiten.

Heel veel armen worden armer.

Er zijn landen, met bij elkaar maar liefst twee miljard inwoners, die het de afgelopen twintig jaar bedroevend slecht hebben gedaan. Van economische groei is geen sprake, eerder van krimp.

De armoede, tot 1980 betrekkelijk stabiel, is sindsdien scherp toegenomen. Sociale indicatoren als kindersterfte, levensverwachting en schoolbezoek, die steeds gestaag beter werden, vertonen de laatste twee decennia verontrustende curves.

Deze ontwikkeling valt samen met de globalisering, ofwel de toenemende integratie van de wereldeconomie.

Dus wat is de conclusie van de Wereldbank, die dit feitenmateriaal presenteert?

Deze: globalisering komt de armen en de ontwikkelingslanden ten goede, en leidt tot verkleining van de inkomensverschillen in de wereld.

Hoe kan dat? Is de Wereldbank gek geworden? Spreekt ze zichzelf tegen? Maakt de bank in haar recente rapport Globalization, Growth and Poverty, waarin bovenstaande wordt beweerd, van cijfers en trends een grabbelton waaruit op onnavolgbare wijze conclusies worden getrokken die per se moeten stroken met de vrijhandelsgedachte?

Want dat hameren de auteurs er in: vrijhandel en vrije kapitaalsstromen zijn uiteindelijk goed voor iedereen.

Daarin ligt ook precies de oorzaak van de globaliseringsgolf die rond 1980 inzette - het slechten, in het rijke Westen zowel als in het Zuiden, van importmuren en belemmeringen op kapitaalverkeer.

Meer nog dan door de rijke landen is daarvan geprofiteerd door een grote groep ontwikkelingslanden, 'nieuwe globaliseerders', met bij elkaar drie miljard inwoners. Hun groei was twee keer zo hoog als die van de rijke landen. Zij zorgden voor een snelle afname van de armoede. Het aantal mensen in de wereld dat in 'absolute armoede' leeft (minder dan een dollar per dag) daalde tussen 1980 en 1998 met 200 miljoen.

Spectaculair was de doorbraak van de nieuwe globaliseerders op de markt van industriële goederen. Terwijl die in 1980 nog geen 25 procent uitmaakten van de export van de Derde Wereld, was dat in 1998 gestegen tot 80 procent. 'Een verbazingwekkende transformatie over een zeer korte periode', aldus de Wereldbank.

Daarmee ontworstelden de nieuwe globaliseerders zich aan de rol die ze heel lang hadden gehad - grondstoffenleverancier. Dat was tijdens een eerder globaliseringsgolf, die de auteurs situeren tussen 1945 en 1980. Economische integratie vond toen louter plaats binnen de OESO, het blok van rijke industriestaten. Die deden het toen 'spectaculair' goed, volgens de Wereldbank, terwijl de rest van de wereld maar een beetje aanmodderde. De spreekwoordelijke Noord-Zuid-verhouding - de rijken worden rijker, de armen worden (zeker relatief) armer - was toen werkelijkheid.

Nú veel minder. Sterker, de auteurs zien 1980 als een historisch breukpunt. Aan het groeien van de ongelijkheid tussen groepen landen, een onafgebroken proces sinds begin 19de eeuw met een piek in 1975, kwam opeens een eind. Dankzij de globalisering is de tendens omgebogen.

Voor een belangrijk deel is dat te danken aan India en China, landen die op weg zijn 'economische grootmachten' te worden. Het rapport zet hen in het zonnetje als dynamische aanhakers op de wereldmarkt. Wat hen bijzonder maakt is hun omvang. De wereldwijde daling van het aantal armen in de laatste twee decennia wordt geheel toegeschreven aan de twee demografische miljardairs.

Het succes van India, China en ruim twintig andere ontwikkelingslanden, met z'n 24en goed voor drie miljard inwoners, maakt dat de Wereldbank per saldo positief is over de globalisering: zij zorgt voor wereldwijde groei, vermindering van de armoede en verkleining van de kloof tussen arm en rijk.

Maar hoe zit dat dan met de groep van twee miljard? Met de nieuwe mondiale tweedeling, die tussen ontwikkelingslanden met pit en arme landen die steeds verder wegzakken in de ellende? Een deel van de wereld 'loopt het gevaar marginaal te worden voor de wereldeconomie', aldus het rapport. Landen in Afrika, vroegere Sovjet-republieken.

Is hun lot dan niet net zo goed een aspect van de globalisering? De keerzijde van de medaille?

Nee, zo vinden de auteurs: Afrika heeft geen last van te veel globalisering, maar van te weinig. De achterblijvers 'zijn buiten het proces van globalisering gebleven'. De handel is teruggelopen, buitenlandse investeerders blijven weg.

De redenering heeft iets glibberigs. Op deze manier kan de Wereldbank veel van de - ook niet onzinnige - argumenten uit de anti-globalistenhoek moeiteloos van zich af laten glijden. Alles wat niet deugt, wordt uit het proces van economische integratie weggedefinieerd.

In 1960 was de welvarendste 20 procent van de wereld dertig keer zo rijk als de armste 20 procent. In 1995 was dat 82 keer. Dat de rijken steeds rijker worden, blijft ongenoemd in het rapport (dat overigens wel vaststelt dat de globalisering 'winnaars en verliezers' kent!). Zo is het ook merkwaardig te zien hoe de oceaan van armoede in 'nieuwe globaliseerder' India (de Indiërs zelf lijken nog niet op de hoogte te zijn van het goede nieuws) buiten beeld verdwijnt. En zo schrijft het rapport de grotere welvaartskloof in China toe aan puur nationale politieke beslissingen.

Hoewel, kloof? Zelfs van een groeiende ongelijkheid binnen landen is in de landen die de grenzen opengooien amper sprake. Zo wuiven de auteurs ook een andere vrees uit het anti-globalistenkamp weg: die van een race to the bottom van regeringen die milieuvoorschriften en arbeidswetten opofferen in de concurrentie om buitenlandse investeringen. De feiten bieden voor die vrees geen grond.

Toegegeven, het rapport van de Wereldbank is geen rechts pamflet. De Wereldbank van 2002 is niet meer de neoliberale grammofoonplaat van vijftien jaar geleden. Vooral in de 'agenda voor actie' staan veel leuke dingen voor de progressieve mensen. 'Onze agenda overlapt voor een deel de agenda van degenen die protesteren tegen globalisering', zeggen de auteurs zelfs, maar 'staat diametraal tegenover het nationalisme, het protectionisme en de anti-industriële romantiek' van de beweging.

De auteurs pleiten voor een globalisering die 'inclusief' is, dus ook de onderklasse van twee miljard in het feestje betrekt. De rijke landen moeten veel meer hulp geven, aldus de Wereldbank, en moeten een eind maken aan tariefmuren, landbouwsubsidies, dumppraktijken. Het Zuiden heeft behoefte aan investeringen in sociale diensten als onderwijs en gezondheid. De WTO moet een 'ontwikkelingsronde' houden. Schuldenverlichting is nodig. Bestrijding van het broeikaseffect. Sociale vangnetten voor degenen die aanvankelijk de klappen opvangen van de globalisering.

Maar dat laat onverlet het fundament van de analyse: vrijhandel en vrije kapitaalstromen bevorderen groei en verminderen armoede.

Precies dat fundament wordt geattaqueerd door een van de bekendste globaliseringsexperts, Harvard-econoom Dani Rodrik. Hij meent dat het succes van ontwikkelingslanden nauwelijks verklaard kan worden uit liberalisering van handel en investeringen. Het is omgekeerd: vrijhandel is een gevolg van groei. 'Het enige duidelijke patroon is dat landen hun handelsbelemmeringen ontmantelen naarmate ze rijker worden.'

Rodrik gelooft niets van de 'mantra' van open grenzen die Wereldbank, IMF en WTO aan het Zuiden trachten op te leggen. Dat ze daarin lijken te slagen, is 'slecht nieuws voor 's werelds armen'. In plaats van de kortzichtige agenda van mondiale integratie te volgen, zouden de ontwikkelingslanden de nadruk moeten leggen op het verbeteren van hun sociale en economische infrastructuur: onderwijs, gezondheid, industriële capaciteit, sociale samenhang.

Rodrik legt een aantal van de groei-wonderen onder de loep en vraagt zich af: is hun succes te danken geweest aan deregulering van handel en investeringen? Antwoord: nee.

China en India begonnen hun hogere groei al vóór de handelsmuren werden verlaagd. Bovendien horen hun tarieven nog stééds tot de hoogste ter wereld. China 'schond vrijwel elke regel uit het boekje'.

Oost-Aziatische tijgers als Zuid-Korea en Taiwan gebruikten stuk voor stuk middelen waar IMF en Wereldbank nu van zouden gruwen. Tijdelijk hoge tariefmuren. Staatseigendom van banken en grote industrieën. Exportsubsidie. Restricties op kapitaalstransacties, buitenlandse investeringen niet uitgezonderd.

'Al deze landen', schrijft de Harvard-econoom, 'liberaliseerden hun handel geleidelijk, over een periode van tientallen jaren.' Het liedje dat alle zegening voortkomt uit grotere integratie met de wereldeconomie is 'misleidend en hol'.

Neem Vietnam, zegt Rodrik: een beschermde economie, maar uiterst succesvol. Neem Mexico, Thailand, Turkije: liberalisering van de kapitaalmarkt werd er prompt gevolgd door financiële crises.

Dani Rodrik raadt ontwikkelingslanden aan de eigen kracht uit te buiten. Zijn recept is een 'alomvattende ontwikkelingsstrategie die hoge economische groei voortbrengt'. Welke maatregelen daarbij horen, dat zal van land tot land en van tijdvak tot tijdvak verschillen - in die zin mist Rodriks verhaal de aantrekkelijke eenduidigheid van Globalization, Growth and Poverty.

Duidelijk is wel dat hij nadruk legt op de nationale instituties. En daarmee overlapt de analyse van Rodrik toch weer deels die van de Wereldbank. Want de bank - eerlijk is eerlijk - volstaat niet met het door Rodrik gesmade neoliberale mantra. Goed beleid ('governance'), investeringen in infrastructuur, rechtszekerheid, onderwijs - het zijn noodzakelijke voorwaarden om de potentie van de open grenzen te verzilveren in duurzame groei. Omvangrijke steun van de rijke landen is daarbij onontbeerlijk.

Deze week in Monterrey zal blijken of ook in dat opzicht de wereld steeds meer één wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden