Glasbak

Gisteren bestond de glasbak 27 jaar. Dat werd gevierd met een glaasje en een praatje in de monumentale hal van het ministerie van VROM, dat voor zichzelf reclame maakt met de slogan 'Nederland is klein....

Martin Bril

Om de feestelijkheden kracht bij te zetten, introduceerde de Stichting Promotie Glasbak een reizende tentoonstelling – zich afspelend in (uiteraard) een glasbak die als een taart in vieren was gesneden. Iedere hoek was een informatiezuil.

De ene hoek gaf leerzame feiten over nut en noodzaak van het scheiden van glas op kleur, een andere hoek belichtte in een notendop het recylingproces, enzovoorts; van die leuke weetjes die je prompt weer vergeet. Van mij had 27 jaar glasbak wel wat grootser gevierd mogen worden, iets meer in de lijn van VROM's eigen slagzin, maar ja, Bruin kan niet alles trekken.

De glasbak is vanaf het begin een groot succes geweest. Dat komt natuurlijk omdat het zo verkwikkend is je lege flessen en appelmoespotten er kapot in te gooien. De glasbak is geïnstitutionaliseerd vandalisme, en nog goed voor het milieu ook. Je kunt je glaswerk er natuurlijk ook zachtjes in laten glijden, maar zelfs dan is er de bevrediging van glasgerinkel en scherven die geluk brengen. Hoe dieper in de glasbak het weerklinkt, hoe mooier.

Dan is er het loopje naar de glasbak.

Ik kan me voorstellen dat de bedenkers van de glasbak in eerste instantie bang waren dat de mensen geen zin zouden hebben ernaartoe te lopen, maar niets is minder waar gebleken. Iedere avond voor het naar bed gaan, wandelen honderdduizenden landgenoten nog even met een plastic zakje flessen en potten naar de glasbak, blij zich aan de beklemming van de huiselijke kring te kunnen ontrekken en vrolijk omdat zo aanstonds de potten van Hak keihard in de glasbak aan diggelen zullen vallen.

Hoe stiller het is op straat, hoe beter een glasbak werkt, vooral na 23.00 uur in een kleine, landelijke gemeente. Het loopje is bovendien ideaal om die ene sigaret te roken die thuis niet meer opgestoken mag worden. Een bijkomend voordeel van het late uur is trouwens dat niemand ziet hoeveel whisky je deze week weer hebt gedronken.

De glasbak heeft ook teleurstellende kanten. Allereerst is daar natuurlijk de hemeltergende lelijkheid van het ding – of hij nou vierkant of bollig rond is, of hij nou geel, blauw, bruin of wit is, hij is altijd lelijk. De laatste tijd verdwijnt hij daarom steeds meer ondergronds, wat het kapotgooien van het glaswerk gelukkig ten goede komt, maar wat weer als nadeel heeft dat je toch minder glasbak in je loopje hebt, als u begrijpt wat ik bedoel.

Dan is er de volle glasbak. Ook dat is niet prettig. Je lege potten door de gaten zo'n beetje óp de voorgangers kunnen leggen, heeft iets tegennatuurlijks. Glas moet vallen, glas moet breken. Het mooiste is een hele lege glasbak – zodat je de Calvé-potten naar de bodem kunt horen suizen, waar ze vervolgens met een spottende klap uit elkaar spatten.

Als dat onverhoopt eens niet gebeurt, maakt zich van de echte glasbakgebruiker een venijnig gevoel van ontreddering meester. Ineens staat hij voor niets naast zijn geliefde glasbak. Zijn glas is weg, maar niet gebroken – hier klopt iets niet. Met hangende schouders keert hij huiswaarts, een klein genot is hem ontstolen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden