GLANS DER DINGEN

Het Parijse Centre Pompidou toont in Les bons génies de la vie domestique meer dan duizend huishoudapparaten, de grootste sortering roomkloppers, koffiemolens, tandenborstels, stofzuigers en wasmachines....

IN DE pseudo-wetenschappelijke stuiverroman Dans mille ans, 'over duizend jaar', een in 1883 in een populair Frans weekblad gepubliceerd feuilleton, beschrijft ene E. Calvet de vrolijke en verbazingwekkende avonturen van drie mannen die na het innemen van een pil ontwaken in een verre toekomst. Het in de tijd reizende gezelschap bestaat uit een professor in de fysica, een dokter en een onschuldige jongeman. Het verhaal is het wekelijkse relaas van hun vermakelijke dialogen over zulke vreemdsoortige toestellen als het parahagelscherm ('om je tegen de hagel te beschermen'), de parlofoon met geheugen ('de woorden blijven eeuwig in het geheugen van de fonograaf gegrift') en de ingenieuze klankdoos die het geluid van koper- en houtblaasinstrumenten en slagwerk tot klinken brengt.

Het drietal verbaast zich over een ingewikkelde elektrische koffiekan ('wolkjes stoom') en over andere vreemde toestellen in de laboratoriumkeuken van de toekomst, zoals elektrische fornuizen en 'geleerde kookpotten'. De snelkookpan, de cocotte minute, of de Singer-naaimachine waren vorige eeuw waarschijnlijk net zulke revolutionaire uitvindingen als die toestellen uit dat feuilleton, of als de compactdisc, de personal computer en de blaffende robothond Mega Byte nu. Het gezelschap ontdekt op zijn reis in de toekomst tientallen vernuftige apparaten, zelfs de gsm, en dat in een verhaal uit 1883.

'Ofwel is onze begeleider een buikspreker, of anders begrijp ik hier niets van', mompelde de onschuldige jongeman. 'Mijnheer Herber is zeker hier vlak in de buurt?', vroeg hij.

'Hij is op dit moment precies vierhonderd meter van ons vandaan.'

'Vierhonderd meter?'

'Ja, en ik ga hem van uw komst verwittigen.'

In het Parijse Centre Pompidou kun je nog tot eind januari ook zo'n reis door de tijd maken, dit keer echter een tocht in omgekeerde richting naar 'de toekomst van gisteren'. De expositie Les bons génies de la vie domestique toont spectaculaire uitvindingen die voor ons nu heel gewoon zijn: elektrische waterketels, stofzuigers, strijkijzers, vaatwasmachines, ijskasten, wasmachines, radio's en televisies, audio-apparatuur, robot mixmasters, tandenborstels, naaimachines, gsm's, videorecorders, koffiemolens, roomkloppers en zelfs robothondjes.

De tentoonstelling laat aan de hand van duizend voorwerpen en ruim honderd affiches de geschiedenis zien van onze huishoudapparatuur. In maatschappelijke veranderingen spelen huishoudtoestellen een belangrijke rol. Naast het stemrecht en de pil waren de stofzuiger of de wasmachine in de emancipatiestrijd van vrouwen ongetwijfeld belangrijke ontwikkelingen. In de jaren zestig stond op de advertenties van Moulinex, de grote Franse fabrikant van keukenapparaten, de slogan: Moulinex libère la femme, 'bevrijdt de vrouw'. De expositie is het meeslepende epos van de steeds vrijere 'homo domesticus' en toont hoe het huiselijk leven in de afgelopen honderd jaar is veranderd.

De bezoeker wandelt in het Centre Pompidou langs zeven period rooms, waarin niet alleen met objecten maar ook met affiches en historische filmbeelden het huishouden uit lang vervlogen tijden wordt gereconstrueerd. Het zijn nu allemaal museumstukken, die eerste elektrische klok, die waterketel van de Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft, die potloodslijper van Raymond Loewy of die oude grammofoon, want de uitgestalde voorwerpen zijn onderhevig aan het patina van de tijd. Maar ze roepen soms merkwaardige herinneringen op. Vroeger stond de radio op een console, op een prominente plaats in de huiskamer, en er lag ook vaak een mooi kleedje op. Je luisterde niet naar de radio maar je keek naar het toestel, je ging er voor zitten zoals je voor het televisiescherm gaat zitten.

Het is allemaal voer voor sociologen. In de boekwinkel van het Centre Pompidou liggen hun geschriften weer en pile, stapeltjes Jean Baudrillards (La société de consommation), Jean-Claude Kaufmann (Analyse du couple par son linge), een snuifje Roland Barthes, een beetje Vance Packard (The hidden persuaders). Huishoudapparaten hebben, meer dan we vermoeden, grote invloed op onze gedragingen. Misschien heeft Jacques Tati dat, beter dan al die sociologen, op een schitterende manier in beeld gebracht. In zijn films worstelt monsieur Hulot (de cineast himself) met 'de dingen', het design van de jaren vijftig. Hij rommelt in de moderne keuken van zijn zuster. Het zijn onvergetelijke scènes. De onhandige Hulot experimenteert, hij verbaast zich over de nieuwe toestellen. Hij is als een hond in een kegelspel; hij ontmaskert de glans der dingen.

De interieurs op de expositie zijn kleine theatervoorstellingen, opeenvolgende scènes uit het huiselijke leven, telkens weer in een andere tijd. De voorwerpen zijn rekwisieten van een onmiddellijk herkenbaar tijdperk, alsof je foto's ziet uit 1962 (de radiotransistor) of uit 1980 (de muziektoren). Georges Perec heeft dat steeds wisselende theater prachtig geënsceneerd in zijn roman Les choses ('de dingen'). Het is een boek over geluk en welzijn in het naoorlogse Frankrijk, een jaren-zestig-geschiedenis van het moderne koppel Sylvie en Jérôme. Het tweetal zoekt het geluk in een wereld van 'verborgen verleiders', maar al heel snel vervelen ze zich tussen al die modieuze spullen.

Les bons génies de la vie domestique toont de wegwerpvormgeving. De huishoudapparaten zijn misschien steeds vernuftiger, dat wel, maar hun vorm en kleur bepalen meer nog dan hun functionele mogelijkheden de levensduur van de toestellen. Per jaar, zo berekende de Consumentengids in 1996, gooien we in Nederland bijna negen miljoen kleine huishoudelijke apparaten weg, 120 duizend fornuizen, een half miljoen koelkasten en vriezers, 380 duizend wasmachines, 540 duizend televisies, 160 duizend videorecorders en een miljoen aan audio-apparatuur.

Die grootste sortering van steeds maar weer andere apparaten in het Centre Pompidou, van een eenvoudige roomklopper tot keukenrobot, is een vertoning van voortdurend veranderende vormen en kleuren. Steeds maar weer krijgen de voorwerpen een nieuw jasje en een andere kleur. Het repertoire is onuitputtelijk. Al in de jaren dertig kwam Philips soms met wel tweehonderd nieuwe radiomodellen per jaar uit. De consument kocht een massaproduct, maar wilde toch ook iets bijzonders. Een unieke stofzuiger is ondenkbaar, zo'n apparaat is onbetaalbaar, maar in de winkel vind je tientallen modellen in de meest bizarre kleuren en materialen.

De vormgeving van een handmixer of een ijskast werd steeds gladder. Een radio of een televisie is geen meubel meer, zoals vroeger, in hout of later in bakeliet. Ze zijn nu gemaakt van polystyreen, fenoplast, polyvinyl, polyethyleen of een andere kunstmatige stof. Hoe men het ook wendt of keert, schreef Roland Barthes in 1957 in zijn beroemde Mythologies, 'plastic houdt iets vlokkigs, iets troebels en gestolds'. Plastic is gewoon, 'het is een huishoudelijke substantie'. De hele wereld kan geplastificeerd worden, zelfs het leven, 'men schijnt al begonnen te zijn met het fabriceren van een plastic aorta'. De toepassingsmogelijkheden van plastic zijn onbegrensd.

Al in 1867 ontwierp de beroemde illusionist Jean Eugène Robert-Houdin een 'geautomatiseerd huis', een droomhuis met de meest geavanceerde toestellen. De architect Le Corbusier vergeleek een woning met een machine à habiter, 'een machine om in te wonen', een tot een gebouw uitvergroot huishoudapparaat. Dat kan nu allemaal. Voor 60 miljoen dollar heeft Bill Gates van Microsoft zijn huis van de toekomst laten bouwen. Er is zeven jaar aan gewerkt. Bij het binnenkomen krijgen bewoners en bezoekers een elektronische badge opgespeld, waarmee ze alles in het huis op commando kunnen regelen. Het licht vergezelt je, gaat met je mee. Je kunt overal op schermen informatie opvragen, films bekijken, met anderen communiceren. Je wordt op je wenken bedient, meer nog, het huis zorgt voor zijn bewoners. Ramen gaan automatisch open of dicht, alles in Gates' intelligente huis wordt door Big Brother geregeld.

Vroeger waren huishoudapparaten opzichtige voorwerpen. Je was trots op je bezit, op je radio of televisie. Je liet je dure spullen zien. Steeds meer verdwijnt het apparaat, de schakelaar is weg maar het licht is er nog. De televisie wordt een plat scherm, de telefoon ligt als een hebbeding in je handpalm. Het high tech-leven wordt gemakkelijker. En wat doe je dan? Op hun vrije dagen, concludeerde de socioloog Kaufmann in een onderzoek naar het gebruik van huishoudapparatuur, gaan steeds meer vrouwen en mannen weer wecken, ze maken kweeperenjam of terrines en pasteien, in oude porseleinen potten uit grootmoeders tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden