Gladstone luisterde naar zijn geweten

'EEN GEVAARLIJKE man. Die eindigt nog eens in het gekkenhuis', zei de Engelse premier Palmerston over de nog jonge Tory-politicus William Ewart Gladstone....

Jan Joost Lindner

Bijna alle groten van die partij liepen weg, omdat ze Gladstone te idealistisch én drammerig vonden. Deze voelde zich een Gezondene, die het historisch gelijk aan zijn zijde had en voor wie de rivaal, en zeker de tegenstander, dus hoorde te wijken. In Nederland doen Thorbecke, Kuyper en Den Uyl min of meer aan hem denken, maar Gladstone was zeker succesvoller.

Hij democratiseerde Engeland, maakte een begin met sociale hervormingen en verbeterde veel in Ierland, zonder Iers zelfbestuur te kunnen vestigen. Maar veel van zijn plannen kon hij niet verwezenlijken, omdat zijn partijgenoten achterliepen. Pas dankzij de grote liberale overwinning in 1906, acht jaar na Gladstone's dood, werd een groot deel van zijn programma in wetgeving omgezet.

In 1995 verscheen een iets te langdradige Gladstone-biografie van de hand van Roy Jenkins, oud-voorzitter van de Europese Commissie. Nu is een veel gedetailleerder en hoogwaardiger levensbeschrijving voltooid door Richard Shannon, gepensioneerd hoogleraar in de moderne geschiedenis in Swansea (Universtiteit van Wales). In 1984 verscheen het eerste deel, Gladstone - Peel's Inheritor, 1809-65. Het kreeg veel lof.

Het tweede deel, vanaf 1865, gaat vooral over Gladstone's premierschap en is veel volumineuzer dan Jenkins' beschrijving van Gladstone's hele leven. Vooral in de details en de analyse van dat premierschap ligt de toegevoegde waarde. De laat-Victoriaanse politiek (dus wereldpolitiek van het machtigste rijk) komt kleurrijk tot leven, althans voor wie met aandacht en enige kennis van zaken leest, want de auteur neemt niet de moeite om allerlei problemen van kiesrecht en (Iers) bestuur uit te leggen aan beginners.

'Shannon komt erg dicht bij de binnenkant van Gladstone's hoofd', schreef The Times in 1984 en dat kan evenzeer voor het tweede deel van de biografie gelden. In dat hoofd botste de vrome en mensvriendelijke denker vaak op de gewiekste en soms haatdragende politicus. Vooral Disraeli en diens kolonialisme moesten het ontgelden. Gladstone was zelf op het punt van het Empire weifelachtig. Hij moest niets hebben van oorlogen en blind nationalisme, maar hij was in 1882 toch erg trots op een geslaagde veldtocht die leidde tot de onderwerping van Egypte.

Voor alles luisterde hij naar zijn geweten en in dat opzicht week hij sterk af van de politiek van zijn tijd. Hij klaagde herhaaldelijk het Turkse rijk aan wegens gruwelen tegen minderheden: Bosniërs, Serviërs, Macedoniërs, Grieken, Roemenen, Bulgaren en Armeniërs. Maar zijn liberale voorganger Palmerston, zijn tegenstander Disraeli en de meeste Engelse politici stonden pal achter Turkije, dat een buffer vormde tegen een opdringerig Rusland en zo hielp de toegangswegen tot India te beschermen (des temeer nodig na de opening van het Suezkanaal).

De Turken behandelden opstandige volkeren (ook de Serviërs) zoals de Serviërs dat nu doen: het verdrijven van de bevolking, het platbranden van dorpen en stadsdelen, verkrachtingen, martelingen en willekeurige moorden. In Bulgarije moeten in 1875 in één maand tweehonderdduizend mensen zijn omgebracht. Gladstone, al halverwege de politieke uitgang (maar nog wat te traag volgens zijn rivalen), vlamde op. Hij had weer een missie in deze wereld. Zijn redevoeringen stonden bol van bijbelse toorn, evenals zijn pamflet dat veel aftrek vond, zelfs zodanig dat de cynische premier Disraeli dat geschrift erger vond dan de gruwelen zelf.

De liberale actie heeft de Bulgaren niet veel geholpen, want Engeland deed niets. Maar het hielp een herboren Gladstone aan de macht, want voor talloze vooruitstrevende burgers werd hij meer dan ooit een idool. Als minister-president dreigde hij enkele jaren later de Turken met een oorlog om humane redenen, het tegendeel van toenmalige Britse staatsmanswijsheid. Maar Constantinopel boog, anders dan Belgrado nu.

Het zwakke Ottomaanse rijk bleef zo onder Britse controle. De 'gruwelen', nu tegen Armeniërs, werden hervat in 1894, een half jaar na Gladstone's aftreden als premier. Rosebery (Gladstone's opvolger) deed er niets aan, mede omdat Rusland en Frankrijk niet wilden helpen. Humaniteit speelde alleen in bijzondere omstandigheden en dankzij bijzondere mensen als Gladstone een wezenlijke rol in de politiek.

Gladstone begon als vrome en behoudzuchtige Tory, werd later een mercantiele liberaal en eindigde, althans wat zijn denken betreft, vrijwel als een aanhanger van de klassenstrijd. Hij leerde het egoïsme, de ethische gemakzucht en de imperialistische bloeddorst van de adel en de welgestelde burgerij verafschuwen.

'Ik steun de massa's tegen de klassen, waar ook ter wereld', schreef hij in de jaren tachtig. De liberale leider meende dat de morele oordelen van het volk zuiverder waren dan die van de gefortuneerden. Dat volksgeweten had echter politieke leiding nodig. Het moest opgewekt en aangeroepen worden en de uitvoering van die 'volkswil' vergde ambachtelijkheid en politieke finesse.

Zo ontwikkelde William Gladstone een (zelf)beeld van de door God gezonden volksleider, een soort priester-koning (aldus Shannon), die - steunend op de emoties van de massa's zonder kiesrecht - het historisch gelijk aan zijn zijde heeft. Gladstone genereerde zijn macht niet in de partij of het parlement, maar via urenlange, vurige redevoeringen, waarmee hij grote menigten in extase bracht.

Eind jaren zestig kasteide hij de Tory's en wankelmoedige liberalen die (nog) geen uitbreiding van het kiesrecht wilden. 'U kunt niet vechten tegen de toekomst. De tijd is aan onze kant.' Het maakte diepe indruk, maar de liberalen verwierpen tweemaal zijn vernieuwing en het was enige jaren later Disraeli die met een verrassende vernieuwing de liberalen de wind uit de zeilen nam.

De grote uitbreiding van het kiesrecht van midden jaren tachtig (tot 60 procent van de mannen) was het resultaat van een curieuze deal van Gladstone met Tory-leider Robert Salisbury. Democratisch een grote stap vooruit, ook inzake gelijkberechtiging van de stad ten opzichte van de dorpen, maar uiteindelijk nadeliger voor de liberalen.

Op één punt vertrouwde Gladstone de Engelse volkswil allerminst: Ierland. De laatste vijftien jaar van zijn leven heeft hij bijna alle energie en idealisme in het droombeeld van Iers zelfbestuur gestopt, want hij meende (terecht) dat de Ieren nog steeds groot onrecht werd aangedaan. Zijn tegenstander Salisbury zei in het openbaar dat de Ieren evenmin aan zelfbestuur toe waren als de Hottentotten. Gladstone complotteerde voor de goede zaak met de Welshmen, de Schotten en de Ierse nationalisten onder Charles Parnell, die in dit boek boeiend wordt geportretteerd.

Al die strijd heeft niet geholpen, sterker nog, Gladstone joeg met zijn eigenmachtig drammen bijna alle liberale subleiders uit de partij. Ze zouden later als Liberale Unionisten een lang en zeer imperialistisch premierschap van Salisbury schragen. Shannon vindt met name Gladstone's geruzie met zijn vroegere radicale bondgenoot, de formidabele Joe Chamberlain, een politieke blunder.

De liberale 'leider', die om de haverklap met weggaan dreigde, nam niemand meer in vertrouwen en werd wegens zijn Ierse luchtfietserij allerwegen voor gek verklaard. Zoals eerder Bismarck had gedaan: 'Ein verrückter Professor.' Het was een natuurlijke reactie voor realpolitici, maar Gladstone had altijd een veel ruimere realiteit voor ogen: zijn historische missie.

Het tekende zijn doorzettingsvermogen dat hij doorvocht tot hij half blind en half doof en diep in de tachtig was. Zo groot was zijn gezag dat zijn partijgenoten deze illusiepolitiek lang tolereerden. Ten slotte (februari 1894) trad hij toch maar af, omdat de rest van het kabinet geen nieuwe constitutionele aanval op het Hogerhuis aandurfde. Dat gevecht zou elf jaar later toch komen. Tijdens zijn laatste ministerraad was iedereen, behalve Gladstone, in tranen. 'A blubbering cabinet', zei hij smadelijk.

Shannons beschrijving van Gladstone's laatste regeerperiode heeft een donkere poëtische kracht. Een half boek eerder verzucht de auteur dat William Gladstone in 1882 had moeten aftreden. Toen had hij grote successen geboekt en door zijn charisma zijn partij (nog) bijeengehouden.

Maar zulke gedreven politici (Kuyper, Den Uyl) hebben altijd veel te veel te doen om aan aftreden te denken. Shannons boek is bijzonder, omdat het de praxis van zulk politiek idealisme toont, op zijn hoogtepunt en tijdens nadagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden