Gladde kitsch - of een terechte winnaar?

Tijdens een diner in het Amstel Hotel zal dinsdag de winnaar van de Libris Literatuurprijs 2004 (vijftigduizend euro) bekend worden gemaakt....

In haar rapport over de nominaties verzuimt de jury van de Libris Literatuurprijs 2004 haar beweegredenen te verhelderen. Daarom blijft het gissen naar de grote vraag waarom juist deze zes uit een totaal van 146 inzendingen zijn gekozen. Op 14 maart jongstleden riep voorzitter Ronald Plasterk namens de jury Abdelkader Benali, Arie van den Berg, Margot Dijkgraaf en Erik Spinoy de volgende vijf romans en een novelle uit tot het beste proza van het vorig jaar: Blauwbaards ontwaken van H.C. ten Berge, Buiten is het maandag van Bernlef, Een schitterend gebrek van Arthur Japin, Gran Cafoulevard van Tomas Lieske, Toen kwam moeder met een mes van Nicolien Mizee en Maoest van Rashid Novaire.

Een opvallende keuze. De titels die vorig jaar de grootste lof kregen, werden gepasseerd. Je kunt je moeilijk aan de indruk onttrekken dat de jury niet voorspelbaar heeft willen zijn. Dat is haar goed recht, mits die dwarsheid op de een of andere manier werd verklaard. Daarin schiet het rapport hopeloos tekort, hetgeen de indruk van willekeur in plaats van beredeneerde eigenzinnigheid versterkt.

Voorafgaand aan het bespreken van de afzonderlijke titels sprak Plasterk een intentieverklaring uit, zo gebrekkig van formulering en portee, dat zij moeiteloos een plaats verwerft op de shortlist van knullige juryrapporten. De jury zou 'geworsteld' hebben met de afbakening van wat literair verhalend proza is. De grenzen tussen fictie en non-fictie zijn vervaagd. 'De jury heeft ernaar gestreefd de grenzen zo ruim mogelijk te nemen, en heeft twijfelgevallen het voordeel gegund.' Waarom het streven niettemin is gestrand toen het op nomineren aankwam, blijft onopgehelderd. Het 'sterk autobiografische' Schaduwkind van P.F. Thom kwam niet verder dan de longlist. Mag proza soms niet meer sterk autobiografisch zijn? En hoe meet je die sterkte dan per boek?

Natuurlijk was Schaduwkind een nominatie waard. Daarmee zou de jury de durf hebben getoond de genoemde grenzen daadwerkelijk te verruimen. Het verhaal van een schrijver die woorden moet zoeken voor een dramatische gebeurtenis de dood van zijn dochtertje levert een schitterend document op. Schrijven over het niet verwoordbare: ziedaar de grens die Thom dankzij zijn stijl weet te overschrijden, en zonder de lezer met gejammer op de kniete dwingen. Door Schaduwkind in te zenden voor deze prijs, heeft de schrijver de jury verzocht zijn boek op de artistieke merites ervan te beoordelen, en zich niet te laten gijzelen door de tragische realiteit die aan het schrijven vooraf is gegaan. Het rapport had zich moeten uitspreken over de literaire kwaliteit, met een verantwoording van de finale afwijzing. Erop wijzen dat Schaduwkind 'sterk autobiografisch' is, volstaat niet het is een feit, geen beoordelingscriterium.

Maar de Libris-jury hult zich in stilzwijgen. Ze vond plaatsing van Schaduwkind op de longlist al heel wat. Ze houdt niet zo van de thema's 'verloren liefde', 'jeugdtrauma' en 'de case load van de psychotherapie', want 'soms vraag je je af of er niets anders in de wereld gebeurt'. Dus gaat zij eens iets anders doen, denk je dan nog, onder handenwrijven terugdenkend aan de buitengewone leeservaringen met De Movo Tapes van A.F.Th., De asielzoeker van Arnon Grunberg of Paravion van Hafid Bouazza. Hooliganisme verbonden met de klassieke Oidipous-mythe, absurdistische humor die op een inktzwart wereldbeeld afstevent, en een barokke bucolische roman die Holland en Marokko miraculeus met elkaar verzoent.

Niets daarvan.

'Het aanbod van Vlaams proza was beperkt', zegt de jury apodictisch. Had dan De laatste woorden van Leo Wekeman van Yves Petry tenminste bekeken. Slaap! van Annelies Verbeke is 'een echte aanrader', verzekert het rapport. Waar staat dat op de shortlist?

'De Tweede Wereldoorlog en Ons Indiijn duidelijk van de Nederlandstalige literaire agenda', stelt de jury. Met opluchting? Het is onzin. De nominaties van 2002 en 2003 laten anders zien (Harry Mulisch, Chaja Polak, Marek van der Jagt, Allard Schr, Doeschka Meijsing), ¿ik zou Sleuteloog van Hella Haasse niet hebben willen missen, en in september verschijnt de nieuwe verhalenbundel van Marga Minco.

Wat bezielt de jury om te beweren dat 'een van de belangrijkste functies van literatuur' is 'dat ze de discussie over waarden aan de gang houdt esthetische, maar ook morele, maatschappelijke, politieke waarden'. Heeft premier Balkenende deze tekst moeten accorderen, waarbij hij in de haast de toverterm 'normen' vergat?

Goede boeken, die aanprijzing verdienend omdat ze goed geschreven zijn en godzijdank niet 'een functie' willen hebben, laat staan 'de discussie over waarden aan de gang houden', zonder commentaar afgevoerd, zijn ook Stiefmoeder (Nicolette Smabers), Dans zonder vloer (Tonnus Oosterhoff), De gifmenger (Willem Brakman), Werken van barmhartigheid (Louis Ferron), Malocchio (Geerten Meijsing), Een Hollandse romance (Pieter Waterdrinker) en De nieuwe man (Thomas Rosenboom).

In plaats daarvan komt de jury aanzetten met het sympathieke maar onhandige beginnerswerkje Maoest van Rashid Novaire, die voor de ergste compositorische en stilistische struikelingen is behoed door jurylid Margot Dijkgraaf, in de periode dat zij redacteur was bij Novaires uitgever De Geus. Een brutaliteit zonder precedent, dat een redacteur een 'eigen' auteur nomineert. Nee hoor, meldt Plasterk in zijn Volkskrant-column, bij het stemmen over Novaire ging Dijkgraaf op de gang staan. Maar daarover zwijgt het juryrapport! Zwart op wit staat daar dat Dijkgraaf haar eigen Novaire nomineert.

Plasterk maakt het nog bonter door ongevraagd mee te delen dat ook Arie van den Berg de gang op is gevlucht (toen Nicolien Mizee aan de beurt was, die ooit van Arie schrijfles heeft gekregen), Abdelkader Benali die zich herkende in een romanpersonage van Arie de Bruijn (wie?). Het moet een chaos zijn geweest zijn op die jurybijeenkomsten. Soms was het drukker op de gang dan in de vergaderzaal maar gekker nog, of moedwillig na, is het van Plasterk om niet in te zien dat de bemoeienissen van Dijkgraaf met Novaire niet te vergelijken zijn met de andere gevallen.

Een en ander maakt het aannemelijker dat deze jury niet tegen haar taak was opgewassen. Hetgeen blijkt uit het gehalte van sommige nominaties: het getrut van Mizees hoofdpersoon Ida die niet snapt hoe het kan dat haar huismuur vochtig is zonder dat ze dat vocht kan opdweilen, vindt de jury 'heerlijk absurd'. De historische novelle van Novaire is geschreven in een 'ietwat weerbarstige stijl'. Zeg nou maar gewoon dat hij geen kans maakt, want zo is het. Dan wordt het nog onbegrijpelijker dat TEKENING KAREL KINDERMANS de juryleden die niet op de gang stonden, het doen voorkomen dat deze twee serieus meedingen.

Een schitterend gebrek van Japin is gladde kitsch. Een door pokken verminkte vrouw verbergt haar gezicht achter een voile. Niet zichzelf verstopt ze daarachter, maar de wereld: 'Door die waas van kant en zijde oogt zij zoveel zachter.' Hiervoor applaudisseert de jury ('die waas'!), en ze vindt het knap dat Japin weet waar je in 1758 in Amsterdam papier moest kopen (bij Izaak Duym, bezuiden het stadhuis). Is deen criterium geweest of de schrijver zijn huiswerk heeft gedaan? Zou de jury het ook fabuleus vinden dat Japin weet dat zich achter de Oudemanhuispoort vroeger een oudemannenhuis bevond?'Dit is onnavolgbaar voor wie het niet heeft meegemaakt', stumpert Japin doodleuk, en hij grossiert in ijselijke levenswijsheden als 'Alle ongemak ten spijt heb ik de werkelijkheid later nooit meer zo volledig buiten kunnen sluiten als tijdens het tippelen'. Ratio is niet alles, het gevoel wil ook wat. Deze boodschap vindt Plasterk c.s. hoogst fundamenteel.

De oude rot H.C. ten Berge gebruikt zijn roman Blauwbaards ontwaken om oude essays en verhalen van eigen hand te recyclen (zijn boek is voor een deel niet uit 2003; staan de reglementen dit toe?), en zijn alter ego Moortgat te laten pochen dat het bezwangeren van een Poolse, en als die uitpuft van haar abortus het bestijgen van haar vriendin, hem typeert als anarchistische kunstenaar die zich niet thuis voelt in de repressieve kapitalistische samenleving in Nederland hetzelfde land dat Ten Berge jaren de hoogste werkbeurzen heeft geschonken die denkbaar zijn. Dat zet je inderdaad aan het denken over esthetische, morele en maatschappelijke waarden.

Over Gran Cafoulevard van Lieske en Buiten is het maandag van Bernlef kunnen we kort zijn. Die romans zijn sterk; respectievelijk een wervelend avontuur, en een ingetogen reis om uit de mist van een geblokkeerd geheugen te komen. Zou de omstandigheid dat Lieske in 2001 al de Libris-prijs won (voor het aanzienlijk onevenwichtiger Franklin), en Bernlef in 1987 (toen hij nog J. Bernlef heette) hun kansen verkleinen? Zoiets mag niet meetellen, maar aangezien deze jury origineel uit de hoek wil komen, ligt een terechte bekroning van Bernlef of Lieske niet meteen voor de hand.

Dat zou betreurenswaardig zijn, omdat de blunderende jury zich op de valreep een blamage kan besparen. Voorlopig ziet het er evenwel naar uit dat Arthur Japin de prijs krijgt. Ten Berge zou 'stilistisch meesterschap' vertonen; die term schept normaliter verplichtingen. Nu betekent het niets.

De vele mopperaars kunnen dinsdagavond rond half elf maar beter op de gang gaan staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden