Gladde benen, veel lucht en horizon

De Volkskrant portretteert deze zomer een aantal mensen in hun tijdelijke behuizing. Vandaag de Sloveense vertaalster Anita Srebnik...

Gijs Zandbergen

De laatste keer dat Anita Srebnik vanuit Slovenië naar Nederland kwam, was de avond gevallen toen het vliegtuig op Schiphol landde. Het was al donker. Ze kocht een treinkaartje en reisde naar Amsterdam CS, waar ze de tram nam naar haar logeeradres. De strippenkaart had ze nog over van de vorige keer dat ze Nederland bezocht.

Nederland heeft nog maar weinig praktische geheimen voor de 34-jarige Sloveense, die op uitnodiging van het Fonds voor Vertalingen een maand in Nederland verblijft om te werken aan een vertaling van de dierenverhalen van Toon Tellegen. Anita Srebnik snapt de werking van de strippenkaart, net als die van de AH-bonuskaart, ze maakte gebruik van de NS-zomertoerkaart en merkte in Leeuwarden, waar ze naar de aankomst van een etappe in de Ronde van Nederland keek, dat een peloton wielrenners naar massageolie ruikt en dat mannenbenen glad, bruin en gespierd kunnen zijn.

Srebnik: 'Veel van mijn Nederlandse vrienden houden van fietsen. Zij kijken natuurlijk naar de Tour de France, maar in het voorjaar ook naar andere wedstrijden. Of ze fietsen zelf op zondagochtend. Van fietsen wist ik tien jaar geleden niets. Nu wel. In Slovenië doen ze er niet aan. Daar is skiën de nationale sport. Vroeger was dat ook wel basketbal, hoewel dat nu een beetje is vervangen door voetbal.'

Slechts een licht accent verraadt dat Anita Srebnik geen geboren Nederlandse is. Tijdens haar studie Duits en Engels kwam ze in contact met een docent Nederlands, die aan de universiteit van Ljubljana een eenmanspost vervulde. Ze vond de Nederlandse taal mooi, met klanken die ze in geen enkele andere taal hoorde. Uit liefhebberij volgde ze een cursus en wat begon als vrijetijdsbesteding, werd haar vak. Ze is thans de enige docent Nederlands aan de universiteit van Ljubljana, waar 45 tot 50 studenten in drie jaar tijd bij haar Nederlands kunnen studeren. Srebnik: 'Het eerste jaar krijgen ze veel passieve kennis en in het tweede jaar mogen ze alleen nog in het Nederlands tegen mij spreken. Ik ben streng, maar de studenten vinden dat leuk. Als ze op vakantie zijn geweest in Nederland komen ze trots vertellen dat ze zich verstaanbaar konden maken.'

Hebben Slovenen dan geld om op vakantie te gaan? Srebnik: 'Dat is een van de grote misverstanden. Veel mensen denken dat Slovenië in voormalig Tsjecho-Slowakije ligt, of dat het een Roemenië-achtig land vol armoede is. Dan moet ik telkens uitleggen dat Slovenië lief, klein en onbekend is, maar zeker niet arm. Politiek is het een beetje saai, maar dat is de politiek in welvarende landen meestal.

'Tot 1991 was Slovenië een deel van Joegoslavië, maar de afscheiding is zonder bloedvergieten verlopen. Dat weten de mensen niet meer. De eerste keer dat ik hier was dachten veel mensen dat ik was gevlucht. Maar ik was geen asielzoeker. Dat moet ik nog vaak uitleggen.'

Naast het vertalen van Tellegen, werkt ze aan het eerste Nederlands-Sloveens woordenboek. Daarvoor hoopt ze volgend jaar weer terug naar Nederland te komen. Tegen die tijd verwacht ze klaar te zijn met Tellegen, die ze haar lievelingsschrijver noemt en die volgens haar ook als mens heel aardig is. De Stichting voor Vertalingen haalt buitenlanders naar Nederland, zodat er makkelijker overleg kan plaatsvinden tussen de auteur en de vertaler. Srebnik heeft zich daarover geen zorgen hoeven te maken. Tellegen belde haar zelf geregeld op om te vragen hoe het gaat. Dat gebeurde overigens zonder de illusie te hebben dat zijn werk in Slovenië een geweldige bestseller gaat worden.

Het is evenmin een probleem voor Srebnik: 'Ik ben er dankbaar voor dat ik het mag doen en dat ik hier een maand ongestoord kan werken. Ik heb weinig discipline, maar wel veel schuldgevoel.'

Als zij terug in Ljubljana is, laat zij de vertaling een paar weken liggen om het daarna nog eens op het Sloveens door te lopen. Intussen wachten ook de studenten op haar lessen, werkt ze aan het woordenboek of maakt ze ondertitelingen voor Nederlandse films op de Sloveense televisie. Veel verdient zij overigens niet met die vertalingen, want in veel Nederlandse films wordt weinig gesproken. Een Nederlandse film is dan ook vaak zwaar op de hand.

Geldt dat voor Nederlanders in het algemeen? Srebnik: 'Dat geloof ik niet, anders zou ik me hier niet thuis voelen. Het voornaamste dat ik mis als ik in Nederland ben zijn de bergen en de natuur. Hier is alles vlak en lijkt op een park, ook buiten de stad. Daar staat tegenover dat er veel horizon en lucht is. Dat vind ik zo mooi. Nu begrijp ik ook de landschapschilders uit de zeventiende eeuw. Ze zeggen wel eens dat wie ver kijkt ver kan denken. Ik kan me voorstellen dat ik op termijn hier definitief zou kunnen komen wonen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden