Gitarist Erwin Java: 'Collega's vroegen: wat is dat toch met die blues van jou?'

Land van afkomst: Erwin Java

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt de Volkskrant in een reeks interviews. Gitarist Erwin Java ( 61 ): 'Collega's vroegen: 'Wat is dat toch met die blues van jou?''

Foto Casper Kofi

Het gebeurde twintig jaar geleden op Curaçao. 'We waren bij een manege, ik had nog nooit op een paard gezeten. Met een van de mannen daar had ik animositeit, ik geloof dat het om een vrouw ging. Ik ging op een paard zitten en die man, mijn concurrent, gaf een pets - wat je doet als je wilt dat een paard gaat steigeren. Maar ik reed zo weg, het paard at uit mijn hand, alsof ik een geboren ruiter was. Ik dacht: wat is dat toch?'

In 2015 werd bluesgitarist Erwin Java benaderd door het Indische maandblad Moesson: mocht het onderzoek doen naar zijn familiegeschiedenis? 'De stamvader van mijn vaders kant bleek een Afrikaanse slaaf te zijn die van Ghana naar Batavia was gebracht. Een Belanda Hitam, een zwarte Nederlander. Hij kon zich vrijkopen door te tekenen bij het Nederlands-Indische leger. In 1839 kreeg hij de achternaam Java.

'Mensen denken vaak dat Java mijn artiestennaam is. Batavia ligt niet in de buurt van Ghana. In die tijd werden Javanen trouwens ook naar Suriname gebracht, dat ligt evenmin naast de deur. Al die gebieden hoorden bij Nederland.'

Waar kwam het paardrijden vandaan?

'Slavenhandel was geen voorrecht van de blanken, hè? In Ghana werden volkeren doorverkocht uit wat nu Burkina Faso heet, daar hoorden de Belanda Hitams waarschijnlijk bij. Een ruitervolk uit Burkina Faso.

'Bij het Knil was mijn vader steeds bezig geweest met paarden. Al die dingen vielen voor mij op zijn plek. We hebben kroezig haar, alle mannen in de familie zijn boven de 1 meter 80, dat zie je niet vaak bij Indische mensen.

'Voor andere indo's hoorde ik er nooit helemaal bij. Ze vroegen: ben je half Moluks of zo? Ik was te donker, ze vonden dat er iets niet klopte.'

Erwin Java

Erwin Java (Nederland, 1956) bracht eind 2017 een solo-cd uit, Keepin' it Real. Zijn band heet King of the World. Hij tourt tot medio 2019 in de Nederlandse theaters met Johan Derksen Keeps The Blues Alive.

Ineens stond je niet meer in een traditie van Indische muzikanten, je was een zwarte bluesgitarist geworden?

'Ik begon te spelen in de jaren zeventig, iedereen om me heen luisterde naar Pink Floyd en Genesis. Daar had ik weinig mee. Mijn oudere broers en ik hielden van bluesplaten en Little Richard en Louis Armstrong. In bandjes heb ik alle soorten muziek gespeeld, tot hardrock aan toe. Maar ik had altijd een bluessound. Collega's vroegen: wat is dat toch met die blues van jou?'

Hoe groeide je op?

'In Assen was een grote Molukse wijk, daar zaten ze allemaal bij elkaar. Wij woonden verspreid tussen de Nederlanders, één Indisch gezin per straat. Dat was het verschil. We gingen wel om met Zuid-Molukkers, maar ik had het idee dat zij vonden: jullie hebben ons laten vallen, jullie zitten daar tussen die Nederlanders. Ik had een Zuid-Molukse vriend. Als ik hem in de stad tegenkwam met zijn Molukse vrienden deed hij alsof hij me niet zag. Of ze scholden ons uit voor indo kesasar, ik moest aan mijn vader vragen wat dat betekende. Het is zoiets als: verdwaalde indo. Pas na de treinkapingen voelde ik meer toenadering. De Zuid-Molukkers zagen dat wij ook met de nek werden aangekeken. Dat verbroederde.

'In Assen gingen we op in de maatschappij. Van mijn neefjes uit Rijswijk, bij Den Haag, hoorde ik over vechtpartijen. Die gingen vaak om meisjes. De Nederlanders wilden niet dat hun meisjes met een indo gingen. In Assen gebeurde dat niet. Wij werden opgevoed om zo Nederlands mogelijk te zijn. Niet in de zon lopen, anders werd je te donker. Over een mooi Indisch meisje werd gezegd: ze is zo mooi blank.'

Hoe werd je muzikant?

'Ik studeerde Nederlands in Groningen, ik zou de eerste doctorandus in de familie worden. In Groningen gebeurde veel. Herman Brood kwam op, cafés mochten de hele nacht open blijven als er livemuziek werd gespeeld. In 1979 trad ik 250 keer op. Voor mijn studie moest ik nog twee lange literatuurlijsten lezen, daar had ik geen tijd voor. Mijn ouders waren teleurgesteld dat ik stopte.

'Een paar jaar later werd ik gevraagd bij Herman Brood in de band te spelen. Van die korte gitaarsolo-tjes. We zouden op tournee door Amerika gaan, dat leek me te gek. Alleen was Herman eerder in Amerika geweest en kreeg hij geen werkvergunning meer vanwege het dopeverhaal. Ik dacht: oké, dat is een teleurstelling, dan gaan we hier in Nederland aan het werk. Herman was zo teleurgesteld over die tegenslag dat hij weer naar de middelen greep.

'Na een jaar ben ik afgehaakt. Weer een paar jaar later ben ik naar Cuby & The Blizzards gegaan, daar heb ik gespeeld tot de dood van de zanger, Harry Muskee.'

Nederlands
'Altijd. Behalve als ze zeggen: ga terug naar je eigen land.'

Indisch
'Voornamelijk culinair.'

Eten
'De nasi kuning die mijn moeder op mijn verjaardag maakte.'

Partner
'Ze is Fries. Mijn twee oudere broers hadden ook Friese vrouwen.'

Nederlandse joods-christelijke traditie
'Dat moet anders geformuleerd worden, met de ontkerkelijking is het een achterhaalde term.'

Speelde het een rol dat jij er altijd anders uitzag dan de rest van de band?

'Misschien dat het publiek het zag, zelf heb ik er nooit bij stilgestaan. Ik ben opgegroeid met Nederlanders. Binnen de bands werd er niet over gesproken, bij muziek vervagen die grenzen.

'Mijn ouders spraken Nederlands met elkaar. Ze zeiden wel eens goreng of kroepoek, meer niet. De moeder van mijn moeder was in Nieuw-Guinea blijven wonen, tot 1962 hoorde dat nog bij Nederland. In 1963 haalden we haar op van Schiphol. Een oud vrouwtje met één tand, in een sarong. Mijn moeder begon Maleis met haar te spreken. Dat had ik haar nog nooit horen doen. In mijn eigen familie ging een nieuwe wereld open waarvan ik daarvoor niet wist dat die bestond.

'Mijn moeder is in 2008 overleden, in de periode ervoor lag ze in het ziekenhuis. Daar sprak ze steeds Maleis. Kennelijk had haar gevoelsleven zich afgespeeld in die taal, terwijl ze nooit iets anders sprak dan Nederlands. Dat vond ik een heftige gedachte.'

Meer over