Ging het inkomen van rijksten omhoog en de rest van Nederland omlaag?

De Volkskrant checkt in aanloop naar de verkiezingen op 15 maart politieke uitspraken op waarheidsgehalte. Vandaag: zijn de 20 procent rijksten van Nederland er de afgelopen 15 jaar qua inkomen op vooruit gegaan, terwijl de andere 80 procent er op achteruit ging?

Emile Roemer tijdens het partijcongres van de SPBeeld ANP

Ongelijkheid, daar houdt de SP niet van. En het is er volgens Emile Roemer niet beter op geworden de laatste jaren. 'De afgelopen 15 jaar is 80 procent van Nederland er qua inkomen op áchteruit gegaan, terwijl de 20 procent rijksten er alleen maar rijker op zijn geworden', zei Roemer op het partijcongres van de SP. Maar klopt dat wel?

Op verzoek stuurt een SP-voorlichter het onderzoek toe waarop Roemer zijn uitspraak baseert. Adviesbureau McKinsey onderzocht in 2016 teruglopende inkomens in Frankrijk, Groot-Brittannië, de VS, Zweden, Italië en Nederland in het onderzoek 'Poorer than their parents?'. De onderzoekers gebruikten daarvoor gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een grafiek van McKinsey, 'groei besteedbaar inkomen', is te zien dat het besteedbaar inkomen van de 20 procent best verdienende Nederlanders licht omhoog is gegaan. De overige 80 procent laat een kleine daling zien. De grafiek wordt in de begeleidende tekst niet toegelicht. Roemers bewering dat de rijken rijker zijn geworden en de rest van Nederland er op achteruit is gegaan, is gebaseerd op deze grafiek, zegt de SP. Dat voor deze grafiek cijfers van het CBS zijn gebruikt is opvallend, want volgens het CBS is de inkomensongelijkheid in Nederland de laatste vijftien jaar vrijwel stabiel gebleven.

We vragen McKinsey hoe ze tot deze grafiek zijn gekomen. De onderzoeker van het adviesbureau legt uit dat ze bruto inkomen uit arbeid, inkomen uit vermogen, subsidies en belastingvoordelen hebben meegerekend. Het adviesbureau zegt daarnaast 'zelf nieuwe berekeningen te hebben gemaakt op basis van verschillende cijfers van het CBS. Daarin zijn aanpassingen gedaan omdat de definities van het CBS in de loop der jaren zijn veranderd.' Ook heeft McKinsey aanpassingen gedaan om de Nederlandse gegevens te kunnen vergelijken met de andere landen die worden behandeld in het onderzoek.

We leggen de aanpassingen voor aan Wim Bos van het CBS. Volgens Bos zijn 'houtje-touwtje-methoden' gebruikt om inkomensgroepen uit verschillende perioden met elkaar te kunnen vergelijken. Daarnaast berekent het CBS de verschillen per inkomensgroep wel, maar trekt daar geen conclusies over inkomensongelijkheid uit. Wim Bos: 'Het verschil tussen de inkomensgroepen zegt wel iets over de inkomensontwikkeling, maar niet genoeg om over de ontwikkeling van inkomensongelijkheid te spreken. Daarvoor gebruiken wij alleen microdata zoals individuele inkomenscijfers.' Bos vervolgt: 'Pas als je dezelfde berekening maakt op basis van microdata kun je zien of de simpele, ruwe methode van McKinsey in de buurt komt van zo'n microbenadering.'

De grafiek uit het rapport van McKinsey. Klik op de afbeelding om hem groter te maken.Beeld McKinsey

Hoogleraar Didier Fouarge van de Universiteit Maastricht, die promoveerde op het onderwerp inkomensongelijkheid, bevestigt die redenering van Bos. 'De data die McKinsey gebruikt moet worden gecorrigeerd, bij de microdata, zoals die het CBS gebruikt, hoeft dat niet.'

De Leidse hoogleraar Koen Caminada (sociale en fiscale wetgeving) deed in 2015 in opdracht van het IMF met twee collega's onderzoek naar inkomensongelijkheid in Nederland. Ze gebruikten net als McKinsey cijfers van het CBS. De Leidse onderzoekers concludeerden geen spoor van groeiende ongelijkheid. Volgens het onderzoek is het aandeel topinkomens de laatste decennia vrijwel onveranderd. Het beeld dat rijken rijker worden ten aanzien van de inkomensverdeling, klopt volgens Caminada en zijn collega's niet.

Los van zijn eigen bevindingen vindt Caminada dat op basis van de grafiek van McKinsey geen conclusies te trekken zijn: 'Als de cijfers al kloppen, is de toename en afname in deze grafiek zo klein dat je er geen uitspraken over kunt doen. Onderzoek moet worden getoetst op statistische significantie. Daarmee wordt gekeken naar de kans dat er sprake is van toeval.' McKinsey bevestigt dat daar in dit onderzoek niet op is getoetst.

Conclusie

Over inkomensongelijkheid bestaat veel discussie in Nederland. Het is altijd de vraag wat er precies wordt onderzocht en wat voor conclusies je daaruit kunt trekken. Zo onderzoekt het CBS alleen netto inkomens, waarbij de ongelijkheid al is afgevlakt door herverdeling via belastingen, sociale premies en uitkeringen. Ook zijn de gegevens gecorrigeerd voor de huishoudenssamenstelling. Als je bruto inkomens zou onderzoeken zou je tot een andere conclusie komen. Ook wordt het bezit van vermogen niet meegerekend, een heikel punt voor sommige economen. Die discussie laten we hier verder buiten beschouwing omdat McKinsey, net als het CBS, vermogen in dit onderzoek niet heeft meegenomen.

Een absolute uitspraak over hoe het met de ongelijkheid is gesteld is moeilijk. Roemer heeft het in zijn speech enkel over inkomen en volgens zowel het CBS als Koen Caminada is de inkomensongelijkheid stabiel. Dat zou niet kunnen kloppen, maar de grafiek van McKinsey levert daarvoor geen overtuigend bewijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden