Gilbert Taylor 1914-2013

Zijn beelden waren zo briljant dat cameraman Gilbert Taylor het voor het kiezen had: een James Bond sloeg hij af voor een Polanski.

AMSTERDAM - Hij wist beter hoe Star Wars eruit hoorde te zien dan George Lucas zelf. Cameraman Gilbert Taylor, die afgelopen vrijdag op 99-jarige leeftijd overleed, wilde Star Wars IV: A New Hope (1977) per se een strakke, scherpe look geven. 'In de ruimte bestaat geen soft focus', motiveerde hij zijn keuze. Regisseur Lucas had daar andere ideeën over, maar studio Fox koos Taylors kant. 'Vanaf dag één meed George elk contact met mij', vertelde Taylor later. 'Dus las ik het buitengewoon lange script meerdere malen en bedacht zelf hoe ik de film zou schieten.'


Een typische uitspraak voor Taylor, die achter de camera vaak in grote vrijheid mocht opereren, nooit een gebrek aan inspiratie had en voor elk probleem een praktische oplossing wist. De scène uit A Hard Day's Night (Richard Lester, 1964) waarin de Beatles over een veldje dollen, filmde hij op dubbele snelheid om de halflege accu van zijn camera te sparen. Op aanraden van zijn vrouw trok hij een kous over de cameralens zodat Richard Donners horrorfilm The Omen (1976) er dromerig ging uitzien; een handigheidje dat hem de prijs van de British Society of Cinematographers opleverde.


Als het aan zijn vader had gelegen, was de in 1914 geboren Taylor al op jonge leeftijd het familiebouwbedrijf ingegaan. Op aandringen van zijn moeder kon Taylor toch als assistent-cameraman aan de slag - tot WO II uitbrak en hij zich bij de Royal Air Force voegde. Vanuit het vliegtuig filmde hij de bombardementen op Keulen en Dresden. Na de oorlog kreeg hij zijn eerste klus als director of photography; op The Guinea Pig (John en Ron Boulting, 1948) zouden tot Taylors pensioen in 1994 nog 64 films volgen.


Taylor, die vooral om zijn briljante zwart-witfotografie werd gewaardeerderd, kon altijd kiezen uit twee à drie producties. 'Ik sloeg een James Bond af voor een Polanski', zei hij graag om zijn luxepositie te benadrukken. Roman Polanski, met wie hij drie keer samenwerkte, liet hem het camerawerk voor Repulsion (1965) doen nadat hij Taylors briljante werk in Dr. Strangelove (Stanley Kubrick, 1964) had gezien. In zijn autobiografie uit 1984 beschrijft Polanski hun samenwerking; het enige waar ze het niet over eens konden worden, was het gebruik van een groot- hoeklens voor de close-ups van Catherine Deneuve - een middel dat Polanski wilde gebruiken om de mentale ontreddering van Deneuves personage weer te geven. 'Verschrikkelijk om dit een mooie vrouw aan te doen', zou Taylor voortdurend hebben gemompeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden