Gij zult verdwijnen

Eerst het goede nieuws: tittel en jota zijn terug! De Nieuwe Bijbelvertaling, die op 27 oktober aanstaande gepresenteerd zal worden en waarvan recentelijk de derde en laatste proeve verscheen, maakt moedig korte metten met misplaatste modernismen van de Willibrordvertaling (WV) en de Groot Nieuws Bijbel (GNB)....

De rehabilitatie van deze Griekse tekens, die dankzij de Statenvertaling uit 1637 tot staande uitdrukking werden, had symbolisch kunnen zijn voor de toon die de werkers aan de Nieuwe Bijbelvertaling willen geven. Maar Werk in uitvoering 3 bevat ook vertaaltechnische nieuwigheden die bijbelliefhebbers gelovige zowel als ongelovige de wenkbrauwen zullen doen fronsen.

Zo zal het radicaal schrappen van 'gij' als aanspreekvorm zeker op protest stuiten. Als argument voor deze liquidatie voeren de vertalers aan dat het formeel en verheven klinkende 'gij' weliswaar diep respect en eerbied uitdrukt, maar meer en meer terrein verliest, behalve in het zuiden van ons taalgebied, waar het, anders dan in de bijbel, juist tot het 'informele taalregister' behoort.

Opmerkelijk is hier de breuk met een traditie uit het begin van de 17de eeuw. Door het consequente gebruik van 'gij' ('ghy') wisten de statenvertalers van weleer het volkse 'du' en het ervan afgeleide'dyn' uit het dagelijks spraakgebruik te verdringen. Dat zegt niet alleen iets over de invloed die de statenbijbel in de loop der eeuwen op de Nederlandse taal heeft gehad. Het illustreert ook de kennelijk nogal bescheiden visie van de hedendaagse vertalers op het eigen taalsturende vermogen.

Waar het rchtslos verwijderen van 'gij' uit de bijbel toe leidt, wordt pas goed duidelijk bij het lezen van de voorlopige proefvertaling van een fragment uit Jacobus. In dit nieuwtestamentische bijbelboek in briefvorm citeert de auteur de Tien Geboden met de overbekende formules 'Gij zult niet echtbreken' en 'Gij zult niet doodslaan'. Samen met 'gij' wordt in het NBV-alternatief ook deze karakteristieke, zogeheten 'bijbelse imperatief' van tafel geveegd en maakt het dreigende en dwingende 'Gij zult niet . . .' plaats voor een amicaal adviserend 'pleeg geen overspel' en 'pleeg geen moord'.

Is dit gerechtvaardigde kritiek of reactionair gezeur van iemand die nog bij de Tale Kana is grootgebracht? Een eerlijk antwoord op die vraag is alleen mogelijk wanneer het doel en de uitgangspunten die de nieuwe vertalers voor aanvang van hun monnikenwerk voor ogen hadden in de beoordeling worden betrokken.

Alleen dan is ook de vraag te beantwoorden wat het eigene is van de nieuwe vertaling, in vergelijking met haar voorgangers als de katholieke Willibrordvertaling uit 1995, de oecumenisch bedoelde maar beperkt geaccepteerde Groot Nieuws Bijbel uit 1996 en de nog altijd als protestantse standaard geldende NBG-vertaling uit 1951.

Die uitgangspunten werden vooraf geformuleerd in de Vertaalprincipes, het document op grond waarvan maar liefst 23 kerkgenootschappen in 1993 besloten tot de realisering van een nieuwe, interconfessionele bijbelvertaling. Deze principes zijn handzaam samengevat in de termen 'brontekstgetrouw' en 'doeltaalgericht'.

De nieuwe vertaling beoogt heel nadrukkelijk beide te zijn, wat in theorie tot een merkwaardige spagaat kan leiden. Hoe kan men zo dicht mogelijk bij de eeuwenoude Hebreeuwse, Griekse en Aramese teksten blijven, wat bijvoorbeeld de statenvertalers uit de 17de eeuw voor ogen hadden, en tegelijk de boodschap zo helder en aansprekend mogelijk overbrengen op hedendaagse Nederlandse lezers en toehoorders, zoals bijvoorbeeld de samenstellers van de Groot Nieuws Bijbel zich ten doel stelden?

In de praktijk blijkt dat mee te vallen, dankzij de uitwerking van de vertaalprincipes in concrete uitgangspunten. Werk in uitvoering 3 geeft daarvan enkele verhelderende voorbeelden. Zoals het zoveel mogelijk recht doen aan de verscheidenheid aan genres en taalniveaus die de bijbel als een verzameling zeer uiteenlopende boeken kenmerken. De NBG-vertaling uit 1951, schrijven de nieuwe vertalers in hun verantwoording, hadden te weinig oog voor bijvoorbeeld de verschillen in stijl. Of er bloemrijk dan wel droog geformuleerd wordt, of er sprake is van formele dan wel van omgangstaal, dient uiteindelijk zichtbaar te zijn in de vertaling. Hetzelfde geldt uiteraard voor het genre. Wetsteksten, geslachtsregisters, historische verslagen en poe dienen ook als zodanig herkenbaar te zijn in de vertaling.

Zo'n vertaalprincipe is ook de regel dat religieuze termen alleen worden gebruikt als ze naast een bijbelse betekenis tevens een functie hebben in het alledaagse, seculiere spraakgebruik. Vanwege hun uitgesproken bijbeltaligheid sneuvelen in de nieuwe vertaling daardoor termen als 'heerlijkheid' en 'glorie', waarbij, afhankelijk van de nadere invulling, 'luister', 'grootheid', of 'majesteit' de alternatieven zijn.

Cruciaal als uitgangspunt is de nadrukkelijke aandacht voor de context. Het gaat niet alleen om een zo exact mogelijke vertaling van dat ene woord, maar om de functie van dat woord binnen de zin, de functie van die zin in de tekst en de functie van de tekst als geheel. Dat is meer dan de simpele betekenis van een tekst. In de vertaling moet zichtbaar worden of het verhaal onderhoudend bedoeld is, louter informatie overdraagt, de lezer wil overtuigen, of pure poe wil zijn.

Of de vertalers zichzelf, taaltechnisch gesproken, als trendvolgers dan wel trendsetters zien, wordt nergens met zoveel woorden gezegd. De tijd en de energie die in dit project zijn gestoken, de opzet en de omvang, doen echter vermoeden dat de verwachtingen hoog gespannen zijn. Ambitie spreekt ook uit het streven een vertaling te bieden die in de eerste helft van deze eeuw de standaard zal zijn voor het gehele Nederlandse taalgebied en die niet alleen wordt gebruikt door de 23 bij het project betrokken kerkgenootschappen, maar ook geciteerd in pers en letterkunde, die stof biedt voor studie en meditatie en een inspiratiebron vormt voor muziek en beeldende kunst.

Bij die pretentie steekt de betoonde volgzaamheid ten opzichte van de waan van het hedenlands toch wat magertjes af. Het criterium lijkt nu te veel dat wat in de omgangstaal niet (meer) in gebruik is, per definitie ongeschikt is voor de nieuwe vertaling. Het schrappen van het persoonlijk voornaamwoord 'gij' en het vervangen van volkomen ingeburgerde zegswijzen van Hebreeuwse origine 'dag der dagen' en 'ijdelheid der ijdelheden' zijn daarvan slechts voorbeelden.

Wellicht kan de tekst uit Lucas 21 vers 19 voor de vertalers als laatste aansporing dienen om toch wat meer hun eigen weg te gaan. Het bekende maar passieve 'Bezit uw ziel in lijdzaamheid' werd immers vast niet zonder reden vervangen door het aanmerkelijk strijdlustiger 'Red je leven door standvastigheid!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden