Gij zult niet bloemlezen

campert

Zomaar ergens beginnen en zien wat je tegenkomt, dat is mijn methode. Alles kan dienen. Grassprietjes tussen stoepstenen, de duif op de dakgoot, de herinnerde stem van een overleden vriend, de snerpend koude wind op het Museumplein of de brief die ik zojuist geopend heb.

Hierin wordt me gevraagd om een gedicht van een ander te leveren voor een bij uitgeverij Prometheus te verschijnen bloemlezing die Gedichten die mannen aan het huilen maken gaat heten. Ik schiet tekort, want ik heb nooit om een gedicht gehuild.

Wel zijn er veel gedichten die ik bewonder, maar ik pleng er geen tranen bij. De titel van de bloemlezing suggereert dat men er een harde dobber aan heeft om een man aan het huilen te krijgen. Dat lijkt me een achterhaalde gedachte. Maar poëzie die ik bewonder, maakt me eerder opgewekt, hoe droevig ze ook mag zijn.

'Gij zult niet bloemlezen', luidt een befaamd dictum van de dichter Louis Th. Lehmann. De Parelduiker (Uitg. Bas Lubberhuizen, 2014) wijdde een prachtig nummer aan deze uitzonderlijke alleskunner in onze literatuur. In een gedicht over Louis schrijf ik 'Ik zie je als het ware/ in je US-regenpak een damesfiets opstappen/ - het plenst in de Amstel/ waarlangs je rijdt als over een landweg - / of een paar passen maken van een dans waarover ik zèlfs nooit in een boekje las.'

Pianist Guus Janssen praat over Louis als componist. Hij vergelijkt hem in dit opzicht met de naïeve schilder Henri Rousseau. 'En hij danste. Het grappige is dat dat niet vanzelfsprekend is; er zijn niet heel veel musici die dansen, tenzij je het hebt over muziek die helemaal vanuit die dans gedacht is (...) Louis heeft danscursussen gevolgd, onder andere modern ballet bij Pauline de Groot. Daar is hij in de jaren zestig mee begonnen en dat is hij blijven doen tot zijn 88ste.'

'Gij zult niet bloemlezen.' Uitgeverij De Harmonie heeft zich er niet aan gehouden. Peter van Straaten en Henny Vrienten maakten het boekje Aan de laatste roker. Hieruit een gedicht van de vergeten dichter Muus Jacobse:

Voorzichtig, met laatste knip,
Vuur uit het doosje strijken
En dan, tussen neus en lip,
Naar het vlammetje kijken.
Want voor deze kleine brand
Gedoofd wordt, mag hij even
Helder en transparant
Zijn fakkel overgeven
Aan de geurende tabak
Reukoffer van onze zinnen,
Waarmee wij op ons gemak
Weer een pijplengte winnen.
Wij kennen de laatste angst,
Maar ook deze dingetjes,
En wij zuigen om het langst
En blazen kringetjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden