Gif weg, de vissen ook

De Rijn en de Maas worden steeds schoner. Dat wil echter niet zeggen dat de rivieren nu terugkeren naar hun oorspronkelijke ecologische staat, waarschuwt een bioloog....

Het is een illusie te denken dat de Rijn en de Maas weer in oude glorie kunnen terugkeren. Alleen de uiterwaarden en dan met name de nevengeulen die met de rivier zijn verbonden, bieden wat mogelijkheden voor herstel van ecosystemen, zegt bioloog drs. Bram bij de Vaate.

Dat is een nogal ondermijnende boodschap voor al diegenen die veronderstellen dat het na de betere kwaliteit van Rijn- en Maaswater nog slechts een kwestie van afwachten is totdat de interessante vissen, insecten en planten weer opduiken in de stroomgebieden van de grote rivieren.

Maar Bij de Vaate weet waarover hij het heeft. Al 17 jaar onderzoekt hij voor het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (Riza) in Lelystad het biologisch leven in Rijn, Waal en Maas. Op 14 mei promoveert hij aan de universiteit Wageningen op dit gebundelde onderzoek: Degradatie en herstel van de zoetwater fauna in de benedenloop van de Rijn en de Maas.

Toen in 1986 de chemiegigant Sandoz bij Bazel in de fik ging en de giftige middelen rechtstreeks de Rijn instroomden, pikten de burgers deze nonchalante gang van zaken niet meer. Alle biologisch leven was morsdood door de weglekkende bestrijdingsmiddelen die de Rijn rood kleurden.

De publieke razernij over deze ramp kwam de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Kroes goed uit. Al jaren was het vechten tegen de bierkaai als weer eens zogenaamd per ongeluk giftige stoffen in de Rijn belandden.

Nederland, aan het eind van de Rijn, kreeg altijd al veel bovenstrooms vuil uit lozingen van huishoudens, bedrijven en boeren te verwerken. Omdat een groot deel van de Nederlandse bevolking bewerkt Rijnwater drinkt, was Sandoz de bekende druppel.

Alle Rijnoeverstaten kwamen op uitnodiging van minister Kroes naar Rotterdam en in no time lag het Rijn Aktie Programma op tafel. Weg met de vervuiling en als symbool van ecologische herstel zou in het jaar 2000 de Atlantische zalm, die uit de Rijn was verdwenen, weer in de rivier zwemmen.

Het is anders gelopen. De vervuiling is voor een goed deel beteugeld, maar in de Rijn zwemt nog geen levensvatbare populatie zalmen naar de paaigebieden in de zijstromen van de Rijn, zoals de Sieg.

In de jaren negentig bestudeerde Bij de Vaate de mogelijkheden van de trek van de zeeforel in de Rijn. Deze vis heeft soortgelijk trekgedrag als de zalm. Omdat de zalm was verdwenen, kon de zeeforel goed als proefdier fungeren.

Van de 562 gemerkte vissen bereikten er vijf uiteindelijk de Sieg. Niet om over naar huis te schrijven, vindt Bij de Vaate. En als de migrerende vis uit het zoute water, die paait in zoet water, zijn scheppingsdaad heeft voltooid, is het maar de vraag of de jonge vissen voorbij de waterkrachtcentrales - die bij duizenden in de zijrivieren van de Rijn zijn geplaatst - kunnen zwemmen.

'Als ze al niet in het schoepenrad zijn vermorzeld, is de kans groot dat ze zo zijn gedesoriënteerd dat ze gewillige prooien zijn voor de baarzen, snoekbaarzen, reigers en aalscholvers die de gestresste zalm opwachten net voorbij de centrales', aldus Bij de Vaate.

'Alleen de diehards redden het.' Positief is dat er inmiddels toch wel duizenden zeeforellen en zalmen in de Rijn zwemmen, de taaie volhouders die hun weg naar boven hebben weten te vinden. Hun jongen bereiken alleen nauwelijks de zee.

Een andere aanslag die ecologisch herstel onmogelijk maakt, is de aanwezigheid van uitheemse soorten zoals de Kaspische slijkgarnaal en diverse vlokreeften uit die regio. Zij horen van nature niet in de Rijn thuis, maar zijn daar terechtgekomen nadat in 1992 de Rijn een verbinding had gekregen met de Donau via het Main-Donaukanaal.

Invasies van de nieuwkomers waren moeilijk te stoppen. Ze vonden een gespreid bedje en daar waar vroeger nog wel eens ijs in de Rijn stond en de temperatuur dan zodanig kelderde dat nieuwkomers bij bosjes stierven, vinden de binnendringende slijkgarnalen, vlokreeften, muggenlarven, korfmosselen en graskarpers tegenwoordig een lekker temperatuurtje waarin ze heel goed overleven.

Bij de Vaate: 'Per tien jaar wordt het water een halve graad warmer door allerlei lozingen van warm water. Voor de exoten zijn er bovendien refugia vlakbij electriciteitscentrales die warm water lozen, van waaruit ze zich kunnen verspreiden.'

De exoten verdringen de oorspronkelijke dieren. Zo bouwt de Kaspische slijkgarnaal huisjes van slib op de stenen van de kribben. Hij bereikt zulke dichtheden, dat de autochtone soorten op steen, zoals sommige steenvliegen en eendagsvliegen, geen plek meer vinden om zich te hechten. De Kaspische vlokreeft, een andere kreeftachtige, heeft om te overleven zijn gedrag aangepast. Was het in de Donau een alleseter, in de Rijn vreet het dier vooral andere dieren op.

Daar heeft de Rijn behoorlijk wat last van. 'Want zo kunnen de voedselketens verschuiven. Hoe ernstig dit is, is nog niet duidelijk', zegt de Riza-onderzoeker.

Maar door al die nieuwe levensgemeenschapen wordt het voor de mens ook moeilijk te beoordelen hoe het nu staat met de autochtone fauna. En dat is vooral lastig als de referentie van het ecologisch herstel de ecologische situatie van de rivier is, vóórdat de mens zijn invloed op de Rijn en Maas liet gelden. Dus ook voordat de exoten het begonnen over te nemen.

De Europese Kaderrichtlijn voor water (2002) schrijft voor dat alle Europese rivieren in 2015 ecologisch gezond moeten zijn. Maar welke index moet je dan gebruiken ter beoordeling van de ecologische kwaliteit, is een vraag die de gemoederen bezighoudt.

Bij de Vaate: 'Je moet pragmatisch zijn. De exoten spelen nu eenmaal een duidelijke rol in ecosystemen, of je dat nu wilt of niet. En soms is die rol niet eens zo slecht. Zo zijn de driehoeksmosselen die zich in hoge dichtheden in het IJsselmeer hebben gevestigd, goede winterkost voor de overwinterende duikeenden.'

De Europese benadering geeft een ideale eindsituatie aan, de gewenste eindfase, maar dat lijkt Bij de Vaate knap onwerkbaar. De natuur is niet te fixeren op een bepaald niveau, omdat ze daarvoor te dynamisch is.

Bij zo'n aanpak moet men bijvoorbeeld weten welke soort er als eerste was. Is dit de Kaspische vlokreeft, dan weet je dat andere soorten moeilijk een kans krijgen, omdat die meteen door de kreeft worden opgevreten. Het zal dan heel lang duren voordat de gewenste eindsituatie in zicht komt.

Eigenlijk is de 'integriteit' van de Rijn en de Maas, die duizenden jaren geleden honderden meters breed waren en daardoor breed konden uitwaaieren in de delta, al lang door menselijke ingrepen geamputeerd. Scheepvaart, visserij, en krachtcentrales deden er nog een schep bovenop.

Gezien de economische functies van de Rijn en de Maas is het ondenkbaar dat ten gunste van ecologisch herstel het Main-Donaukanaal wordt afgesloten, de waterkrachtcentrales worden gesloten en de visserij wordt verboden.

Als die realiteit wordt aanvaard, dan moet men ook beseffen dat rivierherstel slechts beperkt mogelijk is. Uitsluitend in de nevengeulen die in verbinding met de rivier staan en waar veel water doorheen stroomt, kunnen vissen paaien en opgroeien. Maar als de geulen droogvallen dan is het ook meteen gedaan met de vissen als barbeel en kopvoorn.

En zo uitzonderlijk is dat niet. De waterhoogten in de Rijn schommelen nogal, omdat de rivier is ingesnoerd ten gunste van de scheepvaart.

Gezien al die beperkingen vindt Bij de Vaate de term ecologisch rivierherstel te hoog gegrepen. 'Ik praat liever over natuurontwikkeling in de uiterwaarden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden