Gif van de liefde

Herman Franke is thrillerauteur en schrijver. Voor Intermezzo maakt hij dit jaar een feuilleton.

Een lelijke, vaalblonde, zeer pokdalige jongen werd afgewezen door het mooiste meisje van het dorp. Theo, want zo heette hij, zag daar, woelend in zijn bed, zichzelf wanhopig beroerend, zoveel onrecht in dat hij het meisje een week later zwavelzuur in het gezicht wilde gooien, maar door zijn zenuwen misschien of door een op het laatste moment opspelend geweten, raakte hij slechts haar rechteroorlelletje. Het meeste zwavelzuur kwam terecht op het verbaasde gezicht van de jongen naast haar die smoorverliefd op het punt had gestaan haar te kussen en zijn arm om haar slanke middel te leggen. Het bijtende gif had zich al diep in zijn gave jongenshuid gevreten voordat iemand eraan dacht zijn gezicht met water af te spoelen.

Op het politiebureau hoorde Theo dat die jongen sinds kort haar vriendje was. Hij woonde in de stad en zat bij haar op school. Zijn vader was leraar geschiedenis, die in zijn vrije tijd stillevens schilderde waarmee hij op de jaarlijkse kunstmarkt veel waardering oogstte, maar nog nooit had hij er een verkocht. Zijn moeder was advocate. Zij hield van literatuur. Op een avond van de juristenclub had ze eens een lezing gehouden over ‘De roman van het recht’ waarin ze betoogde dat de meeste pleidooien meer verzinsels bevatten dan de allerfantastischte vertellingen van Borges. ‘Hoe waar’, zei een confrère tegen haar in de pauze. De discussie over haar lezing bleef tot haar ongenoegen steken in filosofisch gezeur over de grens tussen verbeelding en werkelijkheid.

De moeder van Theo, een vrouw die zo teruggetrokken had geleefd dat de mensen zich pas maanden na haar dood afvroegen hoe het ‘eigenlijk’ met haar ging, was een geboren slavin, dus ook van de man met wie ze trouwde omdat hij haar ten huwelijk had gevraagd op een mooie zomeravond die tot op goothoogte trilde van de liefde, zo’n avond waarop mensen dwaasheden begaan, een avond waarop ze zelfs tegen een vaalblonde, pokdalige jongen ja zou hebben gezegd. God, het lot of zijzelf wilde dat ze maar één kind kregen: Theo. Zijn vader zat huilend aan haar sterfbed. Haar laatste woorden waren: ‘Zorg goed voor de jongen.’

‘Dat zal ik’, antwoordde hij.

Hij was een rijke veeboer die zelden meer dan honderd woorden per dag sprak. De gekke koeienziekte had zijn karakter nog eens extra gestaald. Op elke geruimde koe zwoer hij wraak, ook al wist hij niet wie of wat zijn wraak zou moeten treffen. Toen men hem op de hoogte bracht van wat zijn zoon had gedaan, zei hij: ‘Wie aan mijn jongen komt, komt aan mij.’ Meer zei hij niet, die dag. De volgende dag was nog maar drie uren oud toen hij zichzelf in de duisternis van zijn slaapkamer hardop beloofde zijn jongen van alle blaam te zuiveren. ‘De jongen wordt niet geruimd’, voegde hij er grimmig aan toe. Hij zag de grijpers met al die koeienkadavers haarscherp voor zich en zei: ‘Niet de jongen.’

Het mooie meisje heette Saskia. Haar vriendje durfde na vijf dagen nog niet in een spiegel te kijken omdat hij had gemerkt dat haar blik steeds afdwaalde als ze in het ziekenhuis op bezoek kwam en dat ze wit wegtrok als ze hem uit beleefdheid of uit medelijden toch even recht aankeek. Hij heette Frank. ‘Waarom kijk je me niet aan?’, vroeg hij op de zesde dag. Ze begon te huilen en keek hem aan, maar door haar tranen zag ze hem gelukkig maar heel vaag. Toen haar tranen gedroogd waren, staarde ze naar hoe ze haar handen wrong in haar schoot.

‘Mijn vader en moeder zeggen dat ik dit niet aankan’, zei ze.

‘En wat vind je er zelf van?’, vroeg hij.

‘Ik weet het niet¿ dus’, zei ze.

‘Wat dus?’

Ze haalde haar schouders op. Hij had nog nooit een meisje gezien dat zo mooi haar schouders kon ophalen.

‘Ga dan maar weg’, zei hij. Ze stond op. Bij de deur keek ze niet om. Op de gang dacht ze: ik was niet eens echt verliefd op hem¿ dus¿ shit.

Frank pakte uit het nachtkastje het spiegeltje dat een verpleegster daar had neergelegd met het advies er niet te lang mee te wachten. ‘Anders kun je later niet zien hoe we je opgeknapt hebben’, had ze gezegd.

Daarna keek hij een dag lang naar het plafond en zei niets, ook niet tegen zijn vader, moeder, broer en zus.

‘Gelukkig zijn je ogen en lippen amper geraakt’, probeerde zijn moeder hem te troosten. Op het internet had ze gelezen dat bij Bengaalse vrouwen soms de ogen uit hun kassen hingen nadat ze door afgewezen mannen met zwavelzuur waren aangevallen.

In zijn cel drong het langzaam tot Theo door wat er gebeurd was. De eerste dagen luisterde hij vooral naar het gelach, gepraat, geschreeuw en gevloek dat door de muren klonk. Hij gebruikte al zijn energie om een voortdurend opspelende misselijkheid te onderdrukken. De bewaarder beweerde dat het door de spanning kwam, maar hijzelf gaf de schuld aan de stank, een mengeling van pislucht, mestdamp en runderzweet. ‘Je ruikt jezelf’, zei de bewaarder. Dat hij Saskia had willen raken, geloofde niemand, ook zijn advocaat niet, een man die zo jong was dat hij zijn broer had kunnen zijn. Hij raadde Theo op bezwerende toon aan te zwijgen over zijn ware motief en keek hem daarbij heel ernstig aan.

‘De rechter zal niet goed begrijpen dat je zo’n mooi meisje wilde verminken’, zei de advocaat.

‘Ja maar ik¿’, antwoordde Theo. Hij was nog steeds erg verliefd op Saskia.

‘De waarheid is in jouw nadeel dus je kunt er beter over zwijgen. Je hoeft niet te liegen, dat doe ik wel voor je’, zei de advocaat, die met de vader van Theo had gesproken. Daar had hij de buitengewoon goed betaalde overtuiging aan overgehouden dat hij koste wat het kost moest bewerkstelligen dat zijn cliënt van verdere vervolging werd vrijgesteld. Hij zocht nu naar een gat in de getuigenverklaringen dat hij met een ontlastende versie van de gebeurtenis zou kunnen vullen.

Diezelfde nacht vond hij dat gat, kort nadat hij heel lekker met zijn vrouw had gevreeën. ‘Bedankt’, zei hij en gaf een klapje op haar billen.

‘Graag gedaan’, antwoordde ze. ‘Ik stuur de rekening wel.’

(wordt vervolgd)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden