Gif in de verdomhoek

Deze week staat onkruidgif in de stad op de politieke agenda. Laat Den Haag zich inpakken door pseudowetenschappelijke angstverhalen?

Staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA) van Milieu blijft erbij. Als het aan haar ligt, is het gebruik van alle chemische middelen op 'verhard oppervlak' - trottoir en straat - per 1 november volgend jaar verboden. Vooral het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat, beter bekend onder de merknaam Roundup, moet het ontgelden.


'De achtergrond blijft de bescherming van de menselijke gezondheid tegen vermijdbaar gebruik van chemische stoffen', schreef Mansveld eind vorige week aan de Tweede Kamer. 'Daarnaast heeft de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater prioriteit. Beide zijn van levensbelang.' Komende woensdag staat de kwestie geagendeerd op de vergadering van de Kamercommissie Milieu.


Het verbod is het gevolg van een motie van GroenLinks in 2011, waarin glyfosaat werd gekapitteld als veroorzaker van 'geboorteafwijkingen, hormoonverstorende effecten, dode reptielen en amfibieën en verstoorde bodemsystemen.' Dat ging goed rondzingen. Glyfosaat wordt sindsdien beschouwd als notoir gif.


Het is nog maar de vraag of dat terecht is. Corné Kempenaar, onderzoeker bij Wageningen UR, schiet het verbod in het verkeerde keelgat. 'Op pseudowetenschappelijke gronden en op emotie gebaseerd', noemt hij de beslissing. 'Glyfosaat is een kosteneffectieve en milieuverantwoorde onkruidbestrijding op verhardingen. Het enige nadeel is dat er afbraakproducten in het oppervlaktewater terechtkomen waardoor de norm af en toe wordt overschreden.'


Neem het vermeende gevaar voor de gezondheid. Kempenaar noemt een Duitse studie van het Bundesinstitut für Risikobewertung van december 2013. 'Dat instituut bekeek 1.050 wetenschappelijke rapporten over glyfosaat', zegt de onderzoeker. 'Daarin vinden ze geen enkele aanwijzing voor gezondheidsschade bij mensen, laat staan voor dode reptielen.' Al eerder zagen ook toxicologen van het college voor toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden geen gevaar voor volksgezondheid en milieu.


En dat niet alleen, want ook een zogeheten levenscyclusanalyse (LCA), in een tijdbestek van tien jaar liefst driemaal uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam, laat zien dat glyfosaat op het punt giftigheid voor de mens niet hoog scoort, aldus onderzoeker Niels Jonkers. Wat daarbij meespeelt, is dat glyfosaat in een paar dagen afbreekt.


De effecten op plant en dier zijn dan wel groter dan die van de niet-chemische bestrijding, stelden de onderzoekers in 2012, maar ook de wagens die met metalen borstels, heet water, stoom of branders de stoep schoonmaken, veroorzaken milieuschade. 'De niet-chemische bestrijding draagt bij aan luchtvervuiling en via CO2-uitstoot aan klimaatverandering', aldus Jonkers. Bovendien is het hardhandig weghalen van onkruid schadelijk voor de gezondheid, omdat er fijnstof bij vrijkomt en stikstofoxiden. 'Die milieuschade tikt harder aan dan die van glyfosaat.'


De inkt van de studie was nog niet droog of de borstelaars, branders en stomers stonden op de stoep. 'Ze verweten me de uitstoot van verouderde motoren te hebben gebruikt', aldus Jonkers. 'Jammer, want we gebruikten actuele gegevens uit openbare bronnen.'


De onkruidbestrijders rekenden hem ook aan dat de LCA de overschrijding van de drinkwaternorm niet had meegenomen. Bovendien, zegt Peter Leendertse, die zich met het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) al jaren inzet voor terugdringing van bestrijdingsmiddelen, wordt er veel meer glyfosaat gespoten dan uit de boekhouding van gemeenten blijkt.


'Als het twee weken te veel regent om te spuiten, dan ziet het groen op straat. Hoveniers of gemeentediensten zijn hun toegestane jaarhoeveelheid glyfosaat dan vaak al in één spuitbeurt kwijt. Reken maar dat ze later in het seizoen nog een rondje maken,' zegt Leendertse. En door meer te spuiten dan is toegestaan, is glyfosaat onderhand haast even duur als niet-chemische bestrijding, vindt hij. 'De praktijk leert dat veel gemeenten, vooral in Brabant, naar tevredenheid en tegen acceptabele kosten de verhardingen niet-chemisch beheren.'


Behalve voor gemeenten is volgend jaar de gifspuit ook taboe voor de tegelpaden en terrassen van particulieren. Want de Nederlandse consument is dan wel ongerust over dat giftige glyfosaat, maar hij mag nog wel volop glyfosaat gebruiken tegen woekerend zevenblad in zijn bloemperken.


Hoe dat verbod voor tuiniers wordt gehandhaafd is onduidelijk. Mansveld denkt aan een 'check bij kassa's' en 'voorlichting door tuincentra'. Opmerkelijk is dat campings, sportterreinen en golfbanen voorlopig een uitzonderingspositie krijgen. 'De lobby van de tuincentra is kennelijk machtig. Er wordt veel verdiend aan de verkoop van glyfosaat', constateert Leendertse.


En zo shopt iedereen naar hartenlust uit de metersdikke dossiers met rapporten rijp en groen. Er is een lobby van belangen van industrie en tuincentra, er is angst voor gezondheid en zorg om de kwaliteit van drinkwater. En de wetenschap is niet in staat de emotionele en gepolariseerde discussie met feiten te bezweren.


UvA-onderzoeker Niels Jonker: 'Het is te betreuren dat het niet is gelukt om alle partijen vooraf constructief om de tafel te krijgen om het eens te worden over alle praktijkgegevens. De levenscyclusanalyse is niet de enige onderbouwing van beleid. Volgens onze analyse is de slechte klimaatscore van de niet-chemische onkruidbestrijding zwaarwegender dan het gevaar van glyfosaat in het water. Maar als de politiek anders beslist - het zij zo.'


GLYFOSAAT: uit de keuken van Monsanto

De fosforverbinding glyfosaat wordt sinds vijftien jaar toegepast als onkruidbestrijder in de landbouw. Gemeenten houden er trottoirs mee schoon, bedrijven bestrijden er ongewenst loof tussen de tegels mee en de particulier houdt zijn terras en bloemperk ermee onkruidvrij. Het middel, gemaakt door chemiemultinational Monsanto, is een zogeheten 'breed-spectrummiddel', zeg maar allesdoder voor planten.


Het middel kreeg een slechte naam doordat Monsanto glyfosaat levert aan boeren in de VS en Zuid-Amerika, tegelijk met zaad van soja en maïs dat door genetische modificatie resistent ('roundup-ready') is gemaakt tegen glyfosaat. De gewassen groeien onbekommerd door terwijl het onkruid het loodje legt.


Maar hoewel genetisch bewerkt zaad in ons land uit den boze is, gebruikt ook de Nederlandse boer veel glyfosaat, vooral om in het voor- en naseizoen onkruid te bestrijden en aardappelopslag op te ruimen. De afbraakproducten van glyfosaat blijven in de bodem en stromen niet naar het water.


Op verhard oppervlak ligt dat anders. Het gebruik door gemeenten en bedrijven ligt daarom al jaren onder vuur omdat het spul na een regenbui van de stoep spoelt en via het riool in de rivieren belandt. Vooral in de Maas leidt dat regelmatig tot overschrijding van de norm voor glyfosaat. 'Vooral in waterbekkens van de Biesbosch, waar we drinkwater voor het Rijnmondgebied bereiden, moeten we dan de inname van water tijdelijk staken', zegt André Bannink van de drinkwaterwaterbedrijven RIWA. 'We hebben nu eenmaal in Europa afgesproken dat we uit voorzorg een heel strenge norm hanteren. En daar moeten we aan voldoen.' Doordat het gif preciezer wordt gebruikt, is het aantal overtredingen sinds 2005 overigens wel sterk geslonken.


C3H8NO5P

Glyfosaat - C3H8NO5P - is het meest gebruikte onkruidbestrijdingsmiddel (herbicide) ter wereld, vooral in de landbouw. Het wordt via een spuit op de plant verneveld, dringt binnen via de huidmondjes in het blad en verspreidt zich met de sapstromen tot in de wortels. Onderweg blokkeert het overal de groeiprocessen. Dat gebeurt doordat glyfosaat de synthese van essentiële aminozuren dwarsboomt. In twee tot vier weken legt de plant het loodje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden