Gielen loopt het liefst in rust en stilte

Marco Gielen is met afstand de schuchterste Nederlandse loper die ooit een 'klassieker' won. Twee weken geleden versloeg hij in Alphen de Ethiopische asielzoeker Tessema....

IN DE MARATHON van Rotterdam is hij haas. Misschien ook angsthaas. Want Marco Gielen sluit niet uit dat hij overdonderd zal worden door de ambiance. De herrie, het gedrang, de brullende helicopters en ronkende motoren, hij heeft er nog nauwelijks weet van. Maar hij zal eraan moeten wennen, zo hebben zijn beschermheren voorgeschreven. Een kwetsbare, uiterst verlegen loper als hij moet voorzichtig worden gebracht. Langzaam vertrouwd raken met de hectiek.

Rust zoekt Gielen. En de natuur. Hij zwalkt door het bos dat reikt van dichtbij Belfeld tot aan de grens van Swalmen. Cor Lambregts, een van de beste Nederlandse marathonlopers ooit, is hij er nog nooit tegengekomen. Het zijn eenzame tochten maar in de stilte hoort hij elk geluid. De ontmoeting met een roedel reeën is voor hem meer herkenning dan het naderen van een verdwaalde loopgroep.

Zo is zijn karakter nu eenmaal. In de natuur is hij vrij, onbelemmerd, zichzelf. Toeval kan het niet zijn dat hij hovenier is geworden, ambtanaar bij de plantsoenendienst van Belfeld. Woensdag won hij natúúrlijk nog het Nederlands kampioenschap voor ambtenaren. Hij vertelt ook dàt met een aandoenlijke schuchterheid, met de onschuldigste glimlach die denkbaar is. In details beschrijft hij het parcours van die volstrekt onbeduidende wedstrijd.

Twee professies lijken de voorkeur te hebben van lange afstand-lopers: het hovenierschap en de (psychiatrische) verpleging. Marco Gielen is tuinier, zoals de befaamde Belg Emiel Puttemans, of de veelvoudig Nederlands crosskampioen Tonnie Dirks. Ook Gielen heeft een voorkeur voor de veldloop. Het was een regelrechte vernedering dat hij bij de laatste titelstrijd moest uitstappen.

Al 's morgens vroeg voelde hij dat zijn lange lichaam weerbarstig was. Gielen herinnerde zich de verwijten van vroeger. Dat hij als atleet zo enorm wisselvallig was. Maar dit keer moest het 'slechte gevoel' toch toeval zijn. Want zijn prestatiecurve was toch zeker rechter geworden. Bij de titelstrijd haakte hij af, twee dagen later had hij nog koppijn, maar hij zag het niet langer als een van die raadselachtige teleurstellingen van vroeger.

Onder de hoede van Mattie de Vugt nam zijn zelfvertrouwen toe. Hij trainde tot vorig jaar november onder Carel van Nisselroij, dezelfde die plaatsgenote Carla Beurskens in haar beginjaren had bijgestaan. Beurskens brak destijds na niet al te verkwikkelijke discussies met Van Nisselroij. Veel anders lijkt het met Gielen niet gegaan. Maar ook hij is de Belfeldse gemoedelijkheid indachtig en wil zijn bezwaren niet concreet kenbaar maken. 'De samenwerking ging wat moeilijker', poogt hij af te weren.

Marco Gielen was elf jaar toen zijn vader aan een Limburgse volksloop deelnam. Hij zou meegaan maar was ziek. Een tijdelijk uitstel want twee jaar later was hij lid van AV Tegelen, de vereniging die later fuseerde met het Venlose Festina van Carla Beurkens. Hij zwoer het voetbal af, ging kogelstoten, hoogspringen, maar de aanleg voor lopen was al snel evident.

In 1991 werd hij in de Nijmeegse Zevenheuvelen-loop zo maar vierde. Achter die andere, intussen geswitchte tuinman, Tonnie Dirks. Enkele jaren van stagnatie volgden, tot hij begin dit jaar in de halve marathon van Egmond plotseling tweede werd. Een verbazingwekkende verrichting. Alleen Tessema ging hem voor; de andere Afrikanen beten in het zand, en zijn Nederlandse concurrenten moesten eveneens erkennen dat hier een talent was opgedoken dat ondanks zijn lengte (1.87) nauwelijks moeite had met wind en heuvels.

Atletenmanager Michel Lukkien had daar al eerder oog voor gehad en Gielen liet zich gaarne inlijven. Want wat wist hij van de grote wereld, de onderhandelingen over startgelden, het loven en bieden van organisatoren. Hij wilde rust, ook in dat opzicht, en liet de rompslomp graag aan Lukkien over. Lukkien was het ook die op zoek ging naar een nieuwe trainer, toen de verhouding met Van Nisselroij verstoord raakte.

Intussen heeft Lukkien de atletiekunie al diverse malen hard aangevallen over de miskenning van Gielen. En van twee andere beloften uit zijn equipe, René Godlieb en Luc Krotwaer. Zelf zegt Gielen het 'dom' te vinden dat de KNAU het schaarse talent op de marathon van zich afhoudt en zelfs uit het elite-kader heeft geworpen. Lukkien was duidelijker en noemt de behandeling van bondswege 'schandalig'.

Dank zij de plantsoenendienst in Belfeld, het ouderlijk onderkomen aldaar en de kledingsponsor die Lukkien aandroeg, kan Gielen zich enigermate redden maar sappelen blijft het. Vorig jaar nog behoorde hij tot de KNAU-selectie en was hij verzekerd van een maandelijkse bijdrage, na de EK van Helsinki werd ook hij op zichzelf teruggeworpen. Technisch directeur Paauw besloot abrupt dat aan bondssteun prestaties vooraf dienden te gaan. En dus volgde een rigoureuze herindeling.

Gielen was een van de slachtoffers. Terughoudend veroordeelt hij het nieuwe beleid. Want wat is er eigenlijk ten goede veranderd? Terwijl hij er geen deel aan had, is hij de dupe geworden van het slechte presteren in Helsinki. Maar waren de verrichtingen in Barcelona dan zo goed? Als Ellen van Langen de Olympische 800 meter niet had gewonnen of Erik de Bruin bij de voorgaande titeltoernooien niet op het erepodium had gestaan, dan was de kritiek toch even genadeloos geweest?

Gielen durft het nauwelijks te zeggen. Zijn oogopslag verraadt dat hij nog nooit een conflict is aangegaan. Hij wil rurale stilte en bosrust maar hij beseft dat het ooit om meer zal gaan dan hardlopen. Steeds meer dringt het tot hem door dat de weg in de (inter)nationale atletiek moeilijker te vinden is dan de eenzaamheid in de omgeving van Belfeld. Z'n eerste marathon zal hij, in de herfst, niet in Nederland lopen. In Berlijn zal hij zich trachten te kwalificeren voor de Olympische Spelen. En als het niet lukt kan hij nog altijd een poging wagen op de tien kilometer. Geen extreme druk mag er zijn voor zo'n extreem ingetogen verstekeling.

Hans van Wissen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.