Gianni Schicchi: dolle boel in avondkleding

Puccini's Gianni Schicchi, laatste onderdeel van een drietal eenakters dat de geschiedenis is ingegaan onder de titel Il trittico, is een opera waarin de hoofdrolzanger aan het slot de schaamteloosheid heeft het publiek om applaus te vragen....

Gianni Schicchi is ongeveer de enige personage in de operaliteratuur die zoiets mag doen. Schaamteloosheid is zijn bestaansreden. Zijn charme ligt in een volmaakt gebrek aan scrupules. Het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw liet het zich donderdag dan ook niet twee keer zeggen, barstte met overgave los, en zette behalve de bariton, Bruno de Simone, ook Riccardo Chailly en het Concertgebouworkest in het zonnetje. Jegens de rest van de vijftienkoppige solistencast, met de sopraan Elisabetta Scano en de tenor Aquiles Machado in de prominente lyrische bijrollen, werd ook weinig reserve in acht genomen.

Wie de ware hoofdrolspeler is in deze spectaculaire Kerstmatineeproductie - de uitvoering van maandagmiddag is te volgen op Nederland 1 en Radio 4 - is intussen nog de vraag. Behalve de kwieke bariton De Simone zijn er ook andere instanties die er aanspraak op maken: het Concertgebouworkest, Chailly, en de hele kwinkelerende troupe van hebzuchtigen die zich in Gianni Schicchi de 'familie' noemt.

Maar dat is ook het aardige: door de Grote Zaal waait bij deze half-geënsceneerde concertuitvoering een onvervalste ensemble-spirit. Het succes van de dolle-boel-in-avondkleding die hier wordt gepresenteerd, ligt in een volmaakte collectiviteit. Spil en motor is Chailly, de man die vorig jaar de nonnen deed zoemen in Puccini's Suor Angelica, twee jaar geleden de kerstgedachte profiel gaf met de moord en doodslag van de eerste Trittico-eenakter Il tabarro, en nu het bedrog en de lijkenpikkerij in het vaandel voert van hen die (volgens de dichter Dante) gestraft werden met een eeuwig verblijf in de hel.

Kandidaat voor de hete kolen is hij zeker, Gianni Schicchi, Dante's antiheld, die ingrijpt bij een erfeniskwestie van de familie Donati. Maar dezelfde Schicchi is ook onweerstaanbaar, door Puccini uitgetekend in lepe dialogen vol melodische gevatheid. Bruno de Simone is geen Renato Capecchi (ooit als Schicchi het vleesgeworden cynisme), maar hij voert zijn partij uit met een beheerste vulgariteit, een indrukwekkende mix van schmierbelustheid en vocaal-esthetische controle.

Iets geks kleeft altijd aan de 'familie'. Geënsceneerd of semi-geënsceneerd, Florentijns uitgemonsterd of in Eurovisie-avondkleding, het beeld is bijna altijd eender. Dat komt door het libretto en door Puccini, die de radeloze onterfden met geraffineerde muzikale kunstgrepen aan elkaar laat klitten en ze met welgetimed orkestraal pompompom door huize Donati verplaatst, als afstandbestuurde kippen zonder kop.

Het verschil ligt hier in de mate van perfectie. Zita (Daniela Barcellona), Gherardo (Bülent Bezdüz) en al hun vermaagschapten zijn buigzame, transparante, niet-kokette maar wel energieke stemmen. Chailly leidt ze voortvarend, en in perfecte samenhang met het alerte Concertgebouworkest, naar de climax van hun ontgoocheling.

In de 'voorgift', vier promenade-achtige orkestwerkjes van Martucci (ze zullen maandag ontbreken), bewees het Concertgebouworkest zich andermaal als het gedroomde Italië-ensemble.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden