Gezonken cultuurgoed

Ooit was Scheveningen een mondaine badplaats met het Kurhaus als pleisterplaats voor goed geklede 'dames en heeren'. Maar na de oorlog democratiseerde ook het strandleven: badgasten lopen er nu zo bloot mogelijk bij.

Het Kurhaus heeft nog altijd iets van de oude grandeur. In de monumentale kurzaal klinkt op zondagmiddag zachtjes klassieke muziek. Op het terras zitten goed geklede bezoekers, sommigen in pak met das. Maar het Kurhaus heeft de slag verloren. Het houdt slechts dapper stand, als restant van een mondain verleden op een ordinaire kermiskust.


Op het terras wordt de golfslag van de zee en het gekrijs van meeuwen overstemd door een housebeat. Aan de zeezijde kijkt het Kurhaus uit over strandtenten met namen als Peukie en Binnen Drinken, aan de landzijde over de lompe blokken van Holland Casino en Pathé.


Nergens is zo goed te zien dat het strand een gezonken cultuurgoed is als in Scheveningen. In de 19de eeuw kuurden er Duitse prinsen, Russische grootvorsten en Engelse miljonairs. Nu is het een domein van dagjesmensen, die vermaakt moet worden met winkelcentra, speelhallen en goedkope restaurants. 'Er is veel kapot gemaakt', zegt fotograaf Lodewijk Leclercq (69), die al 47 jaar 'op Scheveningen' woont.


Mannenjacht

De moderne badplaats ontstond pas in de 19de eeuw, schrijft de Franse historicus Alain Corbin in zijn klassieke studie Het verlangen naar de kust. Natuurlijk zwommen mensen altijd al in zee, maar een echte badcultuur kwam pas laat op. Het christendom stond negatief tegenover de zee, aldus Corbin. De zee werd gezien als een oersoep, een nog niet geschapen land. Telkens opnieuw dreigde de zee de mens op te slokken, als in een nieuwe zondvloed.


Volgens Corbin speelde Holland een belangrijke rol in de ontwikkeling van het verlangen naar de kust. Hollanders lieten immers zien dat het water getemd kon worden. In 1773 schreef de encyclopedist Diderot, een van de boegbeelden van de Franse Verlichting, verbaasd dat de Hollanders rustig sliepen, ook al woonden zij in 'overstromingenland'.


Al in het midden van de 17de eeuw was Scheveningen internationaal bekend, ook door de kaarsrechte Zeestraat van Den Haag naar Scheveningen, ontworpen door Constantijn Huygens. Aanvankelijk was het strandleven bescheiden. Scheveningen telde slechts een paar herbergen. Meisjes verdienden een centje bij door badgasten af te drogen als ze uit zee kwamen.


Pas in de 19de eeuw ontstonden de echte badplaatsen, zoals Brighton, Deauville en Oostende. Officieel kwamen de veelal aristocratische gasten naar zee voor een gezondheidskuur. Minstens zo belangrijk was het sociale aspect. De zomervakantie was een ideale gelegenheid voor de 'mannenjacht', het vinden van een huwelijkskandidaat in een minder formele sfeer dan thuis.


Adamskind

In Scheveningen werd in 1818 het eerste badhuis geopend. De gasten namen er warme en koude baden van zeewater. In open zee werd gebruikgemaakt van een badkoets, die een paar meter het water in werd gereden. Via een trapje begaf de gast zich in zee, aan het zicht onttrokken door een grote kap. Dat was ook nodig, want de gast was naakt, of zoals een arts destijds schreef: 'van alle uiterlijke eereteekenen ontdaan, als een zondig Adamskind'. Naakt zwemmen zonder beschutting van de badkoets was verboden: 'Er zal in open zee niet gebaad worden dan met zoogenaamde zwembroeken', luidde het badreglement uit 1819.


Ondanks zijn grote reputatie werd Scheveningen in de 19de eeuw ingehaald door concurrenten als Oostende en Zandvoort. Dat veranderde pas met de opening van het Kurhaus in 1885. Nu was het weer een 'zeebad van de eerste rang', een vakantieoord voor de adel en de rijke bourgeoisie, vooral uit Duitsland en Oost-Europa. Het terras van het Stedelijk Badhuis was slechts toegankelijk na het kopen van een kaartje. Zo werden 'de echte ordinaire Scheveningers' gescheiden van de 'dames en heeren', zoals het Algemeen Handelsblad schreef.


Lees verder op pagina 23


Scheveningen moest een kermiskust worden

Vervolg van pagina 21


Wie tegenwoordig met mooi weer over de boulevard loopt, ziet de gasten er zo bloot mogelijk bijlopen, ook als het overtollig vet vrijelijk over de broekrand blubbert. In de 19de eeuw was baden een ingewikkelde aangelegenheid, gebonden aan een strikte etiquette. Badgasten namen een uitgebreide garderobe mee, en verkleedden zich meerdere keren per dag. Het eigenlijke badpak werd alleen gedragen bij het baden. Verder was de kledingcode zeer formeel. Dames liepen over het strand in een japon, versierd met kant en fluwelen strikken. Een hoedje was verplicht. Heren droegen het liefst een driedelig pak met hoge hoed. In de jaren 1880 werd in Engeland de blazer uitgevonden, een jasje dat zonder vest kon worden gedragen. Het zou nog geruime tijd duren voor deze revolutionaire vinding tot de Nederlandse kust zou doordringen.


Aan de mondaine bloeitijd van Scheveningen kwam een einde in augustus 1914, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Duitse, Russische en Oostenrijkse gasten keerden snel huiswaarts. Het Kurhaus moest zijn muzikale uitvoeringen staken, omdat ook het Franse huisorkest Lamoureux onder de wapenen werd geroepen. De pier werd met hekken afgesloten en door soldaten bewaakt.


Dagjesmensen

De Eerste Wereldoorlog was een omslagpunt. Daarna raakte het strand steeds meer gedemocratiseerd. De internationale adel bleef weg, Nederlandse toeristen en dagjesmensen namen hun plaats in. De badmode bleef decent. Het badpak was nog altijd louter bedoeld om te baden. Dames die over het strand paradeerden, droegen een badmantel of 'strandpyjama'. Voor heren was het pas in de jaren dertig acceptabel om zonder jasje over de boulevard te lopen.


Na de Tweede Wereldoorlog zette de democratisering door. Steeds meer mensen hadden genoeg geld en tijd voor een dagje naar de strand. In de jaren vijftig kende Scheveningen een bloeiend uitgaansleven, gesymboliseerd door de optredens van pianiste Pia Beck in De Vliegende Hollander. Maar in de jaren zestig kwam de klad erin. Veel Nederlanders ontdekten zonvakantie aan de Spaanse costa's. De hotels hadden steeds meer moeite hun exploitatie rond te krijgen. Ze waren gebouwd voor de 19de eeuwse adel, niet voor toeristen met een smalle beurs.


De Exploitatie Maatschappij Scheveningen was in de jaren zestig overgenomen door Reinder Zwolsman, een van de eerste projectontwikkelaars van Nederland. Hij wilde van Scheveningen een kermiskust maken. 'Zwolsman was een beetje een proleet, dikdoenerig', zegt fotograaf Lodewijk Leclercq. 'Hij had ook hele futuristische plannen, met veel hoge torenflats.'


'Vrije jongen' Zwolsman raakte echter in financiële problemen. De nieuwbouw kwam tot stilstand, bestaande panden raakten in verval. Rond 1970 werden veel panden gesloopt. 'Het Palace Hotel was een schitterend gebouw, helemaal in art decostijl. Nu staat er de Palace Promenade, een lelijk winkelcentrum dat nooit iets zal worden. Het Grand Hotel was minder spectaculair, maar had toch ook een zekere allure', zegt Leclercq.


Prikkeldraad

Zelfs het Kurhaus werd met sloop bedreigd. Door verontwaardigde reacties van de Haagse en Scheveningse burgerij kon het behouden blijven. Maar het stond jarenlang leeg. Een symbool van vergane glorie, omgeven door hekken en prikkeldraad tegen inbrekers en brandstichters.


Wellicht was de oplossing onvermijdelijk: als mensen naar de costa's willen, moeten de costa's naar Scheveningen worden gehaald. Scheveningen werd 'ontwikkeld', als een four seasons-badplaats die ook in de winter bezocht kan worden. De winkels, restaurants, bioscopen en het casino zijn misschien lelijk, maar ze brengen geld in het laatje. Tegenwoordig is het in elk geval druk in Scheveningen. In zoverre is de 'revitalisering' geslaagd. Maar iets eleganter had gekund. Niet voor niets kreeg het Gevers Deynootplein voor het Kurhaus in 2006 de prijs voor de lelijkste plek van Nederland.


Leclercq: 'De massa heeft zich steeds meer doen gelden, dat zie je in Scheveningen terug. Vooral bij mooi weer, als alles uit gaat, zie je het ordinairste van het ordinairste. Maar je ziet ook sjieke mensen lopen, alsof ze verdwaald zijn. Dat blijf ik wel leuk vinden. In Scheveningen loopt alles door elkaar.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden