nieuws

Gezondheidsraad waarschuwt voor ultrafijnstof, bewijs over schadelijke gevolgen stapelt zich op

De Gezondheidsraad, overheidsadviseur op gebied van volksgezondheid, waarschuwt voor de gevolgen van ultrafijnstof. Het bewijs dat dit de gezondheid kan schaden stapelt zich op. Maar omdat ultrafijnstof nauwelijks wordt gemeten, is er weinig zicht op de blootstelling.

Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Het terrein van Tata Steel in Velsen-Noord.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Ultrafijnstof bestaat uit deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer die door hun extreem kleine afmetingen diep kunnen doordringen in het menselijk lichaam, via de bloedbaan. Ze komen onder meer vrij bij verbrandingsprocessen in de industrie, de luchtvaart en het verkeer, waar oudere dieselvoertuigen een belangrijke bron zijn.

Kennis over schadelijke gevolgen is dunbezaaid, normen voor maximale concentraties ontbreken. De Gezondheidsraad heeft nu in kaart gebracht wat er wél bekend is over de gezondheidseffecten en adviseert de overheid op basis daarvan tot actie over te gaan.

Effecten

Hogere concentraties ultrafijnstof in de lucht zijn onder meer in verband gebracht met een hoger aantal astma-aanvallen bij kinderen en hartritmeveranderingen, volgens de raad. Bij langdurige blootstelling is het risico op hart-, vaat- en longziekten, zoals COPD, waarschijnlijk verhoogd. Ook lijkt er een verband te zijn met problemen tijdens de zwangerschap, waaronder een hogere kans op vroeggeboortes. Wel is de hoeveelheid onderzoek die hiernaar is gedaan nog altijd relatief beperkt. De raad spreekt daarom van ‘indicatief bewijs’ voor deze gezondheidseffecten.

Er ligt dan ook te weinig onderzoek om conclusies te trekken over hoeveelheden doden of verloren levensjaren door ultrafijnstof in Nederland, zegt Saskia van der Zee, wetenschappelijk medewerker van de Gezondheidsraad. Een van de belangrijkste adviezen is dan ook om ultrafijnstof structureel te meten, als onderdeel van het al bestaande Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.

Lokale verschillen

Wel is duidelijk dat er in Nederland grote lokale verschillen zijn, zegt ze. De concentraties ultrafijnstof kunnen meerdere malen hoger zijn in de buurt van luchthavens, industrieterreinen en drukke wegen dan op het platteland. Zo is de concentratie rond Schiphol sterk verhoogd. Net als bij gewoon fijnstof zit in de Randstad over het algemeen meer ultrafijnstof in de lucht dan in het noordoosten van het land.

Het probleem met ultrafijnstof is dat het zó licht is, dat opvangen in een filter en wegen geen geschikte meetmethode is, terwijl dit bij gewoon fijnstof wel kan, reageert Maarten Krol, hoogleraar luchtkwaliteit aan de Universiteit van Wageningen. Hoeveel ultrafijnstof er in de lucht zit moet indirect worden bepaald, door de interactie van licht met de extreem kleine deeltjes.

null Beeld

Daardoor vinden uitgebreide metingen aan ultrafijnstof nog niet zo lang plaats en ontbreekt het aan gestandaardiseerde meetmethodes, legt hij uit. En dus is ultrafijnstof een onderbelicht onderdeel van luchtvervuiling gebleven.

Maar de laatste jaren worden de schadelijke gevolgen ervan steeds duidelijker, zegt ook hij: ‘We zien het bijvoorbeeld meteen terug in de bloedwaardes, zoals de bloeddruk, als mensen worden blootgesteld aan hogere concentraties ultrafijnstof. Het lijkt erop dat ultrafijnstof zeer snel invloed kan hebben op het lichaam, omdat het zo snel de bloedbaan binnendringt, in de neusholte al.’

Het terugdringen van ultrafijnstof gaat grotendeels hand in hand met het terugdringen van gewoon fijnstof, dat bestaat uit grotere deeltjes. Hiertegen zijn al maatregelen genomen, waardoor de concentratie fijnstof in de lucht sinds de jaren negentig is gehalveerd, en meer maatregelen zijn op komst. Zo zal het stimuleren van elektrisch vervoer en het gebruik van schonere mobiele werktuigen tijdens werkzaamheden ook de blootstelling aan ultrafijnstof terugdringen.

Zwavel

Toch zijn er ook verschillen tussen gewoon fijnstof en ultrafijnstof. Typisch voor ultrafijnstof is dat het kan ontstaan bij de verbranding van brandstoffen waar veel zwavel in zit, volgens de Gezondheidsraad. Een van de adviezen is dan ook om het zwavelgehalte in kerosine terug te dringen.

Het ligt voor de hand dat ook het terugdringen van verbrandingen in de industrie waar veel zwavel mee gemoeid is zal helpen, maar ook hier geldt: het ontbreekt aan kennis, zegt Van der Zee. Ook om te bepalen wat de effectiefste maatregelen tegen de uitstoot van ultrafijnstof zijn, is dus meer onderzoek nodig.

Volgens Maarten Krol zou meer focus op ultrafijnstof tot ander beleid kunnen leiden. Neem scooters en brommers, voorname ultrafijnstofbronnen. ‘Is je doel om de Europese uitstootnormen te halen, dan dragen die weinig bij, omdat ultrafijnstof zo licht is en de normen uitgaan van gewicht. Maar is je doel om gezondheidseffecten te beperken, dan worden ze een stuk belangrijker, zeker omdat ze zoveel in dichtbevolkte gebieden aanwezig zijn. Daarom zou het logisch zijn om elektrische scooters harder te stimuleren, of betere filters te verplichten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden